Contact opnemen
German Desk / Duits recht Internationaal 26 oktober 2026

Duits testament door Nederlandse notaris: BGH bevestigt geldigheid

Leestijd: 4 minuten | Auteur: Doris Klüsener

Het Bundesgerichtshof (BGH) heeft in zijn arrest van 21 januari 2026 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een testament dat door een Nederlandse kandidaat-notaris op Duits grondgebied is opgesteld. De uitspraak raakt centrale vraagstukken van het internationaal erfrecht, het Haags Testamentvormenverdrag 1961 en de Duitse ordre public aan.

De zaak

Een Nederlandse staatsburger met gewone verblijfplaats in Duitsland had in 2020 een notarieel testament opgesteld, waarin hij zijn kleinzoon als enige erfgenaam heeft aangewezen. Enkele weken voor zijn overlijden liet hij een nieuw testament door een Nederlandse kandidaat-notaris op zijn woonplaats in Duitsland notarieel vastleggen.

Daarin herriep hij het eerste testament, benoemde hij zijn gescheiden echtgenote tot enige erfgename en koos hij voor het Nederlandse recht. De gepasseerde kleinzoon spande in Duitsland een rechtszaak aan om vast te stellen dat hij de enige erfgenaam was.

Hij stelde met name dat de Nederlandse kandidaat-notaris niet op Duits grondgebied een testament had mogen opstellen.

De uitspraak

Het BGH wees het cassatieberoep van de kleinzoon af en bevestigde de geldigheid van het tweede testament (BGH, IV ZR 40/25, gepubliceerd in NJW 2026, blz. 1745 e.v.).

Vormgeldigheid volgens het Haags Testamentvormenverdrag 1961

Het BGH heeft vastgesteld dat de kwestie van de vormgeldigheid van het testament wordt bepaald door het Haags Testamentvormenverdrag 1961, dat via artikel 75 van de Europese Erfrechtverordening van toepassing is. Volgens dit Haags Verdrag is een testament vormgeldig indien het voldoet aan het recht van de staat van de nationaliteit van de erflater.

Aangezien de erflater de Nederlandse nationaliteit had, verwees het Verdrag naar het Nederlandse recht – met inbegrip van het Nederlandse recht voor notarissen.

Schending van het territorialiteitsbeginsel

De Nederlandse kandidaat-notaris heeft in strijd gehandeld met artikel 13 van de Wet op het notarisambt, dat notariële handelingen door Nederlandse notarissen uitsluitend op Nederlands grondgebied toestaat. Hiervoor ontving zij ook een tuchtrechtelijke waarschuwing.

Geen nietigheid

De vraag rees of het testament desondanks rechtsgeldig was opgesteld. Het BGH heeft bevestigd dat ook de rechtsgevolgen van een vormfout onderworpen zijn aan het vormstatuut – in dit geval dus het Nederlandse recht.

Het Hof van beroep (Oberlandesgericht) had op basis van een ingewonnen deskundigenrapport over het Nederlandse recht vastgesteld dat deze overtreding volgens het Nederlandse recht uiteindelijk noch tot nietigheid, noch tot ongeldigheid van het nieuwe testament leidt.

Geen schending van de Duitse ordre public

De kleinzoon beriep zich bovendien op de Duitse ordre public en een schending van het volkenrechtelijke beginsel van territoriale soevereiniteit. Het BGH liet in het midden of de notariële vastlegging van een testament door een buitenlandse notaris op vreemd grondgebied überhaupt een soevereine handeling in de zin van het volkenrecht vormt.

Voor het BGH was de individuele afweging doorslaggevend: § 11a BNotO sluit de notariële werkzaamheden van buitenlandse notarissen in Duitsland niet volledig uit, maar koppelt deze aan bepaalde voorwaarden. De Nederlandse nationaliteit van de erflater en zijn keuze voor het Nederlandse recht deden de schending in de ogen van het BGH uiteindelijk niet als „onaanvaardbaar" overkomen.

Materiële en formele rechtsgeldigheid/rechtskeuze

Ook inhoudelijk was het betwiste testament geldig, aldus het BGH. De rechtskeuze van de erflater ten gunste van het Nederlandse recht voldoet aan de vereisten van artikel 22 van de Europese Erfrechtverordening, die de erflater de mogelijkheid biedt het recht van zijn nationaliteit te kiezen. De formele geldigheid had het BGH al op basis van het Haags Testamentvormenverdrag 1961 getoetst en bevestigd.

Praktijktips

De uitspraak is van groot belang voor de notariële praktijk en de grensoverschrijdende successieplanning.

Ten eerste maakt zij de reikwijdte van de 'favor testamenti' ook in internationale context duidelijk. Het beginsel van de 'favor testamenti' (letterlijk: ten gunste van het testament) naar Duits recht houdt in dat testamentaire beschikkingen in geval van twijfel zo moeten worden uitgelegd dat zij geldig zijn en de wil van de erflater zoveel mogelijk tot uiting komt.

Het samenspel van de Europese Erfrechtverordening en het Haags Testamentvormenverdrag 1961 heeft er in de onderhavige zaak toe geleid dat een op Duits grondgebied notarieel vastgelegd testament volgens buitenlands recht moet worden beoordeeld. Een procedurele schending die volgens het notariële recht van het land van herkomst niet tot nietigheid leidt, moet ook in eigen land worden aanvaard.

Ten tweede bevestigt het BGH dat de rechtsgevolgen van een vormfout worden bepaald door het vormstatuut – een kwestie die in de Duitse literatuur omstreden was. Deze verduidelijking heeft betekenis die verder reikt dan het individuele geval.

Ten derde toont de uitspraak de grenzen aan van het bezwaar op grond van het orde-public-beginsel. Het loutere feit dat een notariële akte niet voldoet aan de eisen van de wet BNotO, maakt het resultaat niet automatisch „onaanvaardbaar" in de zin van de EU-Erfverordening.

Nu zou men kunnen denken dat het BGH hiermee de Nederlandse notarissen een vrijbrief heeft gegeven om in dergelijke gevallen in Duitse wateren te vissen. Dat is zeker niet het geval. Alleen al de Nederlandse voorschriften verbieden dit. Ook laat deze zaak zien hoe ingewikkeld de juridische toetsing in een individueel geval kan zijn.

De zaak was zelfs tot het hoogste civiele gerecht gekomen.

Advies voor de praktijk

Het is daarom in de praktijk raadzaam om vanaf het begin aan de voorwaarden van § 11a BNotO te voldoen, om geschillen te voorkomen.

Indien u als Nederlandse notaris in Duitsland in het kader van een notariële akte wilt optreden, geldt het volgende beginsel: u mag in Duitsland alleen via collegiale bijstand ondersteuning bieden als een Duitse notaris u daarom vraagt.

Bij het werken in Duitsland moet u zich houden aan de Duitse ambtelijke verplichtingen.

Contact

Voor verdere vragen over het Duits-Nederlandse erfrecht kunt u contact opnemen met onze advocaten voor internationaal erfrecht:

Rechtsanwältin Doris Klüsener E-mail: [email protected] Tel. 0031-6-82305814

Mr. Rebecca Orgel E-mail: [email protected] Tel. 0031-6-30630279

Telefooncentrale: 0031-53-484 0000

Delen via
Contact

Heeft u een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.

Contact opnemen

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.