Contact opnemen
Ondernemingsrecht 06 oktober 2025

Hanos c.s./Bestuurders (gefailleerd) RCCS

Leestijd: 6 minuten | Auteur: Rixt Holsbrink

Hanos c.s. exploiteren diverse groothandels in horecaproducten. RCCSverrichtte als geldtransportbedrijf diensten voor Hanos c.s. Zij haaldecontanten op bij Hanos c.s. om de gelden vervolgens na het doorlopen van diverse stappen te storten op de rekening van Hanos c.s. RCCS is failliet gegaan. Vlak voor het faillissement heeft RCCS contanten opgehaald bij Hanos c.s., maar deze gelden zijn niet bijgeschreven op de rekening van Hanos en derhalve verloren gegaan. Hanos c.s. vorderen (terug)betaling van de gelden op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Het hof oordeelt dat de bestuurders van het gefailleerde RCCS geen persoonlijk ernstig verwijt gemaakt kan worden. Anders dan Hanos c.s. stellen, had RCCS geen Wftvergunning nodig. Daarnaast bestond er volgens het hof geen contractuele verplichting voor RCCS om de bij Hanos c.s. opgehaalde gelden gescheiden te houden van het overige vermogen van RCCS. Tot slot oordeelt het hof dat de bestuurders geen persoonlijk ernstigverwijt kan worden gemaakt ten aanzien van het door hen gevoerde beleid. Het hof wijst het hoger beroep af.

Partijen

Verschillende vennootschappen van Hanos, Goos en Admidex (‘Hanos c.s.’) exploiteren diverse groothandels in horecaproducten in Nederland. Hanos en Goos zijn aan elkaar gelieerd. Admidex staat aan het hoofd van Hanos c.s. 

RCCS (bestaande uit RCCS Holding B.V. en RCCS Waardetransport B.V.) is een inmiddels failliet geldtransportbedrijf.

Feiten en omstandigheden

CiT-diensten

RCCS verzorgde onder andere Cash in Transit (‘CiT’) diensten. RCCS haalde contante gelden op bij klanten en vervoerde deze naar haar telcentrum om de contante gelden vervolgens af te storten bij De Nederlandsche Bank N.V. (‘DNB’). Daarna werden de getelde gelden op de CiTrekening van RCCS bij de Duitse bank Net-m-Privatbank 1891 (‘Privatbank’) gestort, om tot slot te worden doorgestort naar de bankrekening van de klant.

Achterstanden met betrekking tot de CiT-gelden

Nadat in januari 2019 een branchegenoot van RCCS failliet is gegaan, heeft RCCS een deel van de diensten en klanten overgenomen. Hanos c.s. waren onderdeel van het overgenomen klantenbestand.

Omdat de overgestapte klanten nog niet waren geidentificeerd door Privatbank, konden de CiT-gelden in de periode van februari 2019 tot en met medio 2019 niet via de CiT-rekening van RCCS lopen. Zodoende verliep het proces in die periode via de algemene bankrekening van RCCS bij Rabobank.

Vanwege de overname en de daarbij behorende investeringen zijn er tekorten bij RCCS ontstaan. Deze tekorten zijn opgevangen met CiT-gelden. Nu er CiT-gelden op de algemene bankrekening van RCCS zijn gestort, zijn er geldstromen vermengd. De nieuw gestorte CiTgelden werden uitbetaald aan de klant met de oudste aanspraak. De achterstanden in de uitbetaling van de CiT-gelden bleven bestaan. Privatbank heeft de samenwerking met RCCS opgezegd per 24 maart 2022. RCCS heeft gezocht naar een andere bank. Dit is haar niet gelukt. DNB heeft in februari 2022 laten weten dat RCCS alle achterstanden ten aanzien van de CiT-gelden moest inlopen. Dit heeft geleid tot het faillissement van RCCS op 7 maart 2022.

Het verloren gaan van CiT-gelden van Hanos c.s.

In de periode van 18 februari 2022 tot en met 23 februari 2022 heeft RCCS bij diverse locaties van Hanos c.s. gelden opgehaald, maar deze zijn niet op de rekening van Hanos c.s. bijgeschreven (‘de Gelden’).

Procedure in eerste aanleg

Volgens Hanos c.s. zijn de Gelden ten onrechte niet op hun bankrekening bijgeschreven. Hanos c.s. spreken de bestuurders van het failliete RCCS (‘de Bestuurders’) aan op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank wijst de vorderingen van Hanos c.s. in eerste aanleg af.

Hoger beroep

Hanos c.s. gaan in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank.

Wft-vergunning

Volgens Hanos c.s. had RCCS ten onrechte geen Wft-vergunning en voldeed RCCS niet aan de vereisten van deze wet. Het hof oordeelt dat RCCS geen Wft-vergunning nodig had. Zij kwalificeert niet als geldtransporteur. Bovendien kunnen haar diensten niet worden aangemerkt als geldtransfer. Als RCCS al een vergunning nodig zou hebben gehad, dan zou volgens het hof DNB signalen moeten hebben afgegeven, hetgeen niet is gebeurd. De Wftregelgeving is bovendien voor meerdere uitleg vatbaar. Gelet op die omstandigheden kan volgens het hof de Bestuurders geen persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt.

Contractuele verplichting tot het al dan niet gescheiden houden van gelden

Anders dan Hanos c.s. stellen, oordeelt het hof dat uit de overeenkomst tussen Hanos c.s. en RCCS niet volgt dat RCCS de CiT-gelden gescheiden had moeten houden van het (overige) vermogen van RCCS. Van een tekortkoming in de nakoming van een contractuele verplichting laat staan een persoonlijk ernstig verwijt aan de Bestuurders – is volgens het hof dan ook geen sprake.

Door Bestuurders gevoerd beleid

Hanos c.s. verwijten de Bestuurders dat zij onzorgvuldig beleid hebben gevoerd en in stand hebben gelaten. Ook zou sprake zijn van een ondeugdelijke administratie en foutieve betalingen. Het hof oordeelt dat Hanos c.s. onvoldoende concrete feiten hebben gesteld waaruit blijkt dat de Bestuurders ter zake een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Ten aanzien van de achterstanden van de CiT-gelden was de verwachting dat deze ingelopen zouden kunnen worden. Naar het oordeel van het hof kan de Bestuurders niet verweten worden dat zij de achterstanden niet hebben gemeld bij hun klanten. Dit had kunnen leiden tot opzegging van verschillende klanten, waardoor de achterstanden van de CiT-gelden in ieder geval niet ingelopen hadden kunnen worden. Ook de andere verwijten van Hanos c.s. ten aanzien van de overname van de branchegenoot, de verplichting tot het afsluiten van een deugdelijke verzekering en het zoeken van een andere bank, treffen naar het oordeel van het hof geen doel.

Oordeel hof

Het hoger beroep van Hanos c.s. wordt afgewezen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.

R.M.P. Holsbrink, augustus 2025

 

ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2025:1634 

Instantie: Gerechtshof Amsterdam 

Datum uitspraak: 24-06-2025

 

Originele artikel OR Updates

 

Delen via

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.