In een recente uitspraak van de rechtbank Gelderland heeft de rechtbank geoordeeld dat werknemers die langdurig arbeidsongeschikt zijn ook na afloop van de 104 weken loondoorbetalingstermijn nog steeds volledige vakantierechten opbouwen. Deze uitspraak zal voor veel werkgevers een doorn in het oog zijn.
Op basis van de wet heeft een werknemer tijdens ziekte gedurende twee jaar recht op loondoorbetaling. In diezelfde periode bouwt de werknemer vakantiedagen op. Na twee jaar stopt de opbouw van vakantierechten volgens de huidige wettelijke regeling. De rechtbank Gelderland oordeelde onlangs echter dat deze beperking in strijd is met Europees recht. De kantonrechter bepaalde dat werknemers tijdens de gehele ziekteperiode vakantie-uren blijven opbouwen, ook nadat het recht op loon is geëindigd.
De zaak: lasser met motorongeluk
In de zaak die zich voordeed ging het om een lasser die sinds 1995 in dienst was van een machinefabriek. Na een motorongeluk in 2019 meldde hij zich ziek. Het UWV verlengde de loondoorbetalingsplicht met een jaar tot maart 2024, omdat de werkgever zijn re-integratieverplichtingen onvoldoende was nagekomen. Aansluitend ontving de werknemer een IVA-uitkering wegens duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid.
Toen de werknemer zijn werkgever vroeg om het dienstverband te beëindigen met uitbetaling van de transitievergoeding en eindafrekening, werd alleen de opgebouwde vakantietoeslag uitbetaald. De werknemer stapte vervolgens naar de rechter en vorderde ontbinding van de arbeidsovereenkomst, een transitievergoedingvergoeding en uitbetaling van opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen.
Het oordeel: slapend dienstverband en Xella-vergoeding
De kantonrechter stelde vast dat sprake was van een slapend dienstverband. De werknemer had namelijk al sinds 2019 geen arbeid meer verricht en herplaatsing was niet mogelijk. De werkgever had daarom op grond van goed werkgeverschap moeten instemmen met beëindiging van het dienstverband onder toekenning van een vergoeding. Deze vergoeding wordt ook wel de Xella-vergoeding genoemd en is gelijk aan de transitievergoeding die verschuldigd zou zijn op de dag dat de werkgever de arbeidsovereenkomst van de werknemer had kunnen (doen) beëindigen, doorgaans na twee jaar ziekte.
Daarnaast wees de kantonrechter dus de vordering tot betaling van vakantiedagen toe, welk saldo niet was gestopt met opbouwen nadat de loondoorbetalingsverplichting was verstreken.
Gevolgen voor werkgevers
Voor werkgevers kan dit verstrekkende gevolgen hebben, vooral in situaties waarin:
- het dienstverband na twee jaar ziekte slapend wordt gehouden;
- beëindiging wordt uitgesteld omdat het UWV nog geen WIA-beslissing heeft genomen en de werknemer daarom niet meewerkt aan het sluiten van een vaststellingsovereenkomst;
- de arbeidsovereenkomst pas na toestemming van het UWV wordt opgezegd en de einddatum als gevolg van het in acht moeten nemen van de opzegtermijn verder opschuift.
Praktisch advies: snel handelen
Hoewel – als het goed is – inmiddels hoger beroep is ingesteld tegen deze uitspraak omdat hier vraagtekens bij kunnen worden gezet, is het belang voor werkgevers om een dienstverband na twee jaar ziekte zo snel mogelijk te beëindigen door deze uitspraak nog groter geworden. Door zo spoedig mogelijk na het verstrijken van het tijdens ziekte geldende opzegverbod (twee jaar) over te gaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst, kunnen onnodige kosten worden voorkomen.