Contact opnemen
Ondernemingsrecht 03 juni 2026

Wanbeleid bij een joint venture vanwege o.m. tegenstrijdig belang en ontnemen corporate opportunity

Leestijd: 4 minuten | Auteur: Martien Bruintjes

De OK stelt wanbeleid vast bij een joint venture wegens onder meer het ontnemen van een corporate opportunity en gebrekkige transparantie bij tegenstrijdige belangen. Een bestuurder en een feitelijk beleidsbepaler sluisden heimelijk een miljoenenorder door naar hun eigen entiteit, waarmee zij art. 2:8 BW schonden. Ook de onderlinge facturatie was onvoldoende transparant jegens de medebestuurder. De OK ontslaat de bestuurder en veroordeelt de betrokkenen hoofdelijk in de onderzoekskosten wegens ernstige schending van de loyaliteitsverplichting.

Partijen

Bij deze procedure zijn de volgende partijen betrokken. VFA Clean Air Solutions B.V. ('Clean Air') treedt op als verzoekster. Clean Air wordt indirect gehouden door [B], die ook alle aandelen houdt in VFA Solutions B.V. Verweerster is Envinity-VFA B.V. ('En-VFA'), de joint venture die in 2020 door Clean Air en Greenvironmental Industries B.V. ('Greenvironmental') is opgericht. Als belanghebbenden treden op Greenvironmental en haar bestuurder en indirect aandeelhouder [A]. Greenvironmental is 50%-aandeelhouder en zelfstandig bevoegd bestuurder van En-VFA en ditzelfde geldt voor Clean Air die de andere 50% van de aandelen houdt. Tot slot treden Envinity Group B.V. ('Envig') en [C] op als belanghebbenden. [A] en [C] zijn indirect ieder 50% aandeelhouder en bestuurder van Envig. Hoewel [C] geen formele bestuursfunctie vervult binnen En-VFA, merkt de OK hem aan als feitelijk bestuurder vanwege zijn prominente rol in de dagelijkse bedrijfsvoering.

Feiten

Op 12 juni 2020 richten Clean Air en Greenvironmental samen En-VFA op, een joint venture met als doel het ontwikkelen en verkopen van luchtfilters. Beide partijen worden 50%-aandeelhouder en zelfstandig bevoegd bestuurder. Hoewel [C] geen formele bestuursfunctie vervult, fungeert hij in de praktijk als derde partner en geeft hij feitelijk leiding aan de projecten.

En-VFA start twee projecten: een pilotopdracht voor luchtfilters ten behoeve van legale hennepteelt in de Verenigde Staten (het cannabisproject, voor eindklant Coastal Blooms) en een proefproject voor Burgers Carrosserie. [C] treedt op als projectleider van het cannabisproject. De door En-VFA ontwikkelde Airculess-units worden in november 2020 naar de Verenigde Staten verscheept en in februari 2021 geïnstalleerd bij Coastal Blooms.

Eind 2020 beginnen [A] en [C] echter al plannen te smeden buiten het zicht van medebestuurder [B]. Op 11 december 2020 — nog vóór de units in Amerika zijn aangekomen — overleggen zij met onder meer [G] (een werknemer van VFA Solutions) over de oprichting van een nieuwe vennootschap die vergelijkbare luchtfilters op de Amerikaanse markt zou gaan aanbieden. Positieve testresultaten van de Airculess worden bewust niet gedeeld met [B]. Begin maart 2021 uit Coastal Blooms klachten over de prestaties van de Airculess. [C] grijpt dit aan om namens Envig (de vennootschap van (indirect) [A] en [C]) een vervolgopdracht te verwerven: hij ontwikkelt samen met [G] een nieuw luchtzuiveringsapparaat, de CFS-3000, en sluit op 20 april 2021 namens Envig een overeenkomst met Coastal Blooms voor de levering van 150 units ter waarde van ruim 3,4 miljoen dollar. [G] heeft inmiddels zijn dienstverband met VFA Solutions opgezegd en werkt voortaan als zelfstandige voor Envig. Envig levert uiteindelijk in totaal 300 CFS-3000-units aan Coastal Blooms. En-VFA wordt hierbij volledig gepasseerd en drijft sindsdien geen onderneming meer.

Stelling partijen

Clean Air (verzoekster, indirect gehouden door [B]) stelt dat bij En-VFA sprake is geweest van ernstig wanbeleid waarvoor [A], Greenvironmental en [C] verantwoordelijk zijn. Zij voert aan dat [A] en [C] opzettelijk en heimelijk een corporate opportunity aan En-VFA hebben ontnomen door de vervolgopdracht van Coastal Blooms naar hun eigen vennootschap Envig te leiden. Daarbij hebben zij gebruik gemaakt van kennis, contacten en personeel die waren opgebouwd binnen En-VFA, terwijl zij medebestuurder [B] bewust buiten spel hebben gezet. Clean Air verzoekt de OK wanbeleid vast te stellen, Greenvironmental als bestuurder te ontslaan, de aandelen van Greenvironmental over te dragen aan een beheerder en [A], [C] en Greenvironmental hoofdelijk te veroordelen in de onderzoekskosten. De OK heeft bij beschikking van 9 juni 2023 op verzoek van de onderzoeker Envig aangemerkt als met En-VFA nauw verbonden rechtspersoon in de zin van artikel 2:351 lid 2 BW.

Greenvironmental, [A] en [C] (belanghebbenden) betwisten dat sprake is van een corporate opportunity. Zij voeren aan dat de vervolgopdracht van Coastal Blooms niet door En-VFA had kunnen worden uitgevoerd, omdat Coastal Blooms niet meer met En-VFA wilde samenwerken, een samenwerkingspartner die nodig was voor een bepaald type koolstoffilter niet meer met [B] wilde werken en [G] VFA Solutions al had verlaten. Daarnaast stellen zij dat de contractvoorwaarden van de vervolgopdracht — waaronder een vijfjarige garantie, UL-certificering en een kostbaar geuronderzoek — fundamenteel verschilden van de oorspronkelijke opdracht, zodat van een vergelijkbare opdracht geen sprake is. Voorwaardelijk verzoeken zij om schorsing of ontslag van Clean Air als bestuurder en overdracht van haar aandelen aan een beheerder.

Oordeel van de OK

De OK stelt vast dat bij En-VFA sprake is geweest van wanbeleid in de periode van 12 juni 2020 tot 21 maart 2024. Voor het eerder vastgestelde wanbeleid uit de beschikking van 11 juli 2024 — bestaande uit gebrekkige besluitvorming, het ontbreken van jaarrekeningen en onvoldoende financiële controle — acht de OK alle bestuurders, inclusief [C] als feitelijk bestuurder, in meer of mindere mate verantwoordelijk.  Daarnaast oordeelt de OK dat [A], Greenvironmental en [C] verantwoordelijk zijn voor wanbeleid. Verschillende factoren leveren strijd op met het redelijkheid en billijkheidsvereiste uit artikel 2:8 BW. Ten eerste hebben [A] en [C] bij de afwikkeling van de facturen van Envig aan En-VFA onvoldoende transparantie betracht jegens medebestuurder [B], waarbij zij tegenstrijdige belangen niet adequaat hebben beheerd. Ten tweede hebben zij opzettelijk en heimelijk een corporate opportunity aan En-VFA ontnomen door de vervolgopdracht van Coastal Blooms naar Envig te leiden, gebruikmakend van kennis, contacten en personeel die waren opgebouwd binnen En-VFA. [A] en [C] hadden een bespreekplicht met betrekking tot de vervolgopdracht. Zij hadden dit met [B] moeten bespreken. Ten slotte rekent de OK het wanbeleid niet alleen toe aan formeel bestuurder Greenvironmental maar ook aan C als feitelijk bestuurder.

De OK acht het aannemelijk dat Envig een aanzienlijke winst op het vervolgproject heeft behaald en dat En-VFA daardoor mogelijk voor een aanzienlijk bedrag is benadeeld. Greenvironmental wordt met onmiddellijke ingang ontslagen als bestuurder van En-VFA. [A], Greenvironmental en [C] worden onder meer op grond van 2:11 BW hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 61.861,25 aan onderzoekskosten en in de proceskosten.

M.P. Bruintjes, april 2026

Details

ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2026:289
Gerechtelijke instantie: Ondernemingskamer
Datum uitspraak: 15 januari 2026

Delen via
Contact

Heb je een vraag? Stel die dan gerust. Wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Contact opnemen

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.