Contact opnemen
22 februari 2021

Geen bijkomende omstandigheden vereist voor inbreuk op beschrijvende handelsnaam

In zijn arrest van vrijdag 19 februari 2021 (ECLI:NL:HR:2021:269) heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de bescherming van beschrijvende handelsnamen. De Hoge Raad heeft onder meer de vraag beantwoord of op de voet van art. 5 Handelsnaamwet voor inbreuk op beschrijvende handelsnamen voldoende is dat verwarringsgevaar bestaat, of dat daarvoor bijkomende omstandigheden zijn vereist.

De prejudiciële vragen werden gesteld in een (al geschikte) procedure tussen een Britse kaasproducent, genaamd Dairy Partners, en een Nederlands zuivelbedrijf DOC Dairy Partners. Dairy Partners is een procedure begonnen tegen DOC Dairy Partners omdat laatstgenoemde door gebruik te maken van de naam DOC Dairy Partners inbreuk zou maken op de handelsnaam van Dairy Partners. 

De vragen

Het hof heeft in deze procedure de volgende vragen voorgelegd aan de Hoge Raad:

  1. Gelden bij de toepassing van artikel 5 Handelsnaamwet nadere, niet in dat artikel genoemde vereisten indien de ingeroepen oudere handelsnaam (in meer of mindere mate) beschrijvend is of onderscheidend vermogen mist, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van bijkomende omstandigheden (in aanvulling op verwarringsgevaar) in geval van een louter beschrijvende handelsnaam? 
  2. Luidt het antwoord op de eerste vraag anders indien de ingeroepen oudere (in meer of mindere mate) beschrijvende handelsnaam door gebruik (een zekere mate van) bekendheid heeft verworven? 2.4.3 2.5.1 2.5.2 2.6 
  3. Indien geen nadere vereisten gelden zoals onder (1) bedoeld, hoe dienen dan het (in meer of mindere mate) beschrijvende of niet onderscheidende karakter van de ingeroepen handelsnaam, en het algemene belang dat beschrijvende aanduidingen door een ieder vrij kunnen worden gebruikt, te worden betrokken in de toepassing van artikel 5 Handelsnaamwet?

Het antwoord

De Hoge Raad heeft deze prejudiciële vragen als volgt beantwoord:

2.9 Gelet op hetgeen hiervoor in 2.7.2 en 2.8.1-2.8.3 is overwogen, worden de prejudiciële vragen als volgt beantwoord. Bij de toepassing van art. 5 Hnw gelden geen nadere, niet in die bepaling genoemde vereisten indien de ingeroepen oudere handelsnaam (in meer of mindere mate) beschrijvend is of onderscheidend vermogen mist. Aan het algemene belang dat aanduidingen die beschrijvend zijn voor de aard van een onderneming of van de door haar geleverde waren of diensten, door een ieder vrij moeten kunnen worden gebruikt, kan in voldoende mate recht worden gedaan door dat belang te betrekken bij de beoordeling van de vraag of en, zo ja, in hoeverre, bij het relevante publiek (directe of indirecte) verwarring te duchten is. Bij die beoordeling moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen, waaronder de mate van – intrinsiek aan de naam verbonden of door bekendheid bij het publiek verworven – onderscheidend vermogen van de oudere handelsnaam.

Geen bijkomende omstandigheden vereist

Anders dan aanvankelijk vaak in de literatuur werd aangenomen sinds het Artiestenverloning-arrest (ECLI:NL:HR:2015:3554) van de Hoge Raad, waarbij het ging over de beschermingsomvang van een beschrijvende domeinnaam, zijn er gelet op de uitkomst van dit arrest dus geen bijkomende omstandigheden vereist voor handelsnaaminbreuk bij beschrijvende (of niet onderscheidende) handelsnamen. Voor inbreuk op een handelsnaam is enkel vereist dat verwarring te duchten is tussen ondernemingen.

Yasar Bayram
Advocaat handelsnaamrecht

Lees voor meer informatie over handelsnamen ons blog “Bescherming van de handelsnaam”.  

 

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.