Contact opnemen
Ondernemingsrecht 20 augustus 2025

Vité Beheer B.V., Dupatech B.V. en DGA/Global Pack Packaging Solutions Inc.

Leestijd: 7 minuten

Een vennootschap wordt geturboliquideerd in verband met een herstructurering binnen een groep. Alle activa en passiva werden overgedragen naar een andere vennootschap, behalve de vordering van een enkele schuldeiser. De vennootschap, haar (indirecte) bestuurder en aandeelhouder en de verkrijgende vennootschap worden door de rechtbank aansprakelijk gehouden voor verhaalsfrustratie op grond van artikel 6:162 BW en artikel 2:11 BW. In hoger beroep wordt het oordeel van de rechtbank bekrachtigd. De Hoge Raad doet de zaak af met toepassing van artikel 81 lid 1 RO.

Partijen

De Canadese vennootschap Global Pack Packaging Solutions Inc. (‘Global Pack’) heeft bij Dutch Printing & Packaging Technology B.V. (‘DPPT’) een machine gekocht. Deze heeft Global Pack nooit ontvangen. DPPT is door Global Pack gedagvaard om de koopprijs terug te betalen en haar schade te vergoeden. Vervolgens is DPPT door een turboliquidatie opgehouden te bestaan. Alle activa en schulden van DPPT zijn voor de turboliquidatie overgedragen aan Dupatech B.V. (‘Dupatech’).

De bestuurder en aandeelhouder van DPPT en Dupatech is Vité Beheer B.V. (‘Vité’). Zij wordt samen met de bestuurder van Vité (‘eiser 3’) en Dupatech (gezamenlijk: ‘Vité c.s.’) aansprakelijk gehouden voor de schade. Er is sprake van bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW en artikel 2:11 BW.

Feiten

De feiten van de zaak en de uitspraken van de eerdere instanties zijn verder uitgelicht in eerdere bijdrages van OR Updates, zie OR 2022-0034 en OR 2023-0199.

Cassatieklachten

Vité c.s. hebben tegen het oordeel in hoger beroep cassatie ingesteld. Het cassatiemiddel van Vité c.s. is verdeeld in twee onderdelen. (i) Het eerste onderdeel klaagt over het bestaan en de omvang van de vordering. In de subonderdelen stellen Vité c.s. dat hun aansprakelijkheid niet los kan worden gezien van de aansprakelijkheid en de schade op grond van het niet leveren van de machine door DPPT. Verder stellen zij dat het hof ten onrechte een kwalitatieve aansprakelijkheid aanneemt. Ook zou het hof de door hen te vergoeden schade ten onrechte gelijkstellen aan de totale vordering die in het verstekvonnis tegen DPPT is toegewezen. Tot slot stellen zij in het eerste onderdeel dat de schuldeiser de plicht had om de vereffening van DPPT te heropenen. Nu zou (de omvang van) de vordering nog niet vaststaan. (ii) In het tweede onderdeel stellen Vité c.s. dat te zware eisen zijn gesteld aan hun motiveringsplicht, en dat bewijsaanbiedingen zijn gepasseerd.

Conclusie A-G

Volgens de Advocaat-Generaal B.F. Assink (‘A-G’) falen beide onderdelen van het cassatiemiddel. Bij de beoordeling van het eerste onderdeel volgt de A-G het hof in diens oordeel dat de feiten en omstandigheden rondom de levering van de machine los staan van de feiten en omstandigheden rondom de verhaalsfrustratie. De aansprakelijkheid voor het niet leveren van de machine staat vast met het verstekvonnis dat kracht van gewijsde heeft gekregen.

Volgens de A-G is sprake van een onjuiste lezing van het arrest waar Vité c.s. stellen dat het hof een kwalitatieve aansprakelijkheid heeft aangenomen. Het hof oordeelt ook niet dat de omvang van de schade die is ontstaan door de verhaalsfrustratie gelijk moet worden gesteld aan de in het verstekvonnis toegewezen schadevergoeding.

Het laatste punt in het eerste onderdeel geeft volgens de A-G blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Op Global Pack rustte geen verplichting om de vereffening van DPPT te heropenen. DPPT was zelf in de gelegenheid om een rechtsmiddel tegen het verstekvonnis in te stellen, maar heeft dit niet gedaan. Dit betekent dat het causaal verband en de schadeomvang van de vordering van Global Pack op DPPT vaststaan.

Het tweede onderdeel ziet op het oordeel van het hof dat Vité c.s. onvoldoende gemotiveerd hebben betwist dat DPPT voldoende middelen had om op termijn de vordering van Global Pack te kunnen voldoen. Volgens de A-G is geen sprake van te zware eisen aan de motiveringsplicht. Om het verdienvermogen van DPPT aan te tonen, moet niet slechts een inzicht worden gegeven in de omzet en winst van DPPT voorafgaand aan de overname. Ook de activiteiten, omzet en winstcijfers van Dupatech na de overname van DPPT zijn hier van belang. Dit komt door de voortzetting van de onderneming van DPPT en door de verwevenheid van beide vennootschappen. Vité c.s. hebben niet voldaan aan hun verzwaarde motiveringsplicht en daarom neemt het hof in zijn oordeel de overige bewijslevering van Vité c.s. niet in behandeling. Volgens de A-G was sprake van een onjuiste lezing van het arrest door Vité c.s. De aanvullende stellingen in subonderdeel twee heeft het hof volgens de A-G in zijn arrest wel besproken. Hij acht de gronden waarop het hof de stellingen van Vité c.s. verwerpt niet onjuist of onbegrijpelijk. Hij concludeert dat het tweede onderdeel faalt.

Uitspraak van de Hoge Raad

De Hoge Raad volgt de conclusie van de A-G, verwerpt het cassatieberoep nu de klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van het arrest van het hof, en doet de zaak af met toepassing van artikel 81 lid 1 RO.

A. Schulz, november 2024

 

Details

ECLI: ECLI:NL:HR:2024:1665

Instantie: Hoge Raad

Uitspraakdatum: 15 november 2024

 

Originele artikel OR Updates

Delen via

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.