Contact opnemen
Arbeidsrecht 25 maart 2025

Belangrijk arrest Hoge Raad m.b.t. kwalificatievraag: Uber-arrest

Contact opnemen
Leestijd: 4 minuten

Op 21 februari 2025 wees de Hoge Raad opnieuw een belangrijk arrest over de gezichtspunten om te bepalen of tussen een werker en werkende een arbeidsovereenkomst bestaat. De aanleiding hiervan was de volgende.

In het Deliveroo-arrest uit 2023 oordeelde Hoge Raad dat de vraag of sprake is van een opdrachtovereenkomst of van een arbeidsovereenkomst afhangt van alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoort volgens de Hoge Raad ook of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen.

In de zaak die speelt tussen de FNV en Uber, waarin partijen al lange tijd discussiëren over de vraag of de taxichauffeurs van Uber die op basis van een opdrachtovereenkomst werkzaam zijn als zzp’er of als werknemer moeten worden aangemerkt, heeft het gerechtshof in hoger beroep prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad over de rol van het gezichtspunt ‘’ondernemerschap’’ bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een arbeidsrelatie. Een prejudiciële vraag is een vraag van een rechtbank of gerechtshof aan de Hoge Raad over de uitleg van een rechtsregel.

In het Uber-arrest van 21 februari 2025 heeft de Hoge Raad de prejudiciële vragen die het hof hem heeft gesteld beantwoord. De Hoge Raad overweegt dat uit het Deliveroo-arrest volgt dat alle omstandigheden van het geval bij de kwalificatievraag moeten worden betrokken. Tussen de omstandigheden die van belang kunnen zijn is geen rangorde aangebracht. Voor zo’n rangorde ziet de Hoge Raad ook nu geen aanleiding. Ook de omstandigheid of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen (‘’ondernemerschap’’), is niet als zodanig van ander gewicht dan de andere genoemde omstandigheden. Niet uit te sluiten valt dus dat het voor het antwoord op de vraag of een overeenkomst te kwalificeren is als arbeidsovereenkomst, verschil maakt of in aanmerking wordt genomen of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Ook andere omstandigheden – los van de contractuele relatie – kunnen van belang zijn, zoals de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt. Het kan daardoor zo zijn dat de arbeidsrelatie ten aanzien van hetzelfde werk, verricht ten behoeve van dezelfde opdrachtgever/werkgever, ten aanzien van werkenden die zich in het economisch verkeer wél en niet als ondernemer gedragen, anders is te kwalificeren. Als de omstandigheden op het werk dus exact hetzelfde zijn, kan dit maken dat de ene werker wel werkt op basis van een arbeidsovereenkomst en de andere werker niet.

Houd er rekening mee dat er op dit moment een wetsvoorstel is ingediend op basis waarvan het ‘extern’ ondernemerschap een minder zware rol speelt bij de kwalificatie van een overeenkomst. Dit wetsvoorstel moet echter nog behandeld worden in de Tweede en Eerste Kamer. Zolang dit voorstel niet is aangenomen, geldt dat de factor ondernemerschap een factor is die wel degelijk van belang is bij de beoordeling of al dan niet sprake is van een arbeidsrelatie.

Delen via

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.