Contact opnemen
11 mei 2021

Ben ik verplicht om mijn werknemer pensioen te laten opbouwen?

Anders dan vaak gedacht wordt heeft niet iedere werknemer na pensionering naast AOW ook recht op aanvullend pensioen. Ongeveer 10% van alle werknemers ontvangt na pensionering alleen AOW. Soms ten onrechte: er kan toch recht op pensioenopbouw bestaan, ook als werkgever en werknemer daarover niets afspreken.

De vraag van een werknemer aan een werkgever of hij recht op pensioen heeft, is dan ook niet altijd eenvoudig te beantwoorden. In deze blog geef ik werkgevers aan de hand van een kort overzicht van het pensioensysteem in Nederland handvatten voor de beantwoording van die vraag. 

Hoe zit het pensioenstelsel in Nederland in elkaar?

Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers:

  1. het wettelijk pensioen (o.a. de AOW);
  2. het aanvullend pensioen via de werkgever, en
  3. de individuele pensioenvoorziening (zoals lijfrenteverzekering en koopsompolis).

Deze drie pijlers vormen samen het potentiële pensioen van de betrokkene.

Werkgeverspensioen

Het hierboven onder 2) genoemde onderdeel, het aanvullend pensioen, betreft om het pensioen dat tussen werkgevers en werknemers wordt afgesproken. Het wordt daarom ook wel het ‘werkgeverspensioen’ genoemd. Het betreft meestal een arbeidsvoorwaarde en de premie wordt verrekend via de maandelijkse salarisspecificatie.

Een werkgever is verplicht om zijn werknemer pensioen op te laten bouwen:

  1. Als Werkgever en werknemer vallen onder de werkingssfeerbepaling uit een ministeriële verplichtstellingsbeschikking en de statuten van een pensioenfonds. Het gaat hierbij om de verplichte deelname van de werknemer in het pensioenfonds in een bepaalde bedrijfstak: het bedrijfstakpensioenfonds (zoals het bedrijfstakpensioenfonds voor de detailhandel) of om het pensioenfonds in een bepaalde beroepsgroep: het beroepspensioenfonds (bijvoorbeeld het beroepspensioenfonds voor het notariaat) en/of
  2. Als een toepasselijke cao dit regelt, en/of
  3. Als Werkgever en werknemer dit met elkaar hebben afgesproken in de arbeidsovereenkomst.

Alle drie de genoemde punten zijn te kwalificeren als een zogenaamde ‘pensioenovereenkomst’.

Bedrijfstak- en beroepspensioenfonds

De minister kan op verzoek van sociale partners die een belangrijke meerderheid van de in een bedrijfstak of beroepsgroep werkzame personen vertegenwoordigen, deelname aan een pensioenfonds voor die bedrijfstak of beroepsgroep verplicht stellen. Dit gebeurt via een verplichtstellingsbesluit. Een belangrijk doel ervan is het voorkomen van onderlinge concurrentie op de arbeidsvoorwaarde pensioen.

Het verplichtstellingsbesluit bevat een werkingssfeerbepaling. Die bepaalt of een werkgever verplicht in het bedrijfstak- of beroepspensioenfonds deelneemt. De werkingssfeerbepaling sluit veelal aan bij de activiteiten waar de werknemers zich mee bezighouden.

Valt de werkgever onder de bepaling, dan moet hij zijn werknemers verplicht aansluiten bij het betreffende pensioenfonds.

Vaak blijkt echter dat werkgevers zich helemaal niet bewust zijn van het bestaan van deze bedrijfstak- of beroepspensioenfondsen en van daaruit voortvloeiende verplichting hun werknemers aan te melden. Met alle (financiële) gevolgen van dien.

Als het bedrijfstak- of beroepspensioenfonds van mening is dat de werkgever en de werknemers onder de werkingssfeer vallen, nemen de werknemers die onder de werkingssfeer vallen automatisch deel aan de bedrijfstak- of beroepspensioenfonds. Dit gebeurt vanaf het moment dat aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Dat moment kan dus ook in het verleden liggen.

In sommige gevallen is vrijstelling van de verplichte deelname mogelijk. Vrijstelling betekent dat de werknemers in de onderneming – hoewel vallend onder de werkingssfeerbepaling van het verplichtstellingsbesluit – toch niet worden aangesloten. Bij bedrijfstakpensioenfondsen geldt bijvoorbeeld een vrijstelling als de werkgever al een tijdig bestaand en gelijkwaardige pensioenvoorziening voor zijn werknemers heeft.

Afspraken in cao of individuele arbeidsovereenkomst

Als werkgevers niet verplicht deelnemen op grond van bedrijfstak- of beroepspensioenfonds, dan kunnen ze alsnog verplicht zijn om de werknemer pensioen te laten opbouwen op grond van een toepasselijke  cao of op grond van de arbeidsovereenkomst.

cao

Pensioen is een arbeidsvoorwaarde en dus kan de pensioenovereenkomst geïncorporeerd zijn in de cao. De inhoud daarvan kan variëren van (enkel) het noemen van de pensioengerechtigde leeftijd, tot het verwijzen naar een pensioenreglement en van premiebetaling tot een raamwerk. Opvallend is dat cao-bepalingen over pensioen niet algemeen verbindend kunnen worden verklaard. Daar is immers al het voornoemde verplichtstellingsbesluit voor.

Als de werkgever lid is van de werkgeversorganisatie die de cao heeft ondertekend en hij valt onder de werkingssfeer, dan is hij gebonden aan de pensioenafspraken in de cao. Als de werknemer lid is van de vakbond die de cao heeft ondertekend is ook hij gebonden aan die pensioenafspraken. Zij kunnen dan niet anders dan de cao toepassen.

Indien de werkgever wel gebonden is aan de pensioenafspraken en de werknemer niet,  dan is de werkgever verplicht om de pensioenafspraken uit de cao aan de werknemer aan de bieden. Meestal gebeurt dit via opname van een incorporatiebeding in de arbeidsovereenkomst, waarmee werkgever en werknemer afspreken de cao – en dus de pensioenafspraken - toe te passen. Het staat de werknemer echter vrij om dit aanbod af te slaan.

Individuele arbeidsovereenkomst

Hiervoor werd duidelijk dat de pensioenovereenkomst uit de cao door middel van het incorporatiebeding kan worden opgenomen in de individuele arbeidsovereenkomst. Maar indien geen van beide partijen gebonden is aan een cao met pensioenafspraken, staat het werkgever en werknemer ook vrij om de pensioenovereenkomst af te spreken door die in de arbeidsovereenkomst op te nemen. Hoewel dat formeel niet eens schriftelijk hoeft (het mag dus ook mondeling), gebeurt dat meestal wel.

In de praktijk bestaat de pensioenovereenkomst meestal uit één regel in de arbeidsovereenkomst waarin verwezen wordt naar het van toepassing zijnde pensioenreglement. Die ene regel is dan de pensioenovereenkomst. Door zijn handtekening onder de arbeidsovereenkomst met daarin de pensioenovereenkomst te zetten, aanvaardt de werknemer het op hem van toepassing zijnde pensioenreglement. In het pensioenreglement staat wat voor soort pensioen de werknemer heeft en welke rechten en plichten gelden.

De pensioenverhouding is dus een driehoeksrelatie: de werkgever en werknemer zijn met elkaar verbonden door middel van de pensioenovereenkomst en de werkgever is wettelijk verplicht het pensioen van zijn werknemers onder te brengen bij een pensioenfonds of pensioenverzekeraar. (Dit om te voorkomen dat op het moment dat een werkgever failliet gaat ook het pensioen van de werknemer verdampt.) De overeenkomst waarmee de werkgever het pensioen bij het pensioenfonds/de pensioenverzekeraar onderbrengt heet de uitvoeringsovereenkomst. De relatie tussen de werknemer en het pensioenfonds wordt vervolgens weer geregeld door het pensioenreglement.

Beantwoording van de vraag

Hiervoor beschreef ik de verschillende manier waarop een werkgever verplicht kan zijn om zijn werknemer pensioen op te laten bouwen. Voor het antwoord op de vraag of u als werkgever verplicht bent om uw werknemer pensioen te laten opbouwen moet u dus kijken in de arbeidsovereenkomst, de eventuele cao en/of het eventuele verplichtstellingsbesluit voor uw bedrijfstak of uw beroepsgroep. Daarin is een eventuele verplichting terug te vinden.

Daarnaast is het zo dat als u de pensioenopbouw (mondeling of schriftelijk) hebt toegezegd aan uw werknemer, u natuurlijk (in beginsel) ook verplicht bent om die toezegging na te komen.

Nieuw pensioenstelsel

Het voorgaande geldt op het moment van schrijven. Het pensioenrecht is echter in beweging: op grond van het pensioenakkoord uit juni 2019 zal tussen 2023 en 2027 langzaamaan een nieuw pensioenstelsel worden ingevoerd in Nederland. Door een veranderde samenleving in de afgelopen decennia bleek aanpassing van het stelsel noodzakelijk om het huidige niveau van de pensioenen te kunnen handhaven. Zo zal het pensioen mee gaan bewegen met de economie, wordt duidelijker wat de werknemer aan pensioen inlegt, wat hij daarmee aan vermogen opbouwt en wat hij daarmee aan pensioen mag verwachten. Ook wordt het pensioen beweeglijker: het zal hoger zijn bij economische voorspoed en lager als het economisch slechter gaat. Hoe dit precies uitpakt en of het antwoord op de in deze blog gestelde vraag over enige tijd anders beantwoord zal moeten worden, zal moeten blijken. Vooralsnog verwacht ik dat niet omdat er geen verandering in de wijze waarop de pensioenovereenkomst tot stand komt is beoogd.

Tot slot

Als u een geschil hebt over het pensioen of u wilt hulp bij het opstellen van een pensioenovereenkomst, dan staan de gespecialiseerde advocaten van de sectie arbeidsrecht van Damsté advocaten-notarissen voor u klaar om u te helpen.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.