Contact opnemen
Ondernemingsrecht 05 februari 2026

Tennisvereniging Heino/(oud-)Bestuurders

Leestijd: 5 minuten | Auteur: Rixt Holsbrink

De Tennisvereniging Heino wenst een nieuw clubhuis te bouwen. Daarvoor sluit zij een overeenkomst met een aannemer op ongunstige financiële voorwaarden. Daarnaast loopt de bouw van het clubhuis vertraging op door problemen met de omgevingsvergunning. Nadat 95% van de aanneemsom betaald is door de tennisvereniging, gaat de aannemer failliet. Deze aannemer zal het clubhuis niet meer realiseren. De Tennisvereniging Heino stelt de (oud-)bestuurders aansprakelijk voor de daardoor geleden schade. Het hof oordeelt dat de (oud-)bestuurders niet aansprakelijk zijn. Zij kunnen een beroep doen op de door de algemene ledenvergadering van Tennisvereniging Heino aan hen verleende décharge voor het gevoerde beheer en beleid.

Relevante feiten en omstandigheden

Tennisvereniging Heino (‘de Tennisvereniging’) besluit in 2016 om een nieuw clubhuis te bouwen. De (bestuurders van de) Tennisvereniging sluit(en) daarvoor met een aannemer in de herfst van 2017 een overeenkomst. Voor aanvang van de bouw dient 95% van de aanneemsom betaald te zijn. In november 2017 en januari 2018 verricht de Tennisvereniging twee betalingen.

Tijdens de algemene ledenvergadering op 19 februari 2018 bespreken de leden van de Tennisvereniging de stand van zaken rond de bouw van het clubhuis, de jaarcijfers van 2017, de begroting voor 2018, de meerjarenbegroting voor de jaren 2018-2022 en de betaling van november 2017 aan de aannemer. Aan de penningmeester is vervolgens décharge verleend.

In februari 2018 vraagt de Tennisvereniging een omgevingsvergunning aan voor de bouw van het clubhuis. Een buurman dient bezwaren in bij de gemeente, maar heeft deze uiteindelijk ingetrokken. Daardoor wordt de omgevingsvergunning pas in januari 2019 onherroepelijk. De bouw van het clubhuis loopt vertraging op.

Op 18 maart 2019 vindt een algemene ledenvergadering plaats waar wordt besproken dat 95% van de totale bouwsom inmiddels is betaald aan de aannemer. De algemene ledenvergadering verleent daarnaast de penningmeester décharge voor het gevoerde beleid en beheer.

Tijdens de algemene ledenvergadering op 13 januari 2020 wordt doorgenomen dat de financiële en liquiditeitspositie van de Tennisvereniging om aandacht vraagt met het oog op de problemen rondom de bouw van het clubhuis. Desondanks wordt aan de penningmeester décharge verleend.

In juli 2020 raakt de Tennisvereniging ermee bekend dat de aannemer failliet is. Een externe adviescommissie krijgt opdracht om de situatie rondom de bouw van het clubhuis te onderzoeken.

Op 22 juni 2021 presenteert de externe onderzoekscommissie haar rapport. De conclusie is dat de Tennisvereniging met een onbetrouwbare aannemer op ongunstige financiële voorwaarden heeft gecontracteerd, terwijl zij niet over een omgevingsvergunning beschikte.

Het rapport van de externe onderzoekscommissie wordt tijdens de algemene ledenvergadering van 22 september 2021 besproken. De Tennisvereniging wil niet achteruit, maar vooruit kijken. Aan het gehele bestuur wordt décharge verleend over het financiële beleid van 2020.

Tijdens de algemene ledenvergadering van 28 oktober 2021 treden de bestuurders af en vindt de benoeming van de nieuwe bestuurders plaats.

De Tennisvereniging stelt per brief van 29 december 2022 de (oud-)bestuurders aansprakelijk voor de schade die de Tennisvereniging door het handelen van deze (oud-)bestuurders heeft geleden.

Het oordeel van de rechtbank

De Tennisverenging start een procedure op grond van bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:9 BW) danwel onrechtmatig handelen (art. 6:162 BW). De rechtbank wijst de vordering van de Tennisvereniging af. Weliswaar hebben de (oud-)bestuurders naar het oordeel van de rechtbank onzorgvuldig gehandeld, maar niet zodanig dat hen daarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.

Het oordeel van het hof in hoger beroep

De Tennisvereniging gaat in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank. Zij stelt dat de bestuurders aansprakelijk gehouden kunnen worden. Het handelen van de (oud-)bestuurders heeft ertoe geleid dat geen clubhuis is gerealiseerd, terwijl wel grote bedragen door de Tennisvereniging aan de aannemer betaald zijn. De (oud-)bestuurders betwisten dat hen daarvan een persoonlijk ernstig verwijt gemaakt kan worden. Zij doen daarbij onder andere beroep op décharge.

Het beroep van de (oud-)bestuurders op décharge treft naar het oordeel van het hof doel. Met alleen het vaststellen van de jaarrekening, wordt niet automatisch décharge aan het bestuur verleend (art. 2:49 lid 3 BW). Dit moet apart worden besproken en besloten. Zo is ook geschied. Décharge ontslaat de bestuurder van aansprakelijkheid. De Tennisvereniging doet daarmee afstand van haar recht om de (oud-)bestuurders aansprakelijk te stellen voor het gevoerde beleid en beheer voorzover de bestuurders hierover verantwoording hebben afgelegd, omdat de gegevens uit de jaarrekening blijken danwel dat de gegevens op een andere manier bekend zijn bij de algemene ledenvergadering van de Tennisvereniging voordat zij de jaarrekening hebben vastgesteld. In de algemene ledenvergadering is uitgebreid gesproken over de problematiek met de aannemer naar aanleiding van het rapport van externe adviescommissie. Daarna is de jaarrekening door de algemene ledenvergadering vastgesteld. Zodoende ziet de aan het bestuur verleende décharge naar het oordeel van het hof op de gehele problematiek rondom de bouw van het clubhuis.

Hoewel de décharge in de jaren 2017-2019 alleen aan de penningmeester is gegeven door de algemene vergadering, geldt deze volgens het hof vanwege de collectieve verantwoordelijkheid voor het gehele bestuur. Het laat zich, aldus het hof, ‘niet wel [...] denken dat jegens de ene bestuurder afstand is gedaan van het recht hem aansprakelijk te stellen voor een collectieve verantwoordelijkheid, en – zonder uitdrukkelijke verklaring voor de verschillende behandeling – geen afstand is gedaan jegens andere bestuurders die mede collectief verantwoordelijk zijn voor hetzelfde onderwerp waarover door hen eveneens verantwoording is afgelegd.’

Het hof oordeelt dat de (oud-)bestuurders niet aansprakelijk zijn voor de schade die de Tennisvereniging heeft geleden rondom de bouw van het nieuwe clubhuis.

R.M.P. Holsbrink, januari 2026

Delen via

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.