OK; enquête. Een aandeelhouder die 10% van de aandelen houdt in een vennootschap verzoekt om een enquêteprocedure naar het beleid en de gang van zaken binnen de vennootschap. De overige aandeelhouders hebben naar het oordeel van de OK met een tegenstrijdig belang gehandeld en hebben diverse zaken voor zowel de 10%-aandeelhouder als de OK niet kunnen verduidelijken. De OK beveelt een onderzoek en benoemt een onafhankelijke derde als bestuurder met een beslissende stem. Het verzoek tot het houden van enquête wordt toegewezen. Het verzoek tot het treffen van de overige onmiddellijke voorzieningen wordt afgewezen.
Partijen
[A] houdt 10% van de aandelen in [Vennootschap]. [Bestuurder], [D] en [Vennootschap] (hierna: [Vennootschap c.s.]) houden respectievelijk 60%, 20% en 10% van de aandelen in [Vennootschap]. [B] is bestuurder en enig aandeelhouder van [Bestuurder]. [D] is de vriend van [C] en [C] is de broer van [B]. Daarnaast is er de [Stichting], waarvan [B] de bestuurder is. Ten slotte zijn er nog een tweetal detacheringsbedrijven, genaamd [Detacheringsbedrijf A] en [Detacheringsbedrijf B]. [B] houdt via [Bestuurder] 70% van de aandelen in [Detacheringsbedrijf A] en is later één van de twee vennoten geworden van de vennootschap onder firma [Detacheringsbedrijf B] (hierna gezamenlijk: [Detacheringsbedrijf A & B]. Sinds de oprichting van [Stichting] wordt er door [Stichting] samengewerkt met [Detacheringsbedrijf A & B]. Tot slot hebben [B] en [F] de entiteit [Subsidiebureau] opgericht.
Feiten
[Vennootschap] is in 2008 opgericht door [B] en richt zich op het verlenen van thuiszorg in de regio Den Haag. Na financiële moeilijkheden hebben de broer van [B], [C], en zijn vriend [D] aandelen gekocht en is [C] de financiën op zich gaan nemen. Vanwege een onenigheid heeft [C] de helft van zijn aandelen aan [Vennootschap] verkocht en de andere helft overgedragen aan zijn echtgenote [A]. Aan de huidige bedrijfsstructuur liggen diverse overeenkomsten ten grondslag, zoals onder meer een managementovereenkomst, een overeenkomst inzake hoofd- en onderaannemerschap, een gebruiksovereenkomst, meerdere rekening-courantovereenkomsten, een addendum bij statuten met aandeelhouders tussen en een samenwerking(sovereenkomst) tussen.
Na het vertrek van [C] als aandeelhouder van [Vennootschap] zijn er diverse veranderingen geweest in de wijze van samenwerking tussen [Vennootschap], [Stichting] en andere ondernemingen waarbij [B] betrokken is. Bovendien is onder andere de winst van [Vennootschap] abrupt gedaald sinds het vertrek van [C]. De OK stelt vast dat de activiteiten van [Vennootschap] zijn verplaatst naar [Stichting] en naar [Subsidiebureau]. [Vennootschap c.s.] zijn van mening dat de wijzigingen noodzakelijk waren in het kader van gewijzigde wet- en regelgeving in 2021. [A] betwist dit gemotiveerd.
Inhoudelijk oordeel OK
De OK gaat in op het volgende dat door [A] is aangevoerd: (i) de gewijzigde samenwerking, (ii) het tegenstrijdig belang, (iii) de gewijzigde rekening-courantverhoudingen, (iv) de gebrekkige informatievoorziening aan [A], (v) de gebreken in de vaststelling en deponering van de jaarrekeningen en (vi) het aantal aandeelhoudersvergaderingen. De OK is van oordeel dat voorgaande stellingen van [A], behoudens de laatste (vi), vragen oproepen over de gang van zaken binnen [Vennootschap].
Volgens de OK hebben [Vennootschap c.s.] onvoldoende toegelicht waarom de beleidswijzigingen plaats moesten vinden, waarbij de activiteiten van [Vennootschap] werden uitgevoerd door andere entiteiten waarbij [B] belang heeft. Daarnaast hebben [Vennootschap c.s.] onvoldoende toegelicht dat het verhogen van de managementvergoeding en het verlagen van het rentepercentage van de rekening-courant nodig was én dat hiervoor de juiste procedure is doorlopen. De aandeelhoudersvergadering waar [Vennootschap c.s.] naar verwijzen, heeft niet in het bijzijn van [A] plaatsgevonden. Bovendien is niet gebleken dat [A] (op de juiste wijze) is opgeroepen voor deze aandeelhoudersvergadering. [Vennootschap c.s.] hebben evenmin voldoende informatie verschaft aan [A], terwijl dit wel op grond van de zorgplicht jegens een minderheidsaandeelhouder wel verplicht is.
Voorgaande geldt eveneens voor de vaststelling en deponering van jaarrekeningen. De datum van het vaststellen van de jaarrekening door de algemene vergadering komt niet overeen met de datum die is opgenomen in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. [Vennootschap c.s.] hebben onvoldoende toegelicht waarom deze data niet overeenkomen. Het enige aspect waar de OK niet in mee gaat, is het door [A] gestelde onvoldoende aantal aandeelhoudersvergaderingen. [A] heeft naar het oordeel van de OK immers zelf niet eerder aangedrongen op het houden van meer aandeelhoudersvergaderingen, waardoor de OK aan deze klacht voorbij gaat.
Conclusie OK
Het voorgaande brengt volgens de OK met zich mee dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken binnen [Vennootschap]. De OK gelast een onderzoek naar het beleid van de [Vennootschap]. Daarnaast acht de OK een onmiddellijke voorziening noodzakelijk. Zo wordt een onafhankelijke derde als bestuurder van [Vennootschap] benoemd. Deze bestuurder krijgt een beslissende stem, is zelfstandig bevoegd om [Vennootschap] te vertegenwoordigen en is verplicht noodzakelijk voor de vertegenwoordiging. De overige verzoeken worden door de OK afgewezen.
M. Roetman, februari 2025
ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2025:41
Instantie: Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum: 9 januari 2025