Er komt nieuwe wetgeving voor mensen die werken via digitale arbeidsplatformen, zoals platforms voor maaltijdbezorging, personenvervoer en andere vormen van platformwerk. De voorgestelde wet Platformwerk moet de positie van platformwerkers verduidelijken en versterken. Een belangrijk onderdeel daarvan is een nieuw rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst.
Achtergrond van de wet Platformwerk
De achtergrond van de Nederlandse wet ligt in Europese regelgeving. Op 23 oktober 2024 hebben het Europees Parlement en de Raad Richtlijn (EU) 2024/2831 betreffende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk vastgesteld. Deze richtlijn heeft als doel om de arbeidsvoorwaarden en bescherming van platformwerkers in de Europese Unie te verbeteren. Daarbij gaat het onder meer om het correct vaststellen van de arbeidsstatus van platformwerkers en om meer transparantie en menselijke controle bij het gebruik van algoritmische systemen.
De richtlijn is mede ontstaan vanuit de ontwikkeling van de platformeconomie. Bij platformwerk is niet altijd duidelijk of iemand daadwerkelijk als zelfstandige werkt of in de praktijk eigenlijk een werknemer is. Daarnaast spelen algoritmes bij digitale platforms vaak een belangrijke rol bij bijvoorbeeld de toewijzing van opdrachten, de beoordeling van werkenden en andere veelal belangrijke beslissingen.
De Europese richtlijn moet uiterlijk 2 december 2026 door de lidstaten in nationale wetgeving zijn omgezet. De voorgestelde wet Platformwerk brengt met name wijzigingen aan op het gebied van de arbeidsrelatie tussen platform en platformwerker en het gebruik van algoritmische systemen.
Een belangrijk onderdeel: het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst
Een van de meest besproken onderdelen is het nieuwe rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst.
Het uitgangspunt is dat een platformwerker zich op dit rechtsvermoeden kan beroepen wanneer hij of zij aannemelijk maakt dat aan minimaal twee van vijf wettelijke criteria wordt voldaan. Deze criteria zien onder meer op de mate waarin het platform invloed heeft op de uitvoering en organisatie van het werk.
De criteria zijn:
-
Het digitaal arbeidsplatform bepaalt of beïnvloedt de hoogte van de vergoeding;
-
Door of namens het digitaal arbeidsplatform wordt de verdeling of toewijzing van opdrachten bepaald;
-
Er wordt door of namens het platform toezicht gehouden op de uitvoering van de werkzaamheden;
-
De vrijheid om taken te aanvaarden of te weigeren wordt door of namens het digitaal arbeidsplatform beperkt, waaronder door het opleggen van sancties (denk hierbij aan het toewijzen van minder opdrachten in de toekomst);
-
De persoon die platformwerk verricht, dient zich aan bepaalde door het platform aangewezen richtlijnen te houden.
Wanneer aan ten minste twee criteria wordt voldaan, dan ontstaat het wettelijke vermoeden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het platform kan dit vermoeden vervolgens weerleggen. Het is dan aan het platform om aan te tonen dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Belangrijk is dat het rechtsvermoeden dus niet betekent dat iedere platformwerker automatisch werknemer wordt. Het gaat om een bewijsrechtelijk hulpmiddel. Het maakt het voor een platformwerker eenvoudiger om een discussie over de arbeidsstatus te starten en verschuift, wanneer aan de voorwaarden is voldaan, de bewijslast naar het platform.
Meer regels over algoritmes
De wet Platformwerk gaat daarnaast over het gebruik van algoritmes bij platformwerk. Platformwerkers krijgen meer rechten met betrekking tot geautomatiseerde monitoring en besluitvorming.
Zo moet er meer transparantie komen over de manier waarop algoritmische systemen worden gebruikt. Platformwerkers en hun vertegenwoordigers krijgen onder meer mogelijkheden om informatie over dergelijke systemen te verkrijgen.
Ook wordt menselijke controle belangrijker. Beslissingen met grote gevolgen voor een platformwerker, zoals ontslag of schorsing, mogen volgens het wetsvoorstel niet uitsluitend door een geautomatiseerd systeem worden genomen. Een mens moet bij dergelijke belangrijke beslissingen worden betrokken.
Wanneer gaat de wet Platformwerk in?
De Europese richtlijn moet uiterlijk op 2 december 2026 in Nederlandse wetgeving zijn omgezet. Nederland haalt deze datum naar verwachting niet met de huidige wetgevingsplanning. De internetconsultatie van het Nederlandse wetsvoorstel liep van 29 juni tot en met 24 augustus 2026 en is inmiddels gesloten. Daarna moeten de gebruikelijke vervolgstappen in het wetgevingsproces nog plaatsvinden.
De verwachting is daarom dat de Nederlandse Wet platformwerk pas na 2 december 2026 daadwerkelijk in werking zal treden. In de huidige berichtgeving wordt 1 januari 2027 als beoogde datum genoemd, maar deze datum staat nog niet definitief vast zolang het wetsvoorstel nog door het parlementaire proces moet.
Heb je een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.