Wanneer een slachtoffer als gevolg van een ongeval, bijvoorbeeld een verkeers- of bedrijfsongeval, blijvend letsel oploopt, heeft dat vaak grote gevolgen voor zijn of haar leven. Niet alleen lichamelijk, maar ook op financieel en praktisch vlak. De schadevergoeding bij blijvend letsel is in dergelijke gevallen meestal hoger dan wanneer volledig herstel wordt verwacht. Maar waar bestaat zo’n schadevergoeding eigenlijk uit?
Medische eindsituatie
Voordat de hoogte van de totale schadevergoeding bij blijvend letsel kan worden vastgesteld, moet duidelijk zijn of sprake is van blijvend letsel en welke klachten en beperkingen daarvan het gevolg zijn. Dat wordt bepaald op het moment dat sprake is van een medische eindsituatie. Dat is het moment dat een medisch adviseur, die vaak wordt ingeschakeld in letselschadezaken, verwacht dat de klachten niet of nauwelijks meer zullen verbeteren of veranderen.
Pas vanaf dat moment kan een definitieve berekening worden gemaakt van de (toekomstige) schade.
Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking?
Bij blijvend letsel wordt niet alleen gekeken naar de schade die al is geleden, maar ook naar de gevolgen voor de toekomst. Denk bijvoorbeeld aan:
-
verlies aan verdienvermogen (lees: te verwachten inkomensverlies);
-
huishoudelijke hulp die een slachtoffer blijvend nodig heeft;
-
toekomstige medische kosten die niet door uw zorgverzekeraar worden vergoed;
-
reiskosten voor behandelingen;
-
aanpassingen aan uw woning of auto;
-
hulpmiddelen, zoals een rolstoel of aangepaste fiets.
Bij een blijvend letsel en schadevergoeding wordt dus rekening gehouden met verschillende schadeposten die ook in de toekomst kunnen ontstaan.
Afhankelijk van de leeftijd van het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden kunnen deze schadeposten nog vele jaren doorlopen. Voor sommige schadeposten wordt daarom gerekend met een fictieve eindleeftijd. Dat is een leeftijd waarvan verzekeraars en belangenbehartigers in de praktijk vaak uitgaan bij het berekenen van toekomstige schade. Welke eindleeftijd wordt gehanteerd, hangt af van de aard van de schade en de persoonlijke omstandigheden van het slachtoffer.
Zo worden huishoudelijke hulp en verlies van zelfwerkzaamheid (zoals hulp bij tuinonderhoud en klussen in en om de woning) vaak berekend tot een algemeen geaccepteerde eindleeftijd. Bij verlies van verdienvermogen wordt doorgaans uitgegaan van de pensioengerechtigde leeftijd, omdat vanaf dat moment het inkomen uit arbeid in beginsel eindigt.
En het smartengeld?
Naast de hiervoor genoemde schadeposten heeft een slachtoffer recht op smartengeld. Dit is een vergoeding voor het leed dat door het ongeval is ontstaan, zoals pijn, verdriet, blijvende beperkingen en verlies van levensvreugde. Ook smartengeld maakt onderdeel uit van de schadevergoeding bij blijvend letsel.
Bij het bepalen van de hoogte van het smartengeld wordt onder meer gekeken naar:
-
de ernst van het letsel;
-
de duur van de klachten;
-
de blijvende beperkingen;
-
de gevolgen voor werk/opleiding, sociaal leven, tijdsbesteding.
Iedere situatie is anders
Geen ongeval en geen slachtoffer is hetzelfde. De hoogte van een schadevergoeding bij blijvend letsel hangt daarom altijd af van de persoonlijke omstandigheden van het slachtoffer, de ernst van het letsel en de gevolgen die het slachtoffer dagelijks ondervindt.
Of sprake is van blijvend letsel na een ongeval en welke schadevergoeding daarbij passend is, moet daarom per situatie worden beoordeeld. Ook na een blijvend letsel na bedrijfsongeval kunnen de gevolgen per slachtoffer sterk verschillen.
Laat u in dit kader goed adviseren. U kunt vrijblijvend contact opnemen met één van onze letselschadeadvocaten. Zo voorkomt u dat u genoegen neemt met een vergoeding die geen recht doet aan de werkelijke impact van het ongeval.
Heb je een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.