Contact opnemen
Ondernemingsrecht 05 oktober 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid bij het doorsluizen van aanbetalingen binnen een concern. Met wenk

Leestijd: 5 minuten | Auteur: Corné Stukker

Appellant stelt de bestuurder en een aantal concernvennootschappen aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW jo. art. 6:166 BW), nadat de projectvennootschap haar terugbetalingsverplichting van € 600.000 niet kon nakomen. De bestuurder boekte de ontvangen aanbetalingen onmiddellijk door naar andere concernvennootschappen en droeg na ontbinding het resterende vermogen van de SPV over aan een zustervennootschap op basis van een fictieve tegenvordering.

Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland en veroordeelt de bestuurder en vijf concernvennootschappen hoofdelijk tot betaling van € 600.000 aan appellant, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van ontbinding. Met wenk.

Partijen

Appellant (koper van het vaartuig) tegen geïntimeerde (bestuurder) en Xtenders c.s. (groepsvennootschappen), bestaande uit Wiflo Holding B.V., Extreme Tenders Holding B.V., Extreme Tenders B.V., Xtenders Shipyard B.V., Xtenders Custom B.V., Xtenders Yard B.V., Xtenders Carbon Solutions B.V., Extreme Tenders Shipyard B.V., Extreme Tenders Yard B.V., Xtenders Design B.V., Xtenders Production B.V., Xtenders Superyacht Solutions B.V., Xtenders Services B.V. en Extreme Electric B.V.

Feiten en uitgangspunten

Appellant sloot op 18 maart 2018 met Extreme Tenders Custom B.V. (‘ETC’) een koopovereenkomst voor de bouw van een carbon tender jacht (Custom XTender 12.3M) voor een koopprijs van € 800.013. ETC werd ingezet als een special purpose vehicle (‘SPV’): de aanbetalingen van appellant waren uitsluitend bestemd voor de bouw van het vaartuig en alles wat werd gebouwd, was voor hem bestemd. Er werden geen bankgaranties of zekerheidsrechten verstrekt.

Appellant voldeed in de periode maart 2018 tot en met februari 2019 in totaal € 600.000 aan termijnen. ETC boekte deze bedragen, op € 1.026 na, vrijwel onmiddellijk door naar Extreme Tenders Holding en Extreme Tenders ter dekking van de liquiditeitsbehoeften van andere concernonderdelen. ETC voerde geen projectadministratie; de administratie werd op holdingniveau bijgehouden.

Nadat de leverdatum (aanvankelijk 22 maart 2019) werd uitgesteld tot december 2019, ontbond appellant de overeenkomst op 1 mei 2019. Conservatoir beslag op de bankrekening van ETC trof geen doel bij gebrek aan saldo.

Na ontbinding droeg geïntimeerde het onafgebouwde vaartuig, de motoren en overige onderdelen over aan Xtenders Production B.V. voor een taxatiewaarde van € 139.128, terwijl de kostprijs aanzienlijk hoger lag: de carbon romp alleen al kostte € 180.000, het zwemplatform € 20.000 en de motoren € 51.486. De koopsom werd bovendien niet feitelijk betaald, maar verrekend met een door het hof als fictief bestempelde tegenvordering.

Op 3 juli 2020, de dag waarop appellant conservatoir beslag legde op zijn woonhuis, cedeerde geïntimeerde een hypothecaire vordering van Wiflo Holding op hem aan een derde met terugwerkende kracht, teneinde verhaal te frustreren. De strafkamer van de rechtbank Midden-Nederland veroordeelde geïntimeerde hiervoor bij vonnis van 14 november 2025 (parketnummer 16/090762-22) wegens valsheid in geschrift en onttrekking aan beslag.

De kantonrechter Amsterdam veroordeelde ETC bij vonnis van 23 oktober 2020 onherroepelijk tot terugbetaling van € 600.000; ETC biedt geen verhaal.

Belangrijke overwegingen

Het hof past de tweede categorie voor externe bestuurdersaansprakelijkheid toe: de bestuurder die bewerkstelligt of toelaat dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt en geen verhaal biedt, handelt onrechtmatig indien hem ter zake een voldoende ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.

Het hof onderbouwt het ernstig persoonlijk verwijt aan de hand van twee gedragingen. Ten eerste maakte het onmiddellijk doorsluizen van de aanbetalingen naar andere concernvennootschappen vertraging in de bouw en daarmee het risico op ontbinding en een terugbetalingsverplichting van meet af aan voorzienbaar. Ten tweede ontdeed geïntimeerde ETC na ontbinding van haar laatste verhaalbare vermogensbestanddelen door overdracht aan Xtenders Production op basis van een fictieve tegenvordering, terwijl de eigen accountant had bevestigd dat de aanbetalingen van appellant alle gemaakte bouwkosten reeds dekten.

De verweren van eigen schuld, matiging en billijkheidscorrectie falen alle drie. Appellant mocht verwachten dat zijn aanbetalingen uitsluitend voor de bouw van het vaartuig zouden worden gebruikt. Dat hij geen zekerheden voor terugbetaling had bedongen, doet daar volgens het hof niet aan af.

Wetenschap en handelen van geïntimeerde worden toegerekend aan de vennootschappen die hebben geprofiteerd van of instrumenteel zijn ingezet bij het onrechtmatig handelen. Vorderingen tegen de overige negen zustervennootschappen worden afgewezen bij gebrek aan gesteld of gebleken profijt of instrumenteel gebruik. Wiflo Holding is aansprakelijk vanwege de cessie van de hypothecaire vordering met terugwerkende kracht. Het hof neemt de feitelijke vaststellingen van de strafkamer integraal over.

In de kern vernietigt het hof het vonnis omdat het van oordeel is dat wél sprake is van onrechtmatig handelen en een voldoende ernstig persoonlijk verwijt aan de bestuurder, waardoor de schade op hem en bepaalde concernvennootschappen kan worden verhaald.

Beslissing

Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 11 oktober 2023 en veroordeelt geïntimeerde, Wiflo Holding, Extreme Tenders Holding, Extreme Tenders, Xtenders Yard en Xtenders Production hoofdelijk tot betaling van € 600.000 aan appellant, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2019 tot de dag van betaling, alsmede tot betaling van € 5.790,37 aan beslagkosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2020 en € 7.297,97 aan beslag- en proceskosten uit de procedure tegen ETC vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.104,46 vanaf 4 juni 2019.

Daarnaast worden de veroordeelde partijen hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg ten bedrage van € 17.080,88 en in hoger beroep ten bedrage van € 15.045,37. De vorderingen tegen de overige negen zustervennootschappen worden afgewezen. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.

Wenk

Bij gebruik van een SPV voor de voorfinanciering van de bouw dient de beschermingsgedachte van de SPV-constructie ook feitelijk te worden gehandhaafd. Het onmiddellijk doorsluizen van aanbetalingen naar andere concernonderdelen maakt de constructie in de kern illusoir en levert de bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt op, ook als geen bankgarantie of zekerheidsrecht is verstrekt.

Artikel 6:166 BW biedt een effectief instrument om concernvennootschappen mee te trekken in de aansprakelijkheid, maar het hof stelt een heldere ondergrens: feitelijk profijt of instrumenteel gebruik is vereist. Louter behoren tot hetzelfde concern is onvoldoende; vennootschappen die geen rol hebben gespeeld in het onrechtmatig handelen worden niet veroordeeld.

Het hof neemt feitelijke vaststellingen uit een strafrechtelijk vonnis zonder nadere toetsing over voor de civielrechtelijke aansprakelijkheidsoordelen. Voor de praktijk betekent dit dat een strafrechtelijke veroordeling van een bestuurder in een civiele aansprakelijkheidsprocedure als aanvullende bewijsbron kan worden ingezet, zonder dat de civiele rechter die vaststellingen opnieuw toetst. Het is dan ook van belang eventuele strafrechtelijke procedures actief te monitoren.

C. Stukker, augustus 2026

Details

ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2026:4226
Gerechtelijke instantie: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak: 30 juni 2026

Delen via
Contact

Heb je een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Contact opnemen

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.