Contact opnemen
Handelsrecht Ondernemingsrecht 17 december 2025

Rechtskeuze voor een deel van een rechtstelsel is mogelijk

Leestijd: 4 minuten

De feiten 

Een aantal zeecontainers met daarop gekoelde vloeibare ethyleen wordt vanuit de haven van het Amerikaanse Houston naar Soyo in Angola vervoerd. Ethyleen is een gevaarlijke stof. Zodoende gelden op grond van internationale verdragen strenge regels voor het vervoer daarvan. In dit geval is in strijd met die regels gehandeld. De containers stonden te dicht bij containers van een andere afzender, waardoor bij het lossen de vloeibare ethyleen is geëxplodeerd en er brand is uitgebroken op het schip. Dit heeft tot schade bij diverse partijen geleid. 

De vervoerder vordert een verklaring voor recht dat de afzender aansprakelijk is voor alle gevolgen van het incident en vordert veroordeling van de afzender tot betaling van schadevergoeding aan de vervoerder. Dit vordert de vervoerder op basis van een bepaling in de overeenkomst waarin de vervoerder door de afzender schadeloos wordt gesteld voor alle aansprakelijkheid voortvloeiend uit het vervoer van gevaarlijke stoffen. 

Bij zeevervoer wordt vaak gebruikgemaakt van een cognossement, ook wel een bill of lading genoemd, ook in dit geval is dat zo. Een cognossement is een bewijs van ontvangst door de vervoerder van de goederen en een bewijs van een overeenkomst tussen de afzender en de vervoerder. Ook is het cognossement een waardepapier. Het cognossement vertegenwoordigt de waarde van de goederen: degene die het originele cognossement in bezit heeft, heeft het recht om de goederen op te eisen bij aankomst. 

In dit geval zijn op de achterkant van het cognossement de cognossementsvoorwaarden gedrukt. In deze cognossementsvoorwaarden is een opmerkelijke rechtskeuze opgenomen. Partijen verklaren dat Nederlands recht van toepassing is. Op de rechtskeuze is een uitzondering gemaakt. In het geval dat er goederen over zee van of naar een haven in de Verenigde Staten worden vervoerd, is het cognossement onderworpen aan de Carriage of Goods by Sea Act of the United States (US Cogsa). 

De rechtsstrijd

In artikel 20 van het cognossement is opgenomen dat de afzender de vervoerder vrijwaart voor alle aansprakelijkheid voortvloeiend uit het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit zou betekenen dat de afzender volledig aansprakelijk is voor de schade. De afzender stelt dat deze bepaling in strijd is met dwingendrechtelijke bepalingen van het Nederlands recht en daarom op grond van artikel 8:382 BW nietig is. Dit artikel bepaalt dat ieder beding in een vervoersovereenkomst onder cognossement waardoor de vervoerder of het schip wordt ontheven van aansprakelijkheid voortvloeiend uit nalatigheid, schuld of een tekortkoming in het voldoen van haar wettelijke verplichtingen, nietig is. Onder andere is de bepaling volgens de afzender in strijd met artikel 8:383 lid 3 BW dat bepaalt dat de  afzender niet aansprakelijk is voor de door de vervoerder of het schip geleden verliezen of schade voortvloeiend uit welke oorzaak dan ook, zonder dat er een handeling, schuld of nalatigheid van hem of van zijn ondergeschikten en agenten is. 

De vervoerder stelt dat in dit geval het Nederlands recht slechts aanvullende werking toekomt, omdat er vervoerd wordt vanuit een Amerikaanse haven en dus de US Cogsa van toepassing is. Op grond van de US Cogsa is het wel mogelijk een dergelijke afspraak over aansprakelijkheid te maken. 

Het juridisch kader

Partijen starten een procedure bij de Nederlandse rechter. De afzender stelt dat de rechtskeuze voor de US Cogsa geen geldige rechtskeuze is in de zin van artikel 3 lid 1 Rome I, omdat niet is gekozen voor een rechtstelsel, maar slechts voor een gedeelte van dat rechtsstelsel. De afzender stelt dat daarom de US Cogsa de dwingendrechtelijke Nederlandse wetgeving niet buiten spel kan zetten. 

De Hoge Raad gaat hier niet in mee. Toepasselijk recht in internationale zaken moet naar Nederlands recht beoordeeld worden aan de hand van het Rome I verdrag. Dit verdrag bepaalt in artikel 3 dat partijen een rechtskeuze kunnen maken voor de gehele overeenkomst of voor slechts een gedeelte daarvan. De Hoge Raad oordeelt dat een partiële rechtskeuze het gevolg heeft dat de bepalingen van het voor dat onderdeel aangewezen recht van toepassing zijn, ook wanneer die afwijken van dwingende rechtsregels die op het overige gedeelte van de overeenkomst van toepassing zijn. Ook is het niet uitgesloten dat partijen een deel van een statelijk rechtstelsel aanwijzen en niet het stelsel in zijn geheel. In dat geval komt aan het Nederlandse rechtstelsel alleen aanvullende werking voor. 

Wat betekent dit voor de praktijk? 

Dit arrest is interessant voor commerciële contracten. Partijen kunnen in de overeenkomst waar een rechtskeuze wordt gemaakt voor specifieke onderdelen van deze rechtskeuze afwijken en het recht van (een deel) van een andere staat van toepassing verklaren. 

Wil je meer weten over het internationaal privaatrecht of wil je advies over rechtskeuzes in jouw commerciële contracten? Neem dan contact op met Hanne Boven, advocaat Handels- en ondernemingsrecht.

Delen via

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.