Contact opnemen
Arbeidsrecht 08 december 2025

Uitspraak Hoge Raad: Uitzendarbeid moet echt tijdelijk zijn

Leestijd: 4 minuten | Auteur: Iris Vermeulen

De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat uitzendarbeid daadwerkelijk een tijdelijk karakter moet hebben. Dit volgt rechtstreeks uit de Europese Uitzendrichtlijn en is relevant voor organisaties die uitzendkrachten langdurig inzetten. Een algemene behoefte aan flexibiliteit is volgens de Hoge Raad onvoldoende om langdurige inlening objectief te rechtvaardigen.

In deze zaak ging het om een uitzendkracht die bijna dertien jaar onafgebroken bij Upfield (voorheen Unilever) werkte als productiemedewerker. Volgens Upfield vulde hij tijdelijke bezettingsgaten op en maakte hij deel uit van de ‘flexibele schil’. Toen de fabriek in 2022 werd gesloten, konden vaste medewerkers aanspraak maken op voorzieningen uit het sociaal plan, maar voor de uitzendkracht gold dat niet. De uitzendkracht stelde dat hij jarenlang structurele werkzaamheden verrichtte en dat de uitzendconstructie in strijd was met de Uitzendrichtlijn. In deze procedure verzoekt hij daarom onder meer een verklaring voor recht dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met Upfield en vordert hij diverse vergoedingen, waaronder achterstallig loon, een gefixeerde schadevergoeding en aanspraken uit het sociaal plan.

De rechtbank en het gerechtshof oordeelden dat de flexibiliteitsbehoefte van Upfield voldoende was om de langdurige inzet te verklaren. De Hoge Raad ziet dat anders. Uitzendarbeid moet per definitie tijdelijk zijn, ongeacht of het gaat om één doorlopende opdracht of een reeks opeenvolgende opdrachten. Wanneer de inzet langer duurt dan redelijkerwijs als tijdelijk kan worden aangemerkt en een objectieve rechtvaardiging ontbreekt, kan sprake zijn van misbruik van opeenvolgende uitzendovereenkomsten (artikel 5 lid 5 Uitzendrichtlijn). Een algemene wens om flexibel te kunnen opereren is daarvoor niet genoeg. Juist het langdurige karakter van de inzet laat volgens de Hoge Raad zien dat sprake was van een structurele behoefte. 

Omdat het gerechtshof deze maatstaf onjuist had toegepast, vernietigt de Hoge Raad het arrest en wordt de zaak verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. De Hoge Raad laat zich niet uit over de rechtsgevolgen van het schenden van het tijdelijke karakter, zodat het vervolg van de procedure nog van belang zal zijn voor de praktijk. 

Hoewel de wet geen maximumduur kent voor uitzendarbeid bij één inlener, bepaalt de Uitzendrichtlijn dat uitzendkrachten niet permanent mogen worden ingezet. Uit rechtspraak van het Europese Hof van Justitie volgt dat de rechter moet toetsen of achtereenvolgende opdrachten bedoeld zijn om het tijdelijke karakter van uitzendwerk te omzeilen, gezien het doel van de richtlijn om de toegang van uitzendkrachten tot een vaste baan bij de inlenende onderneming te bevorderen. 

Deze uitspraak benadrukt dat langdurige inzet van uitzendkrachten niet ongemerkt kan voortbestaan. Organisaties doen er goed aan hun flexibele schil kritisch te beoordelen en te bezien of inzet op uitzendbasis daadwerkelijk tijdelijk en objectief gerechtvaardigd is. Mocht je binnen je eigen organisatie twijfels hierover hebben, dan kunnen wij je hierover uiteraard adviseren. 

Delen via

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.