Het kabinet wil de regels rondom het concurrentiebeding aanscherpen, zodat werknemers makkelijker van baan kunnen wisselen en werkgevers meer ruimte krijgen om personeel te vinden. Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het wetsvoorstel ‘Modernisering concurrentiebeding’ inmiddels voor advies aan de Raad van State voorgelegd.
Een concurrentiebeding komt in veel arbeidsovereenkomsten voor. Het beperkt een werknemer na het einde van het dienstverband in de mogelijkheid om bij een concurrent te gaan werken of soortgelijke werkzaamheden als ondernemer uit te oefenen.
Een relatiebeding, dat een werknemer verbiedt om voor relaties van de voormalige werkgever te werken, valt hier ook onder de wettelijke definitie van een concurrentiebeding. Met deze bedingen proberen werkgevers hun bedrijfsbelangen te beschermen, zoals bijvoorbeeld bedrijfsgeheimen, kennis over tarieven en klantgegevens.
Het doel van de werkgever bij het opnemen van een concurrentiebeding is om zijn bedrijfsbelangen te beschermen, zoals bijvoorbeeld bedrijfsgeheimen, kennis over tarieven, klantgegevens en -bestanden en goodwill.
Uit onderzoek blijkt dat het gebruik van concurrentiebedingen de afgelopen jaren sterk is toegenomen. Inmiddels heeft ongeveer een derde van de werknemers ermee te maken. Tegelijkertijd is niet in alle gevallen sprake van een zwaarwegend belang om een werknemer aan een concurrentiebeding te binden. Het beding kan daardoor de overstap naar een andere werkgever onnodig belemmeren en daarmee de doorstroming op de arbeidsmarkt beperken.
Het wetsvoorstel bevat de volgende wijzigingen:
-
De maximale duur van het concurrentiebeding wordt twaalf maanden;
-
De geografische reikwijdte van het beding moet expliciet in het beding worden opgenomen;;
-
Het zwaarwegende bedrijfsbelang moet worden gemotiveerd voor alle arbeidsovereenkomst (dus niet alleen voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten, zoals nu het geval is);
-
Een werkgever moet in beginsel één maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst schriftelijk aan de werknemer mededelen dat hij het concurrentiebeding wenst te handhaven;
-
Een werkgever moet de werknemer een vergoeding betalen wanneer een beroep op het concurrentiebeding wordt gedaan. Deze vergoeding is gelijk aan de helft van het laatstverdiende loon per maand, of een hoger bedrag indien dat is overeengekomen.
De concurrentiebedingen die rechtsgeldig overeen zijn gekomen vóór inwerkingtreding van het wetsvoorstel blijven rechtsgeldig. Het kabinet wil namelijk voorkomen dat werkgevers hoge administratieve lasten krijgen doordat arbeidsovereenkomsten tussentijds moeten worden opengebroken om bedingen te wijzigen.
Het streven is om het wetsvoorstel eind 2026 aan te bieden aan de Tweede Kamer, na advisering door de Raad van State.
Wil je meer weten over dit wetsvoorstel en de wijzingen? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtspecialisten.
Heb je een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.