Contact opnemen
Arbeidsrecht 28 april 2016

Occupational health physician receives reprimand

In januari 2016 heeft het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag, het hoogste medische tuchtcollege in Nederland, een uitspraak gedaan in een zaak, waarin door een werknemer een aantal klachten is ingediend tegen een bedrijfsarts. 

De bedrijfsarts in kwestie trok op basis van een onvolledig onderzoek een ongefundeerde conclusie. Hij stelde dat het ziekteverzuim van de werknemer het gevolg was van een arbeidsconflict, terwijl er medische redenen voor het verzuim waren.

Taak bedrijfsarts

Het Centraal Tuchtcollege stelt in het algemeen dat de beoordeling van de geschiktheid van een werknemer voor het eigen werk een ingewikkelde taak is, waarbij in de diagnostiek rekening moet worden gehouden met enerzijds de medische beperkingen en anderzijds een eventueel arbeidsconflict op de werkvloer. Dit vereist een zorgvuldige beoordeling door de bedrijfsarts, waarbij hij zijn onafhankelijkheid ten opzichte van beide partijen dient te bewaken. Bij het vermoeden van een arbeidsconflict dient de bedrijfsarts het principe van wederhoor toe te passen en contact op te nemen met de werkgever.

Onzorgvuldig medisch onderzoek

Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de bedrijfsarts tijdens het consult op 24 maart 2014 en in zijn daarop volgende advies aan de werkgever van 28 maart 2014 de benodigde zorgvuldigheid niet in acht heeft genomen. Uit het door de werknemer gemaakte, en door de bedrijfsarts niet weersproken verslag van het consult, maakt het Centraal Tuchtcollege op dat de bedrijfsarts niet of nauwelijks luisterde naar de werknemer, klachten niet heeft uitgevraagd, niet heeft gevraagd naar medicatiegebruik en geen enkel lichamelijk onderzoek heeft gedaan.

Het uitblijven van lichamelijk onderzoek kan op zichzelf verdedigbaar zijn, mits helder is dat voldoende geïnformeerd is naar de aard en de ernst van de klachten en de ondervonden beperkingen, om zodoende een gewogen oordeel over die klachten te kunnen geven. Daarvan is echter geen sprake geweest. Uit het gesprekverslag kan niet worden opgemaakt dat de bedrijfsarts heeft doorgevraagd naar de aard en de ernst van de rugklachten en de beperkingen die de werknemer daardoor ondervond, ondanks dat daartoe alle reden was nu de werknemer had meegedeeld dat hij al een aantal weken rugklachten had en daarvoor viermaal daags medicatie gebruikte. Bij gebrek aan essentiële informatie over de rugklachten die de bedrijfsarts had behoren te vergaren, kon hij geen gewogen oordeel geven over de door de werknemer ondervonden rugklachten.

Geen arbeidsconflict

Tevens heeft de bedrijfsarts nagelaten om contact met de werkgever op te nemen om het vermoeden van een arbeidsconflict te controleren. De bedrijfsarts ging uit van de veronderstelling dat de klachten van de werknemer door het werk veroorzaakt waren. Deze vooringenomenheid heeft de bedrijfsarts tijdens het consult niet gecorrigeerd, zelfs niet nadat de werknemer uitdrukkelijk aangaf dat het arbeidsconflict dat in 2013 speelde, al was opgelost. Vervolgens heeft de bedrijfsarts op basis van dit gebrekkige consult een niet onderbouwd advies aan de werkgever afgegeven. De bedrijfsarts heeft nagelaten inzichtelijk te maken hoe hij tot zijn conclusie is gekomen. Om die reden kan niet geoordeeld worden dat de bedrijfsarts in redelijkheid tot zijn conclusie heeft kunnen komen.

Geen toestemming voor contact met huisarts

Verder had de bedrijfsarts niet zonder toestemming van de werknemer contact mogen opnemen met de huisarts van de werknemer. De bedrijfsarts stelt zich op het standpunt dat hij wel toestemming had. Hij gebruikte daarvoor een 8 maanden oude machtiging van de werknemer. Normaal gesproken gebruikt hij een machtigingstermijn van 6 maanden, maar deze bedrijfsarts ging daar in dit geval overheen, omdat het ernaar uitzag dat dezelfde verzuimreden gold, aldus de bedrijfsarts.

Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege is dit standpunt onjuist. Uit deze handelwijze blijkt eveneens dat de bedrijfsarts vooringenomen was met betrekking tot de klachten van de werknemer. Zonder de werknemer te hebben gezien of gesproken nam hij aan dat de werknemer om dezelfde reden verzuimde als een jaar daarvoor. Bovendien valt de door de bedrijfsarts gegeven reden voor het telefonisch contact met de huisarts, te weten de controle of sprake is van medische redenen voor het afzeggen van twee afspraken door de werknemer, niet onder de reikwijdte van die oude machtiging.

Oordeel Centraal Tuchtcollege

Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de bedrijfsarts ernstig tekort is geschoten. Daarvoor kan hem een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Tevens heeft de bedrijfsarts tijdens de behandeling van de klacht ter zitting naar voren gebracht dat hij “het zo weer zou doen”, waardoor het Centraal Tuchtcollege concludeert dat de bedrijfsarts geen inzicht heeft in het foutieve van zijn handelen en de gevolgen daarvan voor de werknemer. In het licht van een eerder (in 2008) aan de bedrijfsarts opgelegde tuchtrechtelijke maatregel (waarschuwing) baart dit zorgen. Daarom acht het Centraal Tuchtcollege een berisping op zijn plaats.

De hierboven behandelde zaak speelde tussen de werknemer en de bedrijfsarts, maar uiteraard kan ook de vraag worden opgeworpen welke mogelijkheden een werkgever in zo’n situatie heeft. Een werkgever kan door een dergelijke onzorgvuldige handelwijze van de bedrijfsarts schade lijden. De werkgever loopt bijvoorbeeld het risico van een loonsanctie door het UWV, wanneer hij het re-integratietraject van de werknemer inzet op basis van een onjuist advies van de bedrijfsarts. In zo’n situatie kan de werkgever de bedrijfsarts aansprakelijk stellen voor zijn schade.

Delen via

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.