Psychische schade als gevolg van een ongeval of een schadeveroorzakend incident is moeilijk vast te stellen. Het is immers niet zichtbaar op een röntgenfoto of een scan. In de letselschadepraktijk bestaat er dan ook veel discussie over psychisch letsel. In dit artikel wordt stilgestaan bij de verschillende vormen van psychische schade, de discussie over deze schade en de (on)mogelijkheden om deze schade op de aansprakelijke partij te verhalen.
Aansprakelijke partij
Voor het verhalen van letselschade, waaronder psychische schade, is het nodig dat er sprake is van onrechtmatige daad waarvoor een andere partij aansprakelijk is. Artikel 6:162 e.v. van het Burgerlijk Wetboek (BW) behandelt het leerstuk van de onrechtmatige daad. In deze bepaling staat dat hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, verplicht is de schade te vergoeden die de ander dientengevolge lijdt.
In de schaderegeling wordt onderscheid gemaakt tussen vermogensschade (gemist inkomen en extra kosten) en immateriële schade. Dit laatste kan worden beschouwd als geestelijke schade. Het gaat bij immateriële schade om pijn, verdriet, verminderde levensvreugde, onbehagen enz. Deze niet stoffelijke gevolgen worden bij het afwikkelen van een letselschadezaak vertaald in een smartengeldvergoeding.
Wat is psychische schade?
Psychische schade is geestelijke, mentale of emotionele schade die niet lichamelijk is te verklaren. Een lichamelijke oorzaak voor de psychische schade ontbreekt en wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door het brein. Psychische klachten kunnen ontstaan door bijvoorbeeld een ongeval, het zien van een ongeval, gebrekkige werkomstandigheden, mishandelingen, maar ook na bijvoorbeeld een aardbeving, of een medische fout. Denk ook aan de gevolgen van cyberpesten via sociale media.
Omdat er geen lichamelijke oorzaak is voor de psychische klachten, is de medische causaliteit in de rechtspraktijk een groot probleem, of anders gezegd een uitdaging.
De meest voorkomende vormen van psychisch letsel zijn, angststoornis, depressie, PTSS, conversie syndroom, burn-out en somatoforme stoornissen. Deze psychische of emotionele klachten wordt vaak gezien in combinatie met lichamelijk letsel. Als iemand bijvoorbeeld door een ongeval een been breekt, kan hij/zij zich een bepaalde periode niet of nauwelijks verplaatsen. Mogelijk resteren er blijvende beperkingen en is er een ontsierend litteken. Door deze ervaringen, kunnen er psychische klachten ontstaan zoals depressiviteit, angstklachten, verlies zelfrespect, onzekerheid enz. Deze klachten kunnen weer leiden tot vermogensschade, waaronder bijvoorbeeld studievertraging of verlies van een baan.
Psychische schade kan ook zelfstandig optreden. Iemand kan bijvoorbeeld door het ervaren van een “bijna” doodervaring een posttraumatische stress stoornis ontwikkelen. Er hoeft dan geen lichamelijk letsel te zijn, maar door de dood in de ogen gekeken te hebben, ontstaan er processen in het brein als: herbelevingen, slecht slapen, verhoogde prikkelbaarheid, depressieve gedachten en onzekerheid. Betrokkene kan hierdoor geblokkeerd raken in zijn functioneren, zowel privé als zakelijk.
Vormen van psychische schade
Er zijn verschillende vormen van psychische schade. Hieronder worden er een aantal beschreven.
Burn-out
Burn-outklachten kunnen onder andere ontstaan door een te grote werkdruk. Burn-out klachten uiten zich in piekeren, angsten, slapeloosheid en vermoeidheid. Deze klachten kunnen voorkomen in combinatie met buikpijn, hoofdpijn, hartkloppingen, duizeligheid enz. In sommige gevallen is het mogelijk om de werkgever aansprakelijk te stellen voor het ontstaan van deze klachten.
Shockschade
Een andere vorm van psychische schade is shockschade. Door het waarnemen van, of geconfronteerd worden met de ernstige gevolgen van een ongeval van een naaste (bloedverwanten e.a.), kan er shockschade ontstaan. Dit hoeft niet via directe confrontatie (het zien gebeuren), maar kan ook achteraf, bijvoorbeeld als het slachtoffer geïdentificeerd moet worden. Psychische schade in de vorm van shockschade geeft naast smartengeld recht op volledige schadevergoeding, als betrokkene bijvoorbeeld door psychische klachten niet meer in staat is om te werken kan hij inkomensschade vorderen.
Affectieschade
Affectieschade dient onderscheiden te worden van shockschade. Affectieschade is schade die iemand lijdt als gevolg van “het verdriet” dat ontstaat na het overlijden of ernstig gewond raken van een familielid. Sinds 1 januari 2019 is de wet op de vergoeding van affectieschade van kracht. Voor ongevallen en misdrijven geldt vanaf deze datum dat nabestaanden een vergoeding kunnen krijgen van hun immateriële schade (smartengeld).
Het gaat om bedragen variërend van € 12.500,- tot € 20.000,-, afhankelijk van de relatie met de overledene en de oorzaak van het overlijden. Er is dus een verschil tussen een sterfgeval als gevolg van een ongeval of een misdrijf. In geval van een ongeval is het de verzekeringsmaatschappij die de schade vergoedt. In geval van een misdrijf is dat niet het geval. Gelukkig is er vanaf 1 januari 2019 ook de mogelijkheid affectieschade te vorderen in het strafproces. De strafrechter zal de vordering toewijzen als aan de vereisten voldaan is. De staat keert dan het toegekende bedrag uit aan het slachtoffer en zal het betaalde bedrag vervolgens verhalen op de veroorzaker. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven een verzoek in te dienen tot het vergoeden van de affectieschade.
Somatoforme stoornis
Een andere vorm van psychisch letsel is de zogenaamde somatoforme stoornis. Een somatoforme stoornis is een psychische aandoening waarbij een persoon lichamelijke klachten heeft waarvoor geen somatische oorzaak (lichamelijke ziekte) gevonden is. De patiënt ervaart reële lichamelijke klachten, die niet ingebeeld zijn. De diagnostische criteria zijn vastgelegd in de DSM- IV. De diagnose kan worden gesteld indien de lichamelijke klachten niet verklaard kunnen worden uit een fysiek gebrek of door een andere psychiatrische aandoening, zoals een depressieve stoornis of angststoornis.
Tot de groep somatoforme stoornissen behoren ook de volgende aandoeningen:
- Somatisatiestoornis;
- ongedifferentieerde somatoforme stoornis;
- conversiestoornis;
- pijnstoornis;
- hypochondrie;
- stoornis van de lichaamsbeleving;
- somatoforme stoornis niet anderszins omschreven (NAH).
Discussie causaliteit en predispositie
Omdat psychische schade medisch niet vast te stellen is en ook kan worden veroorzaakt door andere life-events, bestaat er vaak discussie over het verband tussen het ongeval en het ontstaan van de psychische schade. Ook kunnen psychische klachten verklaard worden vanuit de persoon van het slachtoffer. Het slachtoffer kan bijvoorbeeld gevoelig zijn voor psychische klachten of eerder dergelijke klachten hebben gehad. We spreken in dat geval van predispositie en pre-existentie.
Psychisch letsel als gevolg van een ongeval, al dan niet in combinatie met fysiek letsel, levert vaak veel discussie op. Er is geen reden om een principieel onderscheid te maken tussen lichamelijk en psychisch letsel. Lichamelijk en psychisch welzijn hoort bij elkaar. Psychische klachten kunnen de lichamelijke klachten versterken. De Hoge Raad heeft zich hierover eerder uitgelaten en benadrukt dat er een causaal verband moet bestaan tussen de schade makende gebeurtenis (het ongeval) en het psychisch letsel. Het aantonen van causaal verband is bij psychisch letsel lastiger dan bij fysiek letsel, omdat de klachten vaak medisch niet zijn vast te stellen.
Uitgangspunt letselschadepraktijk
In de rechtspraak is het uitgangspunt ontwikkeld dat de gevolgen van een persoonlijke predispositie van het slachtoffer, zoals de wijze van omgaan met klachten, beperkingen en tegenslagen, als gevolg van de onrechtmatige daad aan de dader moet worden toegerekend “ook al zijn die gevolgen door de predispositie ernstiger en langer van duur dan in de normale lijn der verwachtingen ligt”. Ook de psychische klachten moeten daarom aan het ongeval worden toegerekend.
In Angelsaksische literatuur wordt dit standpunt kernachtig weergegeven met de woorden: the tortfeasor takes the victim as he finds him. Een pleger van een onrechtmatige daad moet het slachtoffer accepteren zoals hij hem aantreft.
Van belang is de vraag wat de hypothetische situatie, waarbij het ongeval wordt weggedacht, van betrokkene zou zijn geweest. Anders gezegd, zou, indien het ongeval niet zou hebben plaatsgevonden, betrokkene zijn gehele werkzame leven zonder beperkingen/psychische klachten hebben gefunctioneerd, of zouden op enig moment, bijvoorbeeld na een ander life event er ook psychosomatische klachten zijn ontstaan. Indien het antwoord op deze vraag ja is, kan er een reden bestaan om de schadevergoeding te beperken.
Conclusie
Omdat psychische klachten medisch moeilijk grijpbaar zijn (niet zichtbaar te maken), ontstaan er in het schaderegelingsproces problemen die alleen door een goede samenwerking tussen een medisch adviseur en een letselschade advocaat zijn op te lossen. De medisch adviseur houdt zich bezig met de medische causaliteit en de advocaat houdt zich bezig met de juridische causaliteit. Om de door u geleden schade te verhalen op de aansprakelijke partij, is het verstandig om u te laten bijstaan door een letselschadeadvocaat. U kunt vrijblijvend contact met ons opnemen om te laten beoordelen of uw zaak kans van slagen heeft.