Contact opnemen
Arbeidsrecht 26 juni 2026

Uitspraak kantonrechter: uitzendkracht in dienst getreden na zeven jaar uitlening

Leestijd: 3 minuten | Auteur: Ben Schröder

In een zaak die speelde bij de rechtbank Den Haag, heeft de kantonrechter recent geoordeeld dat Albert Heijn misbruik heeft gemaakt van de uitzendovereenkomst van een man die ruim zeven jaar onafgebroken werkte in een distributiecentrum in Pijnacker (ECLI:NL:RBDHA:2026:9257). Hij solliciteerde enkele keren naar de functie van magazijnmedewerker rechtstreeks in dienst van Albert Heijn, maar werd telkens afgewezen. Toen de inlening werd stopgezet wegens vermeende gedragsproblemen, stapte de uitzendkracht naar de rechter. Hij stelde dat hij recht heeft op een vast dienstverband bij Albert Heijn en vorderde achterstallig salaris.

Volgens de medewerker is in strijd gehandeld met de Uitzendrichtlijn, omdat de inlening geen tijdelijk karakter heeft gehad. Hoewel hieruit volgt dat uitzenden tijdelijk moet zijn, is het aan nationale rechters om te bepalen welke termijnen en condities gelden. Op de lidstaten zelf rust de verplichting om misbruik van de uitzendconstructie tegen te gaan. 

De Hoge Raad heeft eerder al eens geoordeeld dat de algemene behoefte van een bedrijf aan een flexibele schil geen adequate verklaring vormt voor het dermate lang inlenen van een arbeidskracht (ECLI:NL:HR:2025:1733). Misbruik wordt aangenomen als de inlening langer duurt dan wat redelijkerwijs als ‘tijdelijk’ kan worden aangemerkt en de inlener hiervoor geen adequate objectieve verklaring geeft.

Hoewel algemene bedrijfsomstandigheden, zoals een structureel personeelstekort, krapte op de arbeidsmarkt en geplande mechanisering, in theorie een rechtvaardiging zouden kunnen vormen, oordeelde de kantonrechter dat deze in de gegeven omstandigheden voor rekening en risico van Albert Heijn komen. 

De rechter oordeelt dat er sprake is van misbruik van recht door Albert Heijn wegens het jarenlang onafgebroken inlenen van de medewerker als uitzendkracht, zonder hem een arbeidsovereenkomst aan te bieden. Er bestonden geen afspraken over een einddatum en de inlening had ook anderszins geen tijdelijk karakter.

Omdat geen goede gronden werden aangevoerd waarom er, ondanks meerdere sollicitaties, geen vast dienstverband is aangeboden en is gebleken dat de waarschuwingen omtrent zijn gedrag geen doorslaggevende rol hadden in het uitblijven van een aanbod, werd de uitzendkracht in het gelijk gesteld. Albert Heijn had de man na drie onafgebroken jaren in dienst moeten nemen. De opzegging werd als ongeldig beschouwd en vernietigd, met als gevolg dat Albert Heijn de medewerker voor onbepaalde tijd in dienst moest nemen en achterstallig loon diende te betalen. 

Deze uitspraak wijkt af van de lijn uit een arrest van de Hoge Raad uit 2002 (ABN Amro/Malhi). In dit arrest oordeelde de Hoge Raad dat een uitzendovereenkomst nooit zomaar geruisloos kan overgaan in een arbeidsovereenkomst. Dit vanwege de invoering van de Uitzendrichtlijn na die tijd. Daarnaast had dit arrest geen betrekking op een situatie waarin misbruik van recht aan de orde was. 

Uit deze uitspraak blijkt dus dat het niet zonder risico is om uitzendkrachten voor een langere tijd in te zetten. Tegelijkertijd kan de vraag gesteld worden of het gevolg van een te lange inzet betekent dat de uitzendkracht rechtstreeks in dienst treedt bij de inlener. Een hoger beroep in deze zaak is vanwege de belangrijke gevolgen wel te verwachten.

Delen via
Contact

Heb je een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Contact opnemen

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.