Recent hebben de minister van Werk en Participatie en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een wetsvoorstel aan de Raad van State aangeboden. Met dit wetsvoorstel wil het kabinet de onzekerheid bij werkgevers wegnemen over de vraag of zij voldoende aan hun re-integratieverplichtingen hebben voldaan.
Naast de verplichting voor werkgevers om gedurende twee jaar minimaal 70% van het (maximum dag)loon door te betalen aan een zieke werknemer, dien je als werkgever ook te voldoen aan diverse re-integratieverplichtingen. Na twee jaar ziekte beoordeelt het UWV of er voldoende re-integratie-inspanningen zijn verricht (via de RIV-toets), op straffe van een verlenging van de verplichte loondoorbetalingsperiode met maximaal 52 weken (loonsanctie).
Op dit moment kan een werkgever die bij het inrichten van het re-integratietraject het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid volgt, toch een loonsanctie opgelegd krijgen als de verzekeringsarts van het UWV achteraf beoordeelt dat dit oordeel onjuist is geweest. Dit acht de regering slecht uitlegbaar en wordt door werkgevers ervaren als onrechtvaardig. Bij 8% van de opgelegde loonsancties is een verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en verzekeringsarts de hoofdoorzaak van de sanctie.
Vooral kleine en middelgrote werkgevers hebben weinig ervaring met langdurig zieke werknemers, waardoor het lastig is in te schatten of de re-integratie goed is opgepakt. Daarnaast bestaat vaak onduidelijkheid wanneer het UWV besluit over te gaan tot oplegging van de loonsanctie. Omdat werkgevers op grond van de Arbowet verplicht zijn zich te laten bijstaan door een gecertificeerde arbodienst, bedrijfsarts of andere gecertificeerde deskundige, is het kunnen vertrouwen op dit advies cruciaal.
Hoewel de mogelijkheid om een deskundigenoordeel aan te vragen bij het UWV blijft bestaan, wordt in de nieuwe situatie het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend bij de RIV-toets. Het nieuwe voorstel beoogt te bewerkstelligen dat werkgevers geen verlenging van de loondoorbetalingsverplichting meer krijgen als het advies van de bedrijfsarts is gevolgd. De bedrijfsarts wordt geacht kundig, onafhankelijk en zorgvuldig te opereren, waardoor op dit oordeel mag worden vertrouwd.
De RIV-toets door het UWV wordt een puur arbeidskundige beoordeling. Dit betekent dat het UWV niet langer de medische juistheid van het advies van de bedrijfsarts toetst, maar slechts controleert of aan de re-integratie-inspanningsverplichtingen is voldaan die overeenstemmen met het advies van de bedrijfsarts. De daaropvolgende WIA-keuring blijft de taak van de verzekeringsarts van het UWV.
De regering wil de onzekerheid bij werkgevers wegnemen en voorkomen dat de enige ingrijpende uitweg is het aansprakelijk stellen van de bedrijfsarts, om zo het financiële nadeel weg te nemen. De oplossing biedt dus niet alleen zekerheid omtrent loondoorbetaling bij ziekte, maar verlaagt ook de werkdruk van verzekeringsartsen bij het UWV, wat gewenst is gezien de achterstanden bij de sociaal-medische beoordelingen. Daarnaast krijgen werknemers mogelijk eerder een WIA-uitkering in plaats van een extra jaar loondoorbetaling of ziekengeld.
Omdat de mogelijkheid tot het opleggen van een loonsanctie na beoordeling van het UWV blijft bestaan, zou de prikkel voor de werkgever om zich voldoende in te spannen met betrekking tot de re-integratie aanwezig blijven volgens de regering. Nu werkgevers worden ontzorgd met betrekking tot de verplichtingen rond loondoorbetaling bij ziekte, ontneemt de maatregel daarnaast mogelijk het argument van werkgevers om werknemers niet vast in dienst te nemen.
Er bestaat ook kritiek. Door de gezamenlijke werknemersorganisaties FNV, CNV en VCP en ook door de Centrale Cliëntenraad van het UWV zijn ernstige bedenkingen aangevoerd, omdat door het verdwijnen van de verzekeringsarts als neutrale ‘stok achter de deur’ de rechtspositie van werknemers fundamenteel zou worden geraakt.
De Centrale Raad van Beroep stelt in haar uitspraak van 21 januari 2026 (ECLI:NL:CRVB:2026:95) dan ook dat van een gewijzigd maatschappelijk inzicht omtrent de RIV-toets vooralsnog geen sprake is. Pas vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe werkwijze, welke 1 januari 2028 wordt beoogd, zal het medisch advies van de bedrijfsarts daadwerkelijk leidend worden bij de RIV-toets. Het is dus tot die tijd belangrijk kritisch te blijven kijken naar de adviezen die de bedrijfsarts geeft.
Heb je een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.