De Wet Vifo: een must have of een last?
In 2023 is de ‘’Wet Veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames’’ (hierna: ‘’Wet Vifo’’) in werking getreden. Voor een zeer beperkt aantal transacties geldt op grond van deze wet een veiligheidstoets die uitgevoerd wordt door het ’Bureau Toetsing Investeringen’’ van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: ‘’BTI’’). Uiteindelijk beslist de desbetreffende minister of de transactie doorgang kan vinden. Deze blog gaat in op verschillende aspecten van de Wet Vifo, namelijk de achtergrond en reikwijdte, de procedure rondom de veiligheidstoets en de gevolgen van het schenden van de verplichtingen van deze wet.
Achtergrond en reikwijdte
De Wet Vifo heeft als doel risico’s te beheersen voor de nationale veiligheid door investeringen van bepaalde buitenlandse partijen in Nederlandse vennootschappen op deze risico’s te toetsen. Het beoogt bescherming te bieden aan Nederlandse bedrijven en investeerders tegen ongewenste invloed van landen die als risicovol zijn aangemerkt.
De Wet Vifo is van toepassing op verwervingsactiviteiten ten aanzien van een aantal specifieke vennootschappen. Het gaat om vennootschappen die (i) zich kwalificeren als een aanbieder van het exploiteren of beheren van een dienst die van vitaal belang is voor de Nederlandse samenleving, (ii) zich bezighouden met (zeer) sensitieve technologie of (iii) zich kwalificeren als beheerder van een bedrijfscampus (zie hiervoor artikel 2 en 3 van de Wet Vifo).
Op dit moment is de Wet Vifo van toepassing op een beperkt aantal sectoren. Naar verwachting wordt de reikwijdte in de toekomst uitgebreid. Een Europese verordening die de regelgeving voor alle lidstaten van de Europese Unie op dit gebied beoogt gelijk te trekken, is daarnaast in voorbereiding.
Procedure rondom veiligheidstoets
Als het gaat om verwervingsactiviteiten die onder de reikwijdte van de Wet Vifo vallen, ontstaat er snel een meldplicht voor zowel de verwerver van de vermogensbestanddelen als de vennootschap. Bij verkrijging van vermogensbestanddelen van een vennootschap die zich met zeer sensitieve technologie bezighoudt, bestaat al een meldplicht bij verwerving van 10% van de stemrechten. De voorgenomen transactie moet gemeld worden bij het BTI vóórdat de levering van de aandelen plaatsvindt.
Als er een meldingsplicht op grond van de Wet Vifo bestaat, brengt dit vertraging in de doorlooptijd van de transactie met zich mee. Het kost tijd om de volledige procedure bij het BTI te voltooien. Bovendien brengt de procedure bij het BTI de nodige administratie met zich mee.
Uiteindelijk beslist de minister van Economische zaken en Klimaat aan de hand van de bevindingen van BTI of de toestemming verleend wordt. Als de minister geen toestemming geeft, kan de transactie geen doorgang vinden.
Gevolgen van het schenden van de verplichtingen
Bij overtreding van de Wet Vifo bestaat kans op een boete. Een boete kan worden opgelegd aan de verwerver, de vennootschap of aan allebei. Deze kan oplopen tot 1,03 miljoen euro of 10% van de omzet van de onderneming (zie artikel 51 Wet Vifo).
Tot slot
Hoewel op dit moment een klein aantal transacties onder de Wet Vifo valt, heeft deze wet verstrekkende gevolgen als deze van toepassing is. Het kan leiden tot vertraging en in het meest verstrekkende geval zelfs tot het niet doorgaan van de voorgenomen transactie.
Heeft u vragen? Neem dan contact op met Rixt Holsbrink.
Heeft u vragen? Neem dan contact op.