De OK oordeelt in deze zaak over een verzoek van bestuurder 1 c.s. tot het aanstellen van een tijdelijke commissaris en over een verzoek tot het beëindigen van een eerder opgelegde onmiddellijke voorziening. Aan dit verzoek ligt voortdurend wantrouwen tussen bestuurder 1 en 2, elkaars broers, ten grondslag. Aan deze zaak is al een enquête-procedure en een uittredingsprocedure voorafgegaan.
Partijen
Bestuurder 1, zijn persoonlijke Holding en Sternu N.V. (verzoekers, “bestuurder 1 c.s.”) tegen vennootschap A en B (verweersters) entegen bestuurder 2 en zijn persoonlijke holding en Spyke N.V. (belanghebbenden, “bestuurder 2 cs”) entegen de ondernemingsraad van vennootschap B (belanghebbende, “de ondernemingsraad”).
Inleiding
In de tweedfasebeschikking heeft de OK vastgesteld dat er sprake is van wanbeleid bij vennootschap A en dat bestuurder 2 en zijn persoonlijke holding voor dit wanbeleid verantwoordelijk zijn. Bestuurder 2 is per die datum ontslagen als bestuurder van vennootschap A en zijn persoonlijke holding is ontslagen als bestuurder van vennootschap B. De heer Meijer is benoemd tot OK-bestuurder van deze vennootschappen voor de duur van twee jaar. Een aantal aandelen in vennootschap A en B zijn in beheer gegeven bij de OK-beheerder.
In de uittredingsprocedure is het verzoek van bestuurder 2 om af te treden afgewezen. In de enquêteprocedure heeft de OK bepaald, bij wijze van onmiddellijke voorziening, dat gedurende de procedure in afwijking van de statuten een besluit tot statutenwijziging van vennootschap A en B door de AvA genomen kan worden met een normale meerderheid van stemmen.
Na deze beschikking heeft de OK-beheerder het proces om tot een wijziging van de statuten van vennootschap A te komen voortgezet. Na veel gesteggel over en weer is het uiteindelijk na enkele maanden tot een statutenwijziging van vennootschap A en B gekomen waarmee beide broers konden instemmen. In artikel 19.7 van de gewijzigde statuten is opgenomen dat bij het staken van de stemmen in de algemene vergadering de beslissing wordt opgedragen aan de voorzitter van de raad van commissarissen of een op verzoek van de voorzitter van de raad van commissarissen dan wel een aandeelhouder, door het Nederlands Arbitrage Instituut aan te wijzen adviseur. De OK-beheerder vroeg ook aan bestuurder 1 c.s. en bestuurder 2 c.s. om met een voorzet voor de benoeming van commissarissen te komen.
Voordat dit kon gebeuren hebben bestuurder 1 c.s. de OK verzocht een tijdelijk commissaris te benoemen die de taak krijgt om een raad van commissarissen voor vennootschap A en B samen te stellen. De raad van commissarissen zal de reguliere taken van toezicht en advisering overnemen. Dit wordt verder aangeduid als het “benoemingsverzoek’. Ten tweede verzoeken bestuurder 1 c.s. om de onmiddellijke voorzieningen ex artikel 2:349a BW te beëindigen. Er wordt verzocht de benoeming van de OK-beheerder per direct te beëindigen, althans na wijzing van de statuten van de vennootschap waarin wordt voorzien in een mechanisme dat beslecht bij een impasse van stemming. Ook wordt er verzocht om de benoeming van OK-bestuurder Meijer te laten eindigen 12 maanden na het wijzen van de beschikking in deze procedure, hierna: “de beëindigingsverzoeken”.
De OK-beheerder en bestuurder 2 c.s. hebben verzocht de verzoeken af te wijzen. Vennootschap A heeft verzocht het benoemingsverzoek toe te wijzen en het verzoek van de ondernemingsraad om toegelaten te worden tot de procedure als belanghebbende toe te wijzen. Wat betreft de beëindigingsverzoeken refereert vennootschap A zich aan het oordeel van de rechter. De ondernemingsraad heeft verzocht toegelaten te worden tot de procedure als belanghebbende, wat door de OK wordt toegewezen.
OK over het benoemingsverzoek
Bestuurder 1 c.s. nemen het standpunt in dat tussen de broers zodanig wantrouwen bestaat, dat iedere kandidaat-commissaris die door een van de broers wordt voorgedragen voor de ander bij voorbaat reeds besmet zal zijn. Bestuurder 1 c.s. hebben geen vertrouwen meer in de onafhankelijkheid van de OK-beheerder en daarmee ook niet in een benoemingsproces waarbij de OK-beheerder een rol vervult. Volgens bestuurder 1 c.s. hebben alle betrokkenen er belang bij dat er een onafhankelijke raad van commissarissen wordt benoemd.
Bestuurder 2 c.s. en de OK-beheerder zijn het hier niet mee eens, maar de OK is van oordeel dat in dit geval het belang van de vennootschap vereist dat het benoemingsverzoek wordt toegewezen. De band tussen de broers zal niet verbeteren. Nu het uittredingsverzoek van bestuurder 2 is afgewezen, zullen de broers nog lang samen verbonden blijven aan de vennootschappen. De kans op nieuwe geschillen en impasses is dan groot. De raad van commissarissen moet dan uitkomst bieden. Het is daarom van belang dat beide broers vertrouwen hebben in de raad van commissarissen. De OK acht de broers niet in staat om gezamenlijk tot een door hen beiden gedragen benoeming te komen binnen afzienbare termijn. Ook is het voor het functioneren van de commissarissen van belang dat zij vertrouwen voelen van beide broers.
Bestuurder 2 c.s. voert nog aan dat het verzoek prematuur is, omdat partijen de gelegenheid had moeten worden geboden om op suggestie van de OK-beheerder zelf tot de benoeming van een raad van commissarissen te komen. De OK gaat daar niet in mee, omdat partijen voor de mondelinge behandeling hadden verzocht om aanhouding van vier weken om te onderhandelen. Daar is niks uitgekomen. De OK acht het daarom onaannemelijk dat de broers er onderling uitkomen.
De OK benoemt daarom bij wijze van voorziening van de duur van het geding bij beide vennootschappen één tijdelijke commissaris die zelfstandig de in de statuten aan de raad van commissarissen gegeven bevoegdheden uitvoert. Ook krijgt de commissaris de taak om een raad van commissarissen bestaande uit drie leden samen te stellen.
OK over de beëindigingsverzoeken
Ten tijde van het indienen van het verzoekschrift waren de statuten nog niet gewijzigd. De statuten voorzagen toen nog niet in het mechanisme dat is vervat in artikel 19.7 van de huidige statuten. De noodzaak tot het tijdelijk onder beheer stellen van de aandelen komt met dit mechanisme te vervallen. De voorziening voorzag namelijk ook in het voorkomen van een impasse in de aandeelhoudersvergadering. Het verzoek tot het beëindigen van de taken van de OK-beheerder wordt daarom toegewezen. De datum van opheffing is niet eerder dan twee weken na de datum waarop de door de OK benoemde tijdelijke commissaris is aangewezen. Op die manier wordt ervoor gezorgd dat het statutaire mechanisme ook daadwerkelijk kan worden benut.
De termijn waarvoor de OK-bestuurder is benoemd wordt niet verkort. De ondernemingsraad was daarvan geen voorstander en de OK vindt dat bestuurder 1 c.s. onvoldoende hebben toegelicht waarom de vennootschappen enig belang hebben bij verkorting van de termijn. In de komende periode moeten er namelijk veel belangrijke beslissingen worden genomen waardoor het van belang is dat de OK-bestuurder in functie blijft. Bij gewijzigde omstandigheden kunnen bestuurder 1 c.s. een nieuw verzoek indienen bij de OK.
M. Roetman, februari 2026
Details
ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2025:3289
Datum uitspraak: 10 december 2025
Instantie: Ondernemingskamer