In de troonrede van 2013 heeft de koning gezegd dat de Nederlandse verzorgingsstaat langzaam maar zeker overgaat in een participatiesamenleving. Hierna is een maatschappelijke discussie ontstaan over wat de gevolgen zijn van deze overgang voor de burgers en de overheid. In zekere zin wordt van burgers verwacht dat zij meer verantwoordelijkheid nemen voor hen eigen leven en omgeving.
Dat betekent dat de rol van de overheid steeds kleiner zal gaan worden als het gaat om het invullen van de hulpbehoeften van haar burgers. Het ligt daarom binnen de verwachting dat slachtoffers van ongevallen in de toekomst steeds vaker op zichzelf en hun omgeving aangewezen zullen zijn. Indien een ander aansprakelijk gehouden kan worden voor een dergelijke situatie dan dient hier binnen het schaderegelingstraject rekening mee te worden gehouden.
De grondslag voor vergoeding van hulp
Wanneer iemand als gevolg van een ongeval beperkt raakt met betrekking tot de alledaagse levensverrichtingen dan kan dat grote gevolgen hebben. Zo kan het voorkomen dat iemand die binnen het gezin verantwoordelijk is voor alle huishoudelijke taken als gevolg van een ongeval hiertoe niet meer in staat is. De hulpbehoefte die vervolgens ontstaat bij zowel het slachtoffer als de rest van het gezin zal in dat geval op een andere manier moeten worden ingevuld. Dat kan met professionele hulp. In de praktijk springen veelal familieleden bij of bieden vrienden en buren een helpende hand.
In het geval professionele hulp wordt ingeschakeld dan kan de schade concreet worden begroot aan de hand van facturen die worden ontvangen. Dat ligt anders wanneer hulp geboden wordt vanuit de sociale omgeving. Van familie, vrienden en buren ontvangt men over het algemeen geen factuur voor de gedane werkzaamheden. Toch kan men binnen het schaderegelingstraject een vergoeding ontvangen voor deze hulp, mits deze hulp gezien alle omstandigheden redelijkerwijs noodzakelijk is.
Dit brengt met zich mee dat het slachtoffer voor hulp bij verpleging en verzorging, huishoudelijke hulp en hulp bij de onderhoud van tuin en woning en begeleiding bij vervoer en het brengen van bezoeken aan medici een vergoeding kan vorderen bij de aansprakelijke partij.
Hoe moet een vergoeding worden begroot?
De vraag die vervolgens naar voren komt is op welke wijze een vergoeding kan worden begroot voor de hulp die uiteindelijk geboden wordt.
Het uitgangspunt is dat bij het begroten van deze vorm van vermogensschade geen hogere vergoeding kan worden toegewezen dan het geschatte bedrag van de bespaarde kosten van professionele hulp. Een manier om een vergoeding te begroten kan worden gevonden door aan te sluiten bij de PGB-normen.
Vaak wordt geprobeerd om deze vorm van schade te begroten door deze te baseren op de inkomensschade, waaronder het verlies van vakantiedagen, van de personen die de hulp leveren aan het slachtoffer. Hiervoor is echter geen juridische grondslag aanwezig, omdat enkel het slachtoffer vorderingsgerechtigd is ten opzichte van de aansprakelijke partij en er geen sprake is van afgeleide schade.
En als er geen hulp is?
Soms doet zich de treurige situatie voor dat een slachtoffer onthouden wordt van iedere vorm van hulp. Heeft het slachtoffer in dat geval ook recht op een vergoeding?
Wanneer bijvoorbeeld geen huishoudelijke hulp geboden is, ook niet onbetaald, dan is er geen juridische basis om een abstract berekende vergoeding te vorderen voor de niet geboden huishoudelijke hulp.
Het komt helaas soms voor dat een dergelijke situatie ontstaat doordat een aansprakelijke partij onjuiste standpunten inneemt over de omvang van de schade van het slachtoffer. Als gevolg hiervan kan er sprake zijn van een inadequate voorschotregeling waardoor bijvoorbeeld de huis en de tuin kunnen verslonzen door het uitblijven van inschakeling van hulp. In dat geval is het aannemelijk dat er extra leed wordt toegevoegd aan het slachtoffer en kan bij de begroting van de smartengeldvergoeding hiermee rekening worden gehouden.
Schakel tijdig een advocaat in
Na een ongeval is het mogelijk om een vergoeding te vorderen bij een aansprakelijke partij voor de hulp die geboden wordt door familie, vrienden en buren. Daarvoor is het nodig om aan te tonen dat deze hulp gezien alle omstandigheden redelijkerwijs noodzakelijk is.
Voor het begroten van een vergoeding moet men rekening houden met de omstandigheid dat geen hogere vergoeding kan worden toegewezen dan het geschatte bedrag van de bespaarde kosten van professionele hulp.
Wanneer een slachtoffer geen hulp ontvangt dan kan dit onder omstandigheden leiden tot een hogere smartengeldvergoeding. Gedacht kan worden aan de omstandigheid dat een aansprakelijke partij onjuiste standpunten inneemt over de omvang van de schade van het slachtoffer.
Al met al is het geen sinecure om deze vorm van schade in juridische zin te onderbouwen en te begroten. Een kundige en gespecialiseerde advocaat kan het slachtoffer op de juiste weg helpen en succesvol een vergoeding vorderen voor hulp die het slachtoffer ontvangt van familie, vrienden en buren. Ook wanneer geen hulp aanwezig is doordat een aansprakelijke partij onjuiste standpunten inneemt.