Contact opnemen
Handelsrecht 05 november 2026

Ruim vijf jaar Wet Franchise: een terugblik

Leestijd: 4 minuten | Auteur: Max Roetman

Op 1 januari 2021 trad de Wet Franchise in werking voor alle nieuwe franchiseovereenkomsten. Twee jaar later, op 1 januari 2023, werd het bereik uitgebreid naar alle bestaande overeenkomsten. De wet moest de verhouding tussen franchisegevers en franchisenemers evenwichtiger maken, met meer transparantie, betere informatievoorziening en duidelijkere spelregels voor samenwerking en beëindiging. Inmiddels zijn we ruim vijf jaar verder en is het een goed moment om de balans op te maken.

In dit overzicht worden de vier eerdere blogs over franchise samengevat tot één praktisch overzicht en wordt er ingezoomd op de veranderingen.

Wat is franchise?

Een franchiseovereenkomst is een ondernemersconcept waarbij een franchisegever het recht verleent om zijn formule te gebruiken, in ruil voor een vergoeding en onder de verplichting die formule te volgen. De franchisenemer is daarbij een zelfstandig ondernemer die voor eigen rekening en risico de franchisevestiging exploiteert.

De praktijk kent grofweg twee smaken: de 'softe' franchise, waarbij de franchisenemer relatief veel vrijheid geniet, en de 'harde' franchise, waarbij gedetailleerde verplichtingen zijn opgelegd over het drijven van de onderneming. De Wet Franchise in Nederland is op beide varianten van toepassing en heeft de spelregels voor de gehele precontractuele fase, de uitvoeringsfase én de beëindiging fundamenteel aangescherpt.

Het aangaan van een franchiseovereenkomst

De wet begint zijn werk al vóórdat er een overeenkomst is getekend. Zowel de franchisegever als de franchisenemer hebben over-en-weer informatieverplichtingen. De franchisenemer moet tijdig informatie geven over zijn financiële positie. De franchisegever is op zijn beurt verplicht uitgebreide informatie aan te leveren, waaronder het ontwerp van de franchiseovereenkomst, een overzicht van alle financiële vergoedingen en zijn eigen financiële positie.

Niet-naleving leidt in beginsel tot vernietigbaarheid van de overeenkomst. Een van de meest concrete beschermingsmechanismen is de standstill-periode: na het verstrekken van alle benodigde informatie mag de franchisegever gedurende tenminste vier weken geen overeenkomst sluiten, geen wijzigingen doorvoeren en de franchisenemer niet aanzetten tot betalingen of investeringen.

Cruciaal is dat deze periode niet kan worden verkort, ook niet als beide partijen daarmee instemmen. Op de franchisenemer rust bovendien een eigen onderzoeksplicht: hij is wettelijk verplicht de haalbaarheid van de onderneming te onderzoeken, bijvoorbeeld door middel van een vestigingsplaatsonderzoek.

De uitvoeringsfase

De wet houdt ook niet op bij de handtekening. Gedurende de looptijd van de overeenkomst moeten franchisegever en franchisenemer zich gedragen als een goed franchisegever en een goed franchisenemer in de zin van artikel 7:912 BW. De franchisegever moet naast zijn eigen belangen ook rekening houden met de belangen van de hele keten en de individuele franchisenemer.

Minimaal één keer per jaar moet er overleg plaatsvinden, en de franchisegever is verplicht jaarlijks financieel verantwoording af te leggen over de besteding van opslagen en bijdragen. De wet bevat ook een instemmingsrecht voor franchisenemers bij wijzigingen met financiële gevolgen (artikel 7:921 BW).

Is er gén drempelwaarde in de overeenkomst opgenomen, dan is instemming van de franchisenemers altijd vereist voor wijzigingen met financiële gevolgen, ongeacht de omvang.

Beëindiging van de overeenkomst

De beëindiging van een franchiseovereenkomst was in 2024 onderwerp van vier belangrijke arresten van de Hoge Raad. In het geschil tussen Leen Bakker en vier franchisenemers oordeelde de Hoge Raad kort gezegd dat de opzegging rechtsgeldig was: de contractuele opzegregeling was gevolgd en de opzegtermijn was in acht genomen.

Dat het rechtsgeldig was betekende volgens de Hoge Raad alleen niet dat dat ook kosteloos moest zijn. De Hoge Raad bevestigde namelijk dat Leen Bakker verplicht was een vergoeding te betalen, vanwege de jarenlange relatie, de gewekte verwachtingen en de nog lopende investeringen aan de zijde van de franchisenemers.

De Hoge Raad maakte daarbij duidelijk dat het al dan niet tegelijkertijd met de opzegging aanbieden van een vergoeding afhangt van de omstandigheden van het geval. Ligt de reden voor opzegging volledig in de sfeer van de franchisegever, dan is een vergoeding al snel aan de orde.

Wat heeft Wet Franchise in de praktijk veranderd?

Voor franchisegevers betekent de wet minder contractuele vrijheid, maar vooral ook meer verantwoordelijkheid voor de inrichting van de samenwerking. Bij formulewijzigingen is het bijvoorbeeld niet voldoende om alleen te kijken naar de commerciële wenselijkheid: ook de financiële gevolgen voor franchisenemers en de eventuele instemmingsvereisten moeten vooraf worden beoordeeld.

Voor franchisenemers biedt de wet meer mogelijkheden om informatie op te vragen, mee te praten over wijzigingen en afspraken over goodwill en concurrentiebeperkingen te toetsen. Dat betekent echter niet dat iedere wijziging instemming vereist of dat iedere franchisenemer automatisch recht heeft op een goodwillvergoeding. De concrete contractuele afspraken en de wettelijke voorwaarden blijven bepalend.

Ook de rechtspraak maakt duidelijk dat de franchisegever verplichtingen praktisch relevant zijn. Zo behandelde de Rechtbank Rotterdam in 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:4598) een geschil over de informatieplicht en de wettelijke standstill-periode voorafgaand aan het sluiten van een franchiseovereenkomst. Daar stond de vraag centraal of de franchisegever de kandidaat-franchisenemer voldoende tijd en gelegenheid had geboden om de overeenkomst te beoordelen. Het antwoord daarop was ontkennend.

De wet bevat echter wel veel open normen, zoals "goed franchisegeverschap" en "alle relevante informatie". Deze begrippen zijn voor uitleg vatbaar en bieden dus ruimte in interpretatie. Dit kan rechtsonzekerheid met zich brengen. De rechtspraak blijft op dat gebied nog wat op de achtergrond.

Daarnaast is een belangrijk inzicht na vijf jaar dat een eenmalige contractaanpassing niet voldoende is. Nieuwe investeringen, veranderende verdienmodellen, online verkoop en wijzigingen in de formule kunnen telkens opnieuw vragen oproepen over informatieverstrekking, overleg en instemming. In de praktijk zorgde dit voor het ontstaan van beter georganiseerde overlegstructuren zoals franchiseraden en franchisenemersverenigingen.

Nu ruim vijf jaar later

Voor franchisegevers zijn de voornaamste lessen: documenteer de precontractuele fase zorgvuldig, neem een doordachte drempelwaarderegeling op in de overeenkomst, voer jaarlijks overleg en leg financiële verantwoording af, en houd bij opzegging rekening met een vergoedingsplicht, zeker wanneer de reden voor opzegging in de eigen sfeer ligt.

Voor franchisenemers geldt: neem de onderzoeksplicht serieus, neem de informatieverplichtingen richting de franchisegever in acht en weet dat de standstill-periode uw belangen beschermt en niet kan worden weg gecontracteerd. Dat de wet inmiddels ook geldt voor vóór 2023 gesloten overeenkomsten, maakt naleving voor bestaande franchiserelaties niet minder dwingend.

Wie nu nog niet heeft nagegaan of zijn franchiseovereenkomst voldoet aan de eisen van de Wet Franchise in Nederland, loopt risico's die mogelijk eenvoudig te vermijden zijn. Voor vragen of overleg over de Wet Franchise kunt u contact opnemen met mr. Max Roetman (tel: 06 30 02 55 05 / e-mail: [email protected]) van de sectie handelsrecht.

Delen via
Contact

Heeft u een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.

Contact opnemen

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.