Stikstof is een aspect dat vaak aan bod komt bij de vergunningverlening van projecten. Meestal gaat dit over de band van de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit (‘natuurvergunning’), omdat de activiteit via stikstofuitstoot mogelijk significante negatieve gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Ook in het kader van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (‘BOPA’) kan stikstof een heikel punt zijn, zo blijkt ook uit een recente uitspraak van de rechtbank Overijssel.
1. Onderscheid BOPA en Natura 2000-activiteit
De BOPA-activiteit en de Natura 2000-activiteit zijn twee verschillende activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is verplicht. Onder de Omgevingswet geldt er geen aanhaakverplichting meer. Dit betekent dat de BOPA-vergunning en de natuurvergunning apart van elkaar mogen worden aangevraagd. En aangezien stikstof volledig getoetst wordt in het kader van de Natura 2000-activiteit, is het in principe zo dat dit niet ook aan de orde komt bij een BOPA-vergunning. Het bevoegd gezag mag immers alleen beslissen op de aangevraagde activiteiten.
2. De uitvoerbaarheidstoets
Uit art. 8.0a lid 2 Bkl volgt dat een BOPA-vergunning alleen mag worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (‘ETFAL’). In deze toets moet, zo volgt uit jurisprudentie, onder andere de vraag worden gesteld of de (Natura 2000-)activiteit niet op voorhand de uitvoering van de aangevraagde vergunning onmogelijk maakt. Immers kan de functie van de vergunning op die locatie dan niet worden verwezenlijkt.
Bij een BOPA-vergunning kan stikstof, als onderdeel zijnde van het toetsingskader van de Natura-2000-activiteit, een rol spelen bij deze zogeheten ‘uitvoerbaarheidstoets’. In zo’n toets moet in het kader van stikstof beoordeeld worden of op voorhand al duidelijk is dat stikstof de uitvoering van de aangevraagde BOPA onmogelijk maakt. Als dat inderdaad zo blijkt, moet de aanvraag worden geweigerd.
3. De lijn in de rechtspraak
Er zijn al meerdere rechtbankuitspraken waar de uitvoerbaarheid van de BOPA-vergunning in het kader van stikstof aan de orde werd gesteld, zeker wanneer werd verwacht dat slechts door middel van salderen een natuurvergunning zou kunnen worden verkregen. Dan wordt veelal aangevoerd dat de benodigde natuurvergunning niet verkregen kan worden door de horde van de additionaliteitstoets. Vanwege de bekende slechte staat van de Natura 2000-gebieden, wordt betoogd dat op voorhand dan al duidelijk zou zijn dat de natuurvergunning niet kan worden verleend.
Of aan de uitvoerbaarheidstoets is voldaan, wordt vanwege de technische aard van het stikstofaspect, meestal gekeken naar de onderliggende rapporten of AERIUS-berekeningen. Uit de jurisprudentie valt af te leiden dat het college van burgemeester en wethouders (‘college’), als bevoegd gezag, in het geval AERIUS-berekeningen zijn uitgevoerd, in principe uit mag gaan van de juistheid daarvan, tenzij eenvoudig, zonder nader onderzoek, is vast te stellen dat deze onjuist zijn. Een andere uitleg zou tot gevolg hebben dat het college alsnog feitelijk aan het beoordelen is of een natuurvergunning nodig is, terwijl die bevoegdheid in de regel bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie ligt.
4. Eerste gegrondverklaring
Tot de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 24 september 2026 (ECLI:NL:RBOVE:2026:5693), leidde de terughoudende uitvoerbaarheidstoets nog niet tot de vernietiging van de vergunningverlening van de BOPA.
Tegen de verleende BOPA-vergunningen voor evenementen op de Vliegveld Twente Evenementenlocatie werd in beroep onder andere aangevoerd dat het college de vergunningen voor de evenementen had moeten weigeren gelet op de uitvoerbaarheidstoets. Dit omdat niet alle verkeersbewegingen van een truckersevenement waren meegenomen in de berekeningen van de stikstofonderzoeken. Zo waren van een bepaald evenement alleen de (emissies van) de verkeersbewegingen van de deelnemers en personeel meegenomen en niet ook die van de toeschouwers die van en naar de locatie rijden.
De rechtbank concludeerde dat het aangevoerde inderdaad het geval was en nu de verkeersbewegingen van en naar het evenemententerrein, ook volgens het college zelf, een belangrijke factor is bij de stikstofdepositie, kon op basis van de berekeningen niet worden uitgesloten dat de evenementen significante gevolgen hadden voor omliggende Natura 2000-gebieden. Dit terwijl het onzeker is of deze vergunningen konden worden verleend.
Opvallend is dat de rechtbank tot deze onuitvoerbaarheid komt door te oordelen dat stikstof hier in de weg kán staan aan de uitvoerbaarheid van de aangevraagde vergunning. Hiermee is volgens het oordeel van de rechtbank de onuitvoerbaarheid van de vergunningen voldoende aannemelijk en kunnen de besluiten niet in stand blijven. De vraag is nu hoe de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen de uitvoerbaarheidstoets aankijkt en welke maatstaf het hiervoor hanteert. Zodra de Afdeling zich hierover uitspreekt, zullen wij daarover berichten.
Link naar de uitspraak: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:5693
Heeft u vragen naar aanleiding van bovenstaande blog? Neem contact op met het team bestuursrecht en omgevingsrecht van Damsté advocaten – notarissen. Wij staan voor u klaar en helpt u graag op weg. Maak hier alvast kennis met ons team.
Heeft u een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.