Contact opnemen
Arbeidsrecht 25 maart 2025

Kabinet gaat aan de slag met nieuw arbeidsongeschiktheidsstelsel

Leestijd: 6 minuten

Het Nederlandse stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid staat al geruime tijd onder druk. Het wordt als complex ervaren, mensen moeten te lang wachten op hun WIA-(her)beoordeling en de instroom in de WIA blijft groeien, wat de betaalbaarheid van de WIA op lange termijn onder druk kan zetten. De urgentie om de knelpunten die worden ervaren op te lossen is groot, maar er zijn helaas geen eenvoudige ingrepen voorhanden waarmee dat kan. Toch is het kabinet van plan om op korte termijn een aantal maatregelen te nemen om het stelsel te verbeteren en te vereenvoudigen.

Onderstaande opsomming is een greep uit de mogelijke maatregelen op de korte termijn.

  1. Afschaffen IVA-uitkering en WGA-vervolguitkering. Binnen de WIA bestaan momenteel verschillende uitkeringsregimes: een regeling voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn beoordeeld (IVA) en een regeling voor wanneer de arbeidsongeschiktheid gedeeltelijk is of niet als duurzaam kan worden beoordeeld (WGA). Ook is er binnen de WGA een verder onderscheid tussen een regeling waar je onder valt als je meer dan 50% van je resterende verdiencapaciteit verdient (loonaanvullingsuitkering) en een regeling wanneer dat niet zo is (vervolguitkering). Het kabinet wenst over te gaan naar één WIA-uitkeringsregime met twee soorten uitkeringen. Zowel de IVA-uitkering als de WGA-vervolguitkering worden daarom mogelijk afgeschaft. In plaats van een vervolguitkering krijgen mensen dan een loonaanvullingsuitkering. In geval van afschaffing van de IVA-uitkering komt een lastig en tijdrovend onderdeel van de claimbeoordeling, te weten het voorspellen of iemand daadwerkelijk duurzaam arbeidsongeschikt is of niet, te vervallen. Dit zal ertoe leiden dat verzekeringsartsen meer claimbeoordelingen kunnen uitvoeren, waarmee de wachttijden voor sociaal-medische beoordelingen verkort kunnen worden. Door het huidige verschil tussen IVA en WGA lijken de inspanningen van de werkgever en de werknemer zich bovendien niet in alle gevallen te focussen op re-integratie in eigen of ander werk, maar soms op doorstroom naar de IVA. Het opheffen van het onderscheid tussen WGA en IVA betekent dat een grotere groep mensen onder het re-integratieregime van de WGA komt te vallen, wat naar verwachting een positief effect heeft op de participatieprikkel.

  2. Verlaging WIA-drempel naar 25% of 15%. Momenteel is het zo dat iemand die minder dan 35% van zijn inkomen verliest door ziekte of een beperking niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. Bij de invoering van de WIA werd aangenomen dat het voor de groep 35-minners mogelijk zou zijn om weer aan het werk te gaan. In de praktijk blijkt echter dat een groot deel van de groep 35-minners niet aan het werk is. Daarom wordt de mogelijkheid onderzocht om de WIA-drempel te verlagen naar 25% of zelfs naar 15%. Hierdoor kan eerder aanspraak worden gemaakt op een WIA-uitkering. De financiële gevolgen van deze aanpassing zijn enorm. Bovendien wordt de toestroom in de WIA hierdoor alleen maar groter. Het UWV kampt nu al met enorme achterstanden. Dat probleem zal door deze wijziging alleen maar groter worden. Mede gelet hierop is het nog maar de vraag of dit voorstel het gaat halen.

  3. Doorbelasten WIA-uitkeringslasten. Als de IVA-uitkering wordt afgeschaft, stijgen voor veel werkgevers de lasten. WGA-uitkeringen worden immers grotendeels doorbelast aan (ex-)werkgevers, terwijl de IVA wordt gefinancierd via het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Het kabinet stelt daarom voor om werkgevers tegemoet te komen door de Aof-premie te verlagen en de periode waarin de WGA wordt doorbelast aan werkgevers te verkorten van tien naar vijf jaar.

Eerder is ook gesproken over de mogelijkheid om een ontslagverbod in het leven te roepen voor werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt worden beoordeeld. Daarvan heeft de minister nu gezegd dat hij dit niet ziet zitten. Hetzelfde geldt voor een verkorting van de tijdens ziekte geldende loondoorbetalingsperiode van 104 weken. Ook dat ziet de minister in ieder geval voorlopig niet zitten.

Wij merken op dat het kabinet behoorlijke ambities heeft met betrekking tot het verbeteren en vereenvoudigen van het huidige stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid gedurende deze kabinetsperiode. Alle hierboven genoemde voorstellen zijn echter nog niet concreet gemaakt en zijn nog zeker niet definitief. Het is afwachten of, en zo ja in welke mate, de voorstellen de komende periode verder zullen worden geconcretiseerd. Wat ons betreft is het zonde dat de doorbetalingsverplichting tijdens ziekte niet verkort wordt. Internatinaal gezien is is deze twee jaar erg lang te noemen.

Delen via

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.