Sinds enige tijd is er in de arbeidsrechtelijke literatuur en rechtspraak discussie over de vraag of een werknemer van wie het dienstverband na twee jaar arbeidsongeschiktheid slapend is geworden nog vakantiedagen opbouwt. In augustus 2025 oordeelde de kantonrechter van de rechtbank Gelderland dat werknemers die langdurig arbeidsongeschikt zijn ook na afloop van de 104 weken loondoorbetalingstermijn volledige vakantierechten opbouwen.
Op deze uitspraak werd wisselend gereageerd. Een Tweede Kamerlid was kritisch en stelde hierover vragen aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bij de beantwoording van deze vragen gaf de minister duidelijk te kennen dat het kabinet van mening is dat de Nederlandse vakantiewetgeving niet in strijd is met Europees recht en dat het kabinet dan ook niet van plan was een wetswijziging door te voeren.
In de periode december 2025 tot en met februari 2026 volgden kort na elkaar meerdere uitspraken van kantonrechters die oordeelden dat er in het derde ziektejaar geen opbouw van vakantiedagen plaatsvindt. Op basis van deze uitspraken – weliswaar van lagere rechters – kon wellicht voorzichtig de conclusie worden getrokken dat de meerderheid van de kantonrechters die tot dan toe over dit vraagstuk moesten oordelen van oordeel zijn dat geen vakantiedagen meer worden opgebouwd na het verstrijken van de verplichte loondoorbetalingsperiode tijdens ziekte. Toch bleef er verdeeldheid bestaan onder juridische auteurs.
In maart dit jaar heeft een andere kantonrechter van de rechtbank Rotterdam daarom besloten om een prejudiciële vraag over dit onderwerp te stellen aan de Hoge Raad. Een prejudiciële vraag is een rechtsvraag over de uitleg van een bepaalde rechtsregel die een lagere rechter (in dit geval een kantonrechter) voorlegt aan een hogere rechter (de Hoge Raad). De vraag die de kantonrechter de Hoge Raad heeft gesteld is:
‘’Bouwt een arbeidsongeschikte werknemer – anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt – vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband?’’
De verwachting is dat als hier geen duidelijkheid over komt, er vanwege de tegenstrijdige rechterlijke uitspraken en de bestaande verdeeldheid in de literatuur nog veel vaker over dit onderwerp zal worden geprocedeerd. Daarom is het van belang dat de Hoge Raad uitsluitsel geeft over de vraag of vakantiedagen worden opgebouwd tijdens een slapend dienstverband.
Wij onderschrijven het belang van het verkrijgen van duidelijkheid op dit punt en hopen dat er eind dit jaar meer duidelijkheid ontstaat, zodat werkgevers weten waar zij aan toe zijn.
Heb je een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.