Contact opnemen
27 oktober 2020

Ontslagrecht 2020: mag ik een OR-lid ontslaan?

Mag ik een lid van de ondernemingsraad (verder: OR) ontslaan? Wat zijn de rechten bij ontslag? Af en toe krijg ik deze vraag voorgelegd van een ondernemer. Allereerst is het dan van belang helder te krijgen wat de ondernemer precies bedoelt. 

Er zijn namelijk 2 situaties te onderscheiden:

  1. het ontslag van OR-lid als werknemer, en
  2. het ontslag van een OR-lid (alleen) als lid van de OR (waarbij hij wel als werknemer in dienst blijft van de werkgever).

Hieronder zal ik op beide situaties nader ingaan.

Het ontslag van een OR-lid als werknemer

Het ontslagrecht kent een aantal zogenaamde ‘opzegverboden’. Die verbieden de werkgever om in bepaalde situaties een arbeidsovereenkomst te mogen opzeggen. Zij zijn bedoeld om werknemers die een groter risico lopen om te worden ontslagen dan andere werknemers extra tegen dat ontslag te beschermen. 

Een voorbeeld van een dergelijk opzegverbod is het verbod om de arbeidsovereenkomst te mogen opzeggen van een werknemer die lid is van een OR. De achterliggende reden van deze extra bescherming is dat een OR-lid in die rol een onafhankelijke en kritische houding moet kunnen hebben zonder bang te hoeven zijn dat hij om die reden ontslagen zal worden.

Als een werknemer lid is van de OR mag de werkgever de arbeidsovereenkomst dus niet opzeggen. Maar dit mag in beginsel wel:

1) als de werknemer daarmee instemt;

2) als het gaat om opzegging tijdens de proeftijd;

3) in geval van een ontslag op staande voet;

4) bij opzegging wegens de beëindiging van de onderneming, of

5) bij opzegging wegens of na het bereiken van de pensioen- of AOW gerechtigde leeftijd.

Als de werkgever niet mag opzeggen, kan hij ontslag van een OR-lid dan wel via de kantonrechter afdwingen? Nee, niet zondermeer. Want ook de kantonrechter mag de arbeidsovereenkomst in beginsel niet beëindigen (‘ontbinden’) als de werknemer lid is van de OR.

Maar ook hier geldt een uitzondering, namelijk als sprake is van een redelijke grond voor ontslag (niet zijnde een bedrijfseconomische reden) én de kantonrechter van mening is dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met het bestaan van het opzegverbod.

In het geval van het ontslag van het OR-lid betekent dit dat ontslag dus wel mogelijk is zolang het verzoek daartoe geen verband houdt met het lidmaatschap van de OR. Te denken valt aan een verwijtbare gedraging door deze werknemer of als sprake is van disfunctioneren.

Het ontslag van een OR-lid als lid van de raad

waarbij hij wel als werknemer in dienst blijft

Het komt voor dat een lid van de OR zich zodanig gedraagt dat de ondernemer het OR-lid uit de OR wil zetten. Kan dat?

Het antwoord daarop is in beginsel: nee, dat kan niet. Het lid is immers democratisch door zijn achterban gekozen en heeft een mandaat om die achterban te vertegenwoordigen. En daarbij past niet dat de ondernemer invloed heeft op de samenstelling van de OR.

De ondernemer kan echter wel een verzoek indienen bij de kantonrechter om een OR-lid uit te sluiten van het overleg dat de OR op regelmatige basis met hem voert (‘de overlegvergadering’), als door diens gedrag dat overleg ernstig wordt belemmerd. Het OR-lid blijft dan wel lid van de OR maar kan zijn rechten uit dien hoofde niet meer volledig uitoefenen.

De kantonrechter moet wel zeer terughoudend te zijn met het toewijzen van dit verzoek en die alleen toe te wijzen als die onontkoombaar is. Een ‘ultimum remedium’ dus. De ondernemer moet aantonen dat het betreffende OR-lid het overleg van de OR met de ondernemer ernstig belemmert. Uit het hierboven aangehaalde doel van het opzegverbod en de bijbehorende rechten van een OR-lid in het ontslagrecht bleek al dat het niet genoeg is als wordt aangetoond dat het gaat om een te kritisch of een te dominant OR-lid. Er moet echt sprake zijn van ernstige belemmering. De ondernemer moet het betreffende OR-lid wel eerst in staat hebben gesteld zijn mening te geven over het verzoek van de ondernemer.

Als de kantonrechter het verzoek toewijst kan hij het OR-lid voor een bepaalde tijd (nooit langer dan de duur van de lopende zittingsperiode) uitsluiten van het overleg van de OR met de ondernemer. Dat betekent dan dus dat het lid niet meer mag deelnemen aan de overlegvergaderingen met de ondernemer. Daarbij kan de ondernemer de kantonrechter – in afwachting van diens definitieve oordeel - vast vragen om bij wijze van voorlopige voorziening het OR-lid te schorsen van deelname aan het overleg met de ondernemer.

Het OR-lid kan dus niet op verzoek van de ondernemer uit de OR worden gezet (er ontstaat dus geen vacature in de OR) maar hij kan wel voorkomen dat hij verder nog wordt gehinderd door het lid in zijn overleg met de OR. 

Als u een geschil hebt met uw OR of u hebt als OR ruzie met uw ondernemer, dan staan de gespecialiseerde advocaten van de sectie arbeidsrecht van Damsté advocaten-notarissen voor u klaar om u te helpen, neem gerust contact op met onze specialisten.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.