Afwijzing uittredings- en enquêteverzoek. Uittredingsverzoek is geen algemeen uittreedrecht. Algemene overwegingen OK over samenloop enquête- en geschillenprocedure en voorzieningen in beide procedures. Met wenk
De OK wijst het uittredingsverzoek en het enquêteverzoek van een minderheidsaandeelhouder en voormalig werknemer van een vennootschap af. Zij was niet verplicht tot de aandeelhoudersovereenkomst toe te treden en wist bij toetreding dat de grootaandeelhouder controlerende zeggenschap had. De grootaandeelhouder en de vennootschap hebben eenzijdig hun concurrentie- en relatiebedingen beperkt tot 26 met naam genoemde klanten.
Die beperking leidt tot het oordeel dat de bedingen alleszins redelijk zijn, gezien het belang van de vennootschap om haar klantenbestand te beschermen. De OK splitst de samenhangende vorderingen over de resterende bedingen af naar de kantonrechter. De OK komt in de beschikking bovendien met een aantal relevante overwegingen in algemene zin over de samenloop van de enquête- en geschillenprocedure en de maatstaf van de onmiddellijke respectievelijk voorlopige voorzieningen in beide procedures.
Zij overweegt onder meer dat voor zover een verzoeker, verweerder of belanghebbende in de geschillenprocedure de OK in staat wenst te stellen een andere voorziening te treffen dan die waarom is verzocht, het niet nodig is een specifiek daarop gericht enquêteverzoek te doen. Met wenk.
Partijen
De volgende partijen zijn betrokken bij de procedure: [verzoekster], minderheidsaandeelhouder en voormalig werkneemster, als verzoekster tegen In Domo Consulting B.V. (‘In Domo’), de vennootschap, en Russel Square Holding B.V. (‘Russel Square’), de grootaandeelhouder (indirect gehouden door WPP), als verweersters. In Domo en Russel Square hebben ieder een zelfstandig tegenverzoek ingesteld.
Feiten
In Domo is een marketingadviesbureau. WPP houdt via Russel Square indirect 56% van de aandelen in In Domo. Verzoekster is op 1 januari 2021 bij In Domo in dienst getreden en heeft op 22 november 2021 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. Deze bevat een relatiebeding: verzoekster mag gedurende een jaar na uitdiensttreding niet direct of indirect werkzaam zijn voor of ten behoeve van klanten van In Domo.
In juni 2025 verwerft verzoekster ruim 10% van de aandelen in In Domo. Zij treedt daarvoor toe tot de bestaande aandeelhoudersovereenkomst (‘de Overeenkomst’) uit 2020. De Overeenkomst bevat onder meer een relatiebeding (art. 17.1) dat, kort gezegd, geldt gedurende 24 maanden na een door Russel Square nader te bepalen ‘Relevant Date’.
Ook bevat de Overeenkomst een bepaling (art. 16.1) die Russel Square gedurende vijf jaar na sluiten van de Overeenkomst verplicht geen onzakelijke transacties met WPP-groepsvennootschappen of derden toe te staan. Bij toetreding van verzoekster wordt een nieuw concurrentiebeding (art. 17.3B) toegevoegd. Deze verbiedt verzoekster om, bij het ontbreken van toestemming van Russel Square, diensten te verrichten die concurreren met die van groepsvennootschappen.
In het najaar van 2025 besluit verzoekster In Domo te verlaten om een eigen marketingadviesbureau te beginnen en zij bevestigt haar ontslag. Er ontstaan vervolgens vanaf eind november 2025 fricties over onder meer de reikwijdte van de concurrentie- en relatiebedingen. Verzoekster biedt haar aandelen aan Russel Square aan, die daarin niet is geïnteresseerd. Overleg biedt geen uitkomst.
Bij brief van 12 maart 2026 beperkt Russel Square eenzijdig en onvoorwaardelijk de reikwijdte van de bedingen: zij doet afstand van het non-concurrentiebeding (art. 17.3B), beperkt de definitie van ‘Clients’ in het relatiebeding (art. 17.1) tot 26 met naam genoemde klanten, en stelt de Relevant Date op 1 januari 2026. Bij brief van 13 maart 2026 beperkt In Domo het relatiebeding in de arbeidsovereenkomst tot dezelfde 26 cliënten.
Stellingen partijen
Verzoekster stelt het volgende: (i) de relatie- en concurrentiebedingen belemmeren haar structureel; (ii) zij is zonder juridische bijstand tot de Overeenkomst toegetreden terwijl In Domo en Russel Square wel werden bijgestaan; (iii) niemand is bereid haar aandelen over te nemen; (iv) zij kan geen invloed op het beleid uitoefenen en Russel Square gebruikt haar overheersende positie in strijd met het vennootschapsbelang van In Domo; (v) Russel Square/WPP als gelieerde partij kan op onzakelijke voorwaarden activa aan In Domo onttrekken; (vi) de bescherming van artikel 16.1 van de Overeenkomst is na vijf jaar vervallen; (vii) de informatievoorziening aan minderheidsaandeelhouders schiet tekort; en (viii) de concurrentiebedingen zijn nietig wegens strijd met artikel 101 VWEU en artikel 6 Mw. In Domo en Russel Square betwisten dit gemotiveerd en wijzen erop dat verzoekster uit vrije wil is toegetreden en dat de bedingen inmiddels eenzijdig zijn beperkt tot 26 met naam genoemde klanten.
Verzoekster verzoekt de OK onder meer de relatie- en concurrentiebedingen bij wijze van voorlopige of onmiddellijke voorziening te schorsen en in de hoofdzaak nietig te verklaren, Russell Square en/of In Domo te bevelen de aandelen van verzoekster over te nemen tegen een door de OK te bepalen prijs en een enquête te gelasten naar het beleid en de gang van zaken van In Domo.
Oordeel
De OK wijst de verzoeken af. Verzoekster was niet verplicht te participeren en wist dat Russel Square destijds controlerend meerderheidsaandeelhouder was en dat die controle niet was ingeperkt. Daarnaast had het op haar weg gelegen zich te laten adviseren. Door de beperking tot 26 klanten ziet de OK het relatiebeding als alleszins redelijk.
In Domo heeft een gerechtvaardigd belang bij bescherming van haar klantenbestand. Het beroep op nietigheid wegens strijd met artikel 101 VWEU/artikel 6 Mw is onvoldoende concreet onderbouwd en die vraag is voorbehouden aan de civiele rechter. Dat artikel 16.1 is vervallen doet niet af aan de bescherming die minderheidsaandeelhouders ontlenen aan artikel 2:8 en 2:239 lid 6 BW. Bovendien heeft verzoekster onvoldoende feitelijk gesteld dat daadwerkelijk activa worden onttrokken.
Ook de omstandigheden dat niemand haar aandelen wil kopen en de verhoudingen zijn verzuurd, kunnen niet bijdragen aan toewijzing. De geschillenregeling behelst geen algemeen uittreedrecht voor werknemers/aandeelhouders die op eigen initiatief ontslag nemen.
Ten aanzien van het enquêteverzoek oordeelt de OK dat onenigheid over een onverwacht vertrek op zichzelf niet genoeg is voor twijfel aan een juist beleid. Iedere rechtspersoon is vrij haar organisatie naar eigen inzicht in te richten (ECLI:NL:HR:2018:652, HR Boskalis/Fugro). Het is niet onredelijk dat aan Russel Square als meerderheidsaandeelhouder zeggenschapsrechten toekomen, en het argument van verzoekster dat sprake is van strijd met het vennootschapsbelang van In Domo doordat rekening wordt gehouden met het WPP-groepsbelang is onvoldoende concreet onderbouwd.
Dat gedurende de eerste maanden van het aandeelhouderschap geen algemene vergadering is gehouden, is normaal en verzoekster heeft zelf niet gereageerd op mails die om opmerkingen vroegen. Ten aanzien van de mededingingsrechtelijke klacht is voor artikel 17.3B afstand van recht gedaan en is de reikwijdte van artikel 17.1 materieel en temporeel aanzienlijk beperkt. Voor het overige is de vraag naar nietigheid voorbehouden aan de civiele rechter.
Nu beide hoofdverzoeken worden afgewezen, bestaat evenmin grond voor onmiddellijke of voorlopige voorzieningen. De OK merkt in algemene zin op dat de maatstaven voor beide type voorzieningen niet veel uit elkaar lopen. Voor onmiddellijke voorzieningen in de enquêteprocedure geldt de maatstaf van ECLI:NL:HR:2014:1652 (HR Novero). Voor voorlopige voorzieningen in de geschillenprocedure geldt of het noodzakelijk is, vooruitlopend op de uitkomst, ordemaatregelen te treffen op basis van een weging van alle omstandigheden en belangen (ECLI:NL:GHAMS:2023:583).
De OK is bevoegd andere voorzieningen te treffen dan waarom is verzocht, mits dit voldoende gemotiveerd wordt en niet ingaat tegen de strekking of kenbare bedoeling van het verzoek (zie ECLI:NL:HR:2002:AE8338 en ECLI:NL:HR:2007:AZ8210). Voor zover een partij de OK in staat wil stellen een andere voorziening te treffen dan verzocht, is daarvoor geen specifiek daarop gericht enquêteverzoek nodig.
Wenk
De OK wijst het uittredingsverzoek en het enquêteverzoek van verzoekster af. Deze beschikking illustreert de grenzen van de wettelijke geschillenregeling. Die biedt geen algemeen uittreedrecht voor een minderheidsaandeelhouder/werknemer die op eigen initiatief vertrekt. Daarbij biedt een eenzijdige beperking van een relatie- en/of concurrentiebeding een grond om een eerder te ruim beding redelijk te maken. De uitspraak geeft verder aan dat de OK buiten het verzochte om een andere (onmiddellijke of voorlopige) voorziening mag treffen.
M.P. Bruintjes, juli 2026
Details
ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2026:1473
Gerechtelijke instantie: Ondernemingskamer
Datum uitspraak: 26 mei 2026
Heb je een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.