Contact opnemen
Arbeidsrecht 22 september 2026

Uitspraak kantonrechter: werkgever handelt ernstig verwijtbaar wegens omzeiling bedenktermijn door twee vaststellingsovereenkomsten te laten tekenen

Leestijd: 3 minuten | Auteur: Iris Vermeulen

In een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam heeft de kantonrechter geoordeeld dat een werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door een werknemer op dezelfde dag twee vrijwel identieke vaststellingsovereenkomsten te laten ondertekenen. Met de tweede overeenkomst probeerde de werkgever de wettelijke bedenktermijn van veertien dagen te omzeilen.

Dat kwam de werkgever uiteindelijk duur te staan: naast doorbetaling van loon en betaling van een transitievergoeding werd ook een billijke vergoeding van € 25.000 bruto toegekend.

Wat speelde er in deze zaak?
De werknemer was sinds 2017 in dienst als Technical Specialist B bij een technologiebedrijf. Tussen partijen bestond al enige tijd discussie over de urenregistratie. Nadat een conflict hierover op 9 maart 2026 was geëscaleerd tijdens een gesprek met zijn leidinggevende, ontving de werknemer twee officiële waarschuwingen. Vervolgens werd gesproken over beëindiging van het dienstverband.

Op 11 maart 2026 kreeg de werknemer de keuze om een vaststellingsovereenkomst te sluiten of anders op staande voet te worden ontslagen. De kantonrechter oordeelde dat deze stevige inzet op zichzelf niet ernstig verwijtbaar was. De werknemer had voldoende tijd om over de situatie na te denken, liet zich bijstaan door een juridisch adviseur en had aangegeven in beginsel open te staan voor beëindiging van het dienstverband. Ook de tijdelijke non-actiefstelling achtte de kantonrechter onder deze omstandigheden gerechtvaardigd.

De werkgever ging echter een stap te ver bij het aanbieden van de vaststellingsovereenkomsten. Op 16 maart 2026 werden aan de werknemer twee vrijwel identieke overeenkomsten voorgelegd. In de eerste overeenkomst was de wettelijke bedenktermijn van veertien dagen opgenomen, terwijl deze in de tweede overeenkomst ontbrak. De werknemer ondertekende de eerste overeenkomst om 17.30 uur en de tweede om 18.00 uur.

Volgens de kantonrechter bleek uit een geluidsopname en de daarvan gemaakte transcriptie dat de werkgever met de tweede overeenkomst doelbewust had geprobeerd de wettelijke bedenktermijn te omzeilen. De bedenktermijn van artikel 7:670b BW is van dwingend recht en heeft tot doel werknemers te beschermen tegen overhaaste beslissingen. Het kort na elkaar laten ondertekenen van twee overeenkomsten doet volgens de kantonrechter niet af aan die bescherming. Dat de werknemer zich tijdens het gesprek telefonisch liet bijstaan door een juridisch adviseur, maakte dit oordeel niet anders. De adviseur had zich vooraf niet kunnen verdiepen in de achtergrond van het voorstel en leek daarbij af te gaan op de informatie die door de werkgever was verstrekt. Volgens de kantonrechter wist de werkgever, althans behoorde zij te weten, dat zij de werknemer met deze handelwijze ernstig benadeelde. Daarmee heeft zij gehandeld in strijd met haar verplichtingen als goed werkgever.

Nadat de werknemer beide vaststellingsovereenkomsten tijdig had ontbonden, oordeelde de kantonrechter op verzoek van de werknemer middels een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen was blijven bestaan. De werknemer verzocht vervolgens onder meer om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, loonbetaling, toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding. De werkgever diende op haar beurt een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in. 

De kantonrechter ontbond uiteindelijk de arbeidsovereenkomst per 1 september 2026. Omdat de ontbinding het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, werd de werkgever veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 17.523,79 bruto en een billijke vergoeding van € 25.000 bruto. Daarnaast moest het achterstallige loon worden voldaan. Ook kon de werkgever geen rechten meer ontlenen aan het overeengekomen concurrentiebeding.

Deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam laat zien dat het doelbewust omzeilen van de wettelijke bedenktermijn bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst de werkgever duur kan komen te staan. Dat een werknemer zich laat bijstaan door een juridisch adviseur, doet daarbij niet af aan de verantwoordelijkheid van de werkgever. Werkgevers doen er daarom verstandig aan om transparant te communiceren over de inhoud en gevolgen van een vaststellingsovereenkomst.

Delen via
Contact

Heb je een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Contact opnemen

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.