Ontnemen van stemrechten (5/6)
De wet bepaalt dat pandhouders (2:89 lid 3 BW) en vruchtgebruikers (2:197 lid 3 BW) stemrechten kunnen hebben als dit bij de vestiging van het pandrecht of nadien schriftelijk is vastgelegd. Op grond van artikel 2:342 BW kan het stemrecht van de pandhouders en vruchtgebruikers onder bepaalde omstandigheden hen afgenomen worden. Dit artikel maakt onderdeel uit van de regeling om conflicten in een rechtspersoon op te lossen, de geschillenregeling, en valt dus onder afdeling 1 van titel 8 boek 2 BW.
Het concrete doel van deze regeling is om het belang van een vennootschap te beschermen tegen gedragingen van pandhouders en vruchtgebruikers met een stemrecht die dat belang ernstig schaden. Zij benadelen dus het succes van de onderneming. Het moet in het kort gaan om gedragingen van de stemgerechtigde. Er moet schade zijn aan het vennootschappelijk belang. De schade moet zodanig erg zijn dat van de stemgerechtigde redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat hij of zij zijn rechten blijft uitoefenen. Die redelijkheidstoets vereist dus een belangafweging.
Indieningsvereiste voor het verzoekschrift
De wet stelt eisen aan het doen van een verzoek bij de Ondernemingskamer om stemrechten te ontnemen. Het verzoek kan slechts worden ingediend door houders van aandelen die alleen of gezamenlijk tenminste één derde van het geplaatste kapitaal verschaffen aan een vennootschap. Het geplaatste kapitaal omvat het aantal aandelen dat de vennootschap heeft uitgegeven. Deze procedure bij de Ondernemingskamer vereist een advocaat.
Ernstig schaden van het vennootschappelijk belang?
Zoals in het kort al is besproken, zijn er drie vereisten verbonden aan het toebrengen van schade aan het vennootschappelijk belang door een vruchtgebruiker of pandhouder. Het moet gaan om:
1. Gedragingen van de stemgerechtigde
Het moet gaan om concrete handelingen of nalatigheden van een stemgerechtigde in zijn hoedanigheid als pandhouder of vruchtgebruiker. Dit wordt ook wel het hoedanigheidsvereiste genoemd. In tegenstelling tot de uitstotingsprocedure blijft bij het ontnemen van stemrechten, onder de Wagevoe, dit hoedanigheidsvereiste volledig van toepassing. Belangrijk is dat een pandhouder of vruchtgebruiker in zijn hoedanigheid als pandhouder of vruchtgebruiker schade aan het belang van de vennootschap toebrengt.
2. Er moet schade zijn aan het vennootschappelijk belang
Wat is het vennootschappelijk belang? De gedragingen moeten dermate ernstig zijn dat het functioneren of de continuïteit van de vennootschap in gevaar komt. Denk hierbij aan het blokkeren van noodzakelijke bestuursbesluiten of het misbruiken van stemrechten ten gunste van het persoonlijk belang van de (rechts)persoon die stemgerechtigd is. De statuten van een rechtspersoon kunnen namelijk soms bepalen dat bepaalde besluiten de goedkeuring vereisen van de aandeelhoudersvergadering. Een stemgerechtigde pandhouder of vruchtgebruiker kan zo bepaalde besluiten blokkeren.
3. De schade moet van een zodanige ernst zijn dat het in redelijkheid niet kan worden geduld dat een stemgerechtigde zijn rechten blijft uitoefenen
Voor een antwoord op de vraag of een stemgerechtigde zijn rechten mag blijven uitoefenen kijkt de Ondernemingskamer naar wat redelijk is. Dit is de redelijkheidstoets. De Ondernemingskamer dient hier een afweging te maken tussen het belang van de vennootschap en het recht van de stemgerechtigde om zijn stemrecht te blijven uitoefenen.
Een verzoek tot het ontnemen van stemrechten wordt slechts terughoudend toegepast, gezien de ingrijpende gevolgen voor de rechten van een stemgerechtigde. Zo volgt uit een conclusie van het Parket bij de Hoge Raad 13 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1345 ten behoeve van de uitspraak van de Hoge Raad ECLI:NL:HR:2020:588 dat enkel het gebruik van stemrechten door een pandhouder om aandelen uit te winnen niet automatisch kan leiden tot het ontnemen van die stemrechten. De gedragingen moeten concrete schade toebrengen aan het belang van de vennootschap.
Bent u stemgerechtigd pandhouder of vruchtgebruiker en herkent u zich in een van deze situaties? Damsté biedt jaren ervaring en specialistische kennis bij dergelijke procedures om u te begeleiden bij een enquêteprocedure. Bij vragen neem contact op Martien Bruintjes, advocaat Handels- en ondernemingsrecht.
Bekijk ook eens onze andere artikelen uit deze reeks over de geschillenregeling en de enquêteprocedure: