Contact opnemen
Arbeidsrecht 22 september 2026

Wetsvoorstel invoering rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aangenomen door de Eerste Kamer

Leestijd: 2 minuten | Auteur: Iris Vermeulen

Op 16 juni 2026 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel tot invoering van een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief aangenomen. Per 31 december 2026 treedt deze wet in werking. Het wetsvoorstel voegt een nieuw artikel (7:610aa) toe aan het Burgerlijk Wetboek en beoogt werkenden aan de onderkant van de zelfstandigenmarkt beter te beschermen tegen schijnzelfstandigheid.

Op grond van dit artikel kan een werkende die werkzaamheden verricht tegen een vergoeding die lager is dan het wettelijk vastgestelde uurtarief, zich bij de rechter beroepen op het rechtsvermoeden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het is vervolgens aan de opdrachtgever om dit vermoeden te weerleggen. Het rechtsvermoeden leidt dus niet automatisch tot het bestaan van een arbeidsovereenkomst, maar verschuift de bewijslast in een gerechtelijke procedure naar de opdrachtgever. 

Het wettelijk vastgestelde uurtarief bedraagt momenteel € 38 (peildatum 1 januari 2026) en wordt jaarlijks geïndexeerd. De indexatie is gekoppeld aan de cao-loonontwikkeling. Het uurtarief vormt nadrukkelijk geen minimumuurtarief. Het blijft dus mogelijk om als zelfstandige tegen een lager tarief werkzaamheden te verrichten.

Het wetsvoorstel wijzigt daarnaast niet de bestaande criteria voor de beoordeling en kwalificatie van arbeidsrelaties. Het rechtsvermoeden is vooral bedoeld om de positie van zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt te versterken en de gang naar de rechter voor hen te vergemakkelijken.

Wanneer een werkende zich op het rechtsvermoeden beroept, is het aan de opdrachtgever om aannemelijk te maken dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Slaagt de opdrachtgever daar niet in, dan wordt in de procedure uitgegaan van het bestaan van een arbeidsovereenkomst. De werkende kan in dat geval aanspraak maken op de arbeidsrechtelijke bescherming die bij een arbeidsovereenkomst hoort, zoals loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.

Voor opdrachtgevers is het daarom belangrijk om bij de inzet van zelfstandigen niet alleen naar het uurtarief te kijken, maar ook kritisch te beoordelen hoe de werkzaamheden in de praktijk worden uitgevoerd. Het uurtarief bepaalt immers of een werkende een beroep kan doen op het rechtsvermoeden, terwijl de feitelijke omstandigheden van de arbeidsrelatie van belang blijven voor de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst. 

Heb je hier vragen over? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtspecialisten.

Delen via
Contact

Heb je een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Contact opnemen

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.