Het aangaan van een franchiseovereenkomst
In zijn vorige blog is Max Roetman ingegaan op de franchiseovereenkomsten in zijn algemeenheid. De kern van zo’n overeenkomst is de franchiseformule. In deze blog zal hij stilstaan bij het begin van een franchise-handelsrelatie, namelijk (de periode voorafgaand aan) het aangaan van een franchiseovereenkomst.
Het begin van een franchiseovereenkomst
Indien een natuurlijk persoon of onderneming (ook wel de franchisenemer) bereid is om de franchiseformule te gebruiken van een andere natuurlijk persoon of onderneming (ook wel de franchisegever), kunnen franchisenemer en franchisegever dit vastleggen in een franchiseovereenkomst. Voorafgaand aan de franchiseovereenkomst treden partijen in overleg over de voorwaarden daarvan. Beide partijen hebben in de onderhandelingsfase informatieverplichtingen tegenover elkaar.
Zo dient de franchisenemer aan de franchisegever tijdig informatie te geven over haar financiële positie (artikel 7:913 lid 1 BW). Met deze informatie kan de franchisegever evenwichtige keuzes maken.
De franchisegever dient op haar beurt ook informatie te verschaffen aan de franchisenemer, zoals onder meer het ontwerp van de franchiseovereenkomst, een weergave van de vergoedingen, opslagen en andere financiële bijdragen, informatie over zijn financiële positie en alle overige informatie waarvan de franchisegever weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit van het belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst (artikel 7:913 lid 2, 3 en 4 juncto artikel 7:914 lid 1 BW). Voorgaande informatieverplichtingen zijn dus wettelijk verplicht. Niet-naleving van deze informatieverplichtingen leidt in beginsel tot vernietigbaarheid van de franchiseovereenkomst, waarmee het aangaan van de franchiseovereenkomst overeenkomst ongedaan kan worden gemaakt.
Naast de verplichtingen van hiervoor, heeft de franchisegever op grond van de wet nog een aantal verplichtingen. Zo dient de franchisegever aan de franchisenemer tijdig informatie te verstrekken over het eventuele wijzigen van de franchiseovereenkomst en de verlangde investeringen. Daarnaast moet de franchisegever expliciet aangeven dat de franchiseformule of een afgeleide daarvan, gebruikt mag worden en geeft de franchisegever alle overige informatie die redelijkerwijs in het belang van de franchisenemer is voor de uitvoering van de franchiseovereenkomst (artikel 7:916 lid 1 BW). Zowel de informatie over het sluiten van de franchiseovereenkomst als de uitvoering daarvan is relevant.
De tijdigheid waar de wet over spreekt, kent geen minimumtermijn. Dit hangt af van de omstandigheden van het geval. Van belang is in welke mate het besluit waarover informatie wordt verstrekt, de bedrijfsvoering en werkprocessen van de franchisenemer beïnvloedt.
Partijen bij een franchiseovereenkomst kunnen besluiten om van te voren het een en ander op papier te zetten, maar dit nog niet in de vorm van een franchiseovereenkomst te gieten. Dit is een zogeheten intentieovereenkomst. De wettelijke bepalingen voor franchise gelden onverkort ten aanzien van de intentieovereenkomst.
De standstill-periode
In de periode na afgifte van alle benodigde informatie, breekt de standstill-periode aan. Tijdens deze periode mag de franchisegever niet overgaan tot wijziging van het ontwerp van de overeenkomst (tenzij dit voordelig is voor de franchisenemer), het sluiten van de franchiseovereenkomst of een daarmee verbonden overeenkomst (behoudens een geheimhoudingsovereenkomst) en het aanzetten tot het doen van betalingen of investeringen door de franchisenemer met het oog op de te sluiten franchiseovereenkomst (artikel 7:914 lid 2 BW). Deze bepaling beschermt de overenthousiaste franchisenemer en zorgt er daarnaast voor dat de franchisenemer niet al diverse betalingen heeft verricht zonder dat er een franchiseovereenkomst aan ten grondslag ligt. Het risico bestaat immers dat de franchiseovereenkomst toch niet doorgaat.
Gedurende de periode voorafgaand aan het sluiten van de definitieve franchiseovereenkomst, rust er op de franchisenemer een onderzoeksplicht (artikel 7:915 BW). De franchisenemer is verplicht een onderzoek te doen naar de haalbaarheid van de onderneming. De franchisenemer moet immers de nodige maatregelen nemen om te voorkomen dat hij gaat contracteren op basis van onjuiste veronderstellingen. Dit kan een franchisenemer doen door een zogeheten vestigingsplaatsonderzoek. Hierbij wordt gekeken naar diverse factoren die bepalend zijn voor de haalbaarheid van het openen van een nieuwe franchisevestiging, zoals de geografische ligging, de demografie, de bestedingscijfers en de concurrentie. Met al deze gegevens kan een franchisenemer een weloverwogen besluit nemen over het al dan niet sluiten van de franchiseovereenkomst.
De overeenstemming
Indien partijen over en weer overeenstemming hebben bereikt (zie voor overeenstemming ook blog offerte ins en outs en de standstill-periode voorbij is, mogen partijen daadwerkelijk overgaan tot het sluiten van de franchiseovereenkomst. Deze periode kan niet worden verkort, ook niet met toestemming van zowel de franchisenemer als de franchisegever.
Kortom, bij het aangaan van een franchiseovereenkomst moet men goed bewust zijn van de diverse verplichtingen en mogelijke risico’s. Voor vragen of overleg over franchiseovereenkomsten kunt u contact opnemen met mr. Max Roetman.