Contact opnemen
Ondernemingsrecht 08 oktober 2025

Enquête Leeuwarden Recycling B.V.

Leestijd: 4 minuten | Auteur: Rixt Holsbrink

OK; enquête. Een samenwerking met betrekking tot recycling en afvalverwerking in Friesland mislukt en leidt tot een enquêteverzoek. De OK oordeelt dat verzoeker ontvankelijk is, omdat deze volgens vaste rechtspraak op één lijn gesteld wordt met een aandeelhouder of certificaathouder als verstrekker van risicodragend kapitaal. De OK oordeelt voorts dat sprake is van gegronde redenen om te twijfelen aan het beleid en de gang van zaken. Hoewel de activiteiten zijn beëindigd, is er belang bij een enquête ten behoeve van openheid van zaken en de vaststelling van de verantwoordelijkheid voor het mogelijke wanbeleid. Aangezien de vennootschap geen activiteiten meer ontplooit, gelast de OK geen voorlopige voorzieningen.

Partijen

Leeuwarden Recycling B.V. (‘Leeuwarden Recycling’) houdt zich bezig met recycling en afvalverwerking in Friesland. Enig aandeelhouder en enig bestuurder is AB Holding B.V. (‘AB Holding’). A Holding B.V. (‘A Holding’) en B Holding B.V. (‘B Holding’) houden beiden 50% van de aandelen en zijn ook bestuurders van AB Holding. A Holding is de vennootschap van persoon A (tezamen ‘A Holding c.s.’). B Holding is de vennootschap van persoon B (tezamen ‘B Holding c.s’).

Afspraken ten aanzien van gebruik van het terrein en kantoor, samenwerking en inbreng van arbeid, materialen en financiële middelen liggen niet schriftelijk vast. Medewerkers van A en B voeren de administratie en boekhouding.

Feiten en omstandigheden

Vanaf 2021 ontstaat onenigheid tussen A en B. Hoewel partijen gesprekken voeren, leidt dit niet tot overdracht van aandelen. A heeft vanaf juli 2021 geen toegang meer tot de administratie en het boekhoudsysteem. A verzoekt meermaals tevergeefs om inzage. Jaarrekeningen worden niet meer vastgesteld door de algemene vergadering van aandeelhouders van Leeuwarden Recycling. A en B twisten over openstaande vorderingen die zij over en weer zouden hebben. Ook over de dagelijkse gang van zaken vindt geen overleg meer plaats. Daarnaast starten B Holding c.s. met de beëindiging van de activiteiten.

Enquêteprocedure

A Holding c.s. verzoeken de OK tot onderzoek naar het beleid en gang van zaken binnen Leeuwarden Recycling, vernietiging van alle besluiten van de (indirect) bestuurder van Leeuwarden Recycling – voor zover deze zien op de bedrijfsbeëindiging – alsmede een aantal voorlopige voorzieningen gedurende de procedure.

Ter zitting hebben partijen de OK verzocht een onafhankelijke deskundige aan te stellen voor een waardebepaling van de aandelen van AB Holding. Partijen bereiken naar aanleiding van die waardebepaling geen overeenstemming. Zodoende oordeelt de OK over het enquêteverzoek.

Ontvankelijkheid

A Holding en AB Holding fungeren naar het oordeel van de OK enkel als tussengeschakelde vennootschappen zonder eigen activiteiten en eigen economisch belang bij hun aandeelhouderschap. Daarom kan het economisch belang van A Holding c.s. als verschaffers van risicodragend kapitaal in Leeuwarden Recycling op één lijn gesteld worden met het belang van een aandeelhouder dan wel certificaathouder voor de toepassing van artikel 2:346 lid 1, aanhef en onder b BW. A Holding c.s. zijn dus ontvankelijk.

Gegronde redenen om te twijfelen aan juist beleid of juiste gang van zaken

Op grond van artikel 2:8 BW dienen bestuurders van een vennootschap zorgvuldigheid tegenover elkaar in acht te nemen. Dit betekent dat bestuurders toegang dienen te hebben tot de administratie, elkaar op de hoogte dienen te houden en overleg dienen te voeren met elkaar. Bovendien dient de vennootschap niet zonder medeweten van de andere bestuurder vertegenwoordigd te worden.

De OK oordeelt dat sprake is van strijdigheid met artikel 2:8 BW. A heeft geen toegang tot de administratie. Overleg tussen A en B vindt niet meer plaats. De afspraken met betrekking tot het terrein, kantoor, personeel, materiaal en klanten zijn niet schriftelijk vastgelegd. Van betrokkenheid van A bij die afspraken is evenmin gebleken. Bovendien staat vast dat B Holding c.s. zelfstandig hebben besloten tot beëindiging van de onderneming van Leeuwarden Recycling. Zo zijn de leaseovereenkomsten voor de vrachtwagens beëindigd. Het staat volgens de OK niet vast of B Holding c.s. daartoe zelfstandig bevoegd waren. Tot slot hebben B Holding c.s. Oldehove Recycling B.V. opgericht op hetzelfde adres als Leeuwarden Recycling met vergelijkbare en concurrerende activiteiten.

Daarnaast stelt de OK vast dat ook B Holding c.s. menen dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en juiste gang van zaken. B Holding c.s. stellen dat A Holding c.s. zouden hebben geweigerd een bijdrage te leveren en overleg te voeren, B Holding c.s. als enige partij investeringen zouden hebben gedaan, A bedrijfsgegevens zou hebben ontvreemd en A concurrerende activiteiten zou hebben ontplooid.

Naar het oordeel van de OK zijn er gegronde redenen om te twijfelen aan juist beleid en/of juiste gang van zaken bij Leeuwarden Recycling. Over de vermogenstoestand en de rechten en verplichtingen van de vennootschap bestaat grote onduidelijkheid. Ook is niet voldaan aan de boekhoudplicht (artikel 2:10 BW) en evenmin zijn de jaarrekeningen van Leeuwarden Recycling vastgesteld.

Onderzoek en voorzieningen

Ondanks dat de activiteiten van Leeuwarden Recycling zijn gestaakt, bestaat het belang tot enquête nog steeds gezien het belang bij openheid van zaken en de vaststelling wie voor het mogelijke wanbeleid verantwoordelijk is (geweest). Het enquêteonderzoek is dus enkel gericht op de juiste afwikkeling van de beëindiging van de samenwerking tussen A en B. Omdat Leeuwarden Recycling geen activiteiten meer ontplooit, gelast de OK geen voorlopige voorzieningen.

R.M.P. Holsbrink, januari 2025

ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2024:3416
Instantie: Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum: 7 november 2024

Originele artikel OR Updates

Delen via

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.