Contact opnemen
Ondernemingsrecht 04 september 2025

Appellant/Nextlevel Ventures B.V.

Leestijd: 6 minuten

Vier partijen zijn betrokken bij een geldleningsovereenkomst met daarin een borgtocht. Bijna vijf jaar later wordt de leningnemer ontbonden. De leninggever spreekt de borg aan voor de verschuldigde bedragen van de
leningnemer. De rechtbank wijst de vorderingen van de leninggever toe en veroordeeld de leningnemer tot betaling van de verschuldigde bedragen op basis van de geldleningsovereenkomst. De borg gaat in hoger beroep en voert negen grieven aan tegen het vonnis van de rechtbank. Het hof wijst bijna alle grieven volledig af.

Partijen

Nextlevel Ventures B.V. (‘Nextlevel’) is een vennootschap die zich bezighoudt met de directie over en het deelnemen in andere vennootschappen. De bestuurder en enig aandeelhouder van Nextlevel is Montagne B.V. (‘Montagne’). De bestuurder en enigaandeelhouder van Montagne is de heer [naam] (‘[naam]’). [Appellant] was bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf] (‘[bedrijf]’). Nextlevel en [bedrijf] hadden ieder 50%-belang in Screaming Beans Ventures B.V. (‘Ventures’).

Feiten

Nextlevel, [bedrijf], [appellant] en Ventures hebben een geldleningsovereenkomst (‘Geldleningsovereenkomst’) gesloten. In de Geldleningsovereenkomst ligt besloten dat (i) Nextlevel aan [bedrijf] een lening geeft ten einde [bedrijf] de noodzakelijke financiële middelen te verschaffen, (ii) Nextlevel een vordering op [bedrijf] ten titel van geldlening heeft verkregen en (iii) [appellant] zekerheid stelt voor de door Nextlevel verstrekte geldlening door voor de verschuldigde bedragen borg te staan.

Nextlevel, [bedrijf], [appellant] en Ventures hebben een geldleningsovereenkomst (‘Geldleningsovereenkomst’) gesloten. In de Geldleningsovereenkomst ligt besloten dat (i) Nextlevel aan [bedrijf] een lening geeft ten einde [bedrijf] de noodzakelijke financiële middelen te verschaffen, (ii) Nextlevel een vordering op [bedrijf] ten titel van geldlening heeft verkregen en (iii) [appellant] zekerheid stelt voor de door Nextlevel verstrekte geldlening door voor de verschuldigde bedragen borg te staan.

Oordeel rechtbank

Nextlevel vordert van [appellant] in eerste aanleg betaling van de hoofdsom op basis van de Geldleningsovereenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en de proces- en nakosten. De rechtbank wijst de vorderingen van Nextlevel toe.

Oordeel hof

Het oordeel van de rechtbank acht [appellant] onjuist. [appellant] voert negen grieven aan in hoger beroep. [appellant] is van mening dat: (i) de borgtocht een particuliere borgtocht is, (ii) de vorderingen van Nextlevel zijn verjaard, (iii) de stuitingsbrief niet voldoet aan de eisen van artikel 3:317 lid 1 BW, (iv) sprake is van rechtsverwerking, (v) het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [appellant] uit hoofde van de borgtocht wordt aangesproken door Nextlevel, (vi) sprake is van dwaling en (vii) buitengerechtelijke incassokosten niet terecht zijn toegewezen. Hiernaast voert [appellant] nog twee grieven aan die volgens het hof geen zelfstandige betekenis hebben en dus niet tot een ander oordeel kunnen leiden.

In deze zaak gaat het volgens het hof om een zakelijke borgtocht, omdat de Geldleningsovereenkomst is aangegaan als onderdeel van de normale bedrijfsuitoefening. Het hof is verder van oordeel dat het enkel stilzitten van Nextlevel, niet met zich meebrengt dat Nextlevel het vertrouwen wekt jegens [bedrijf] geen aanspraak meer te maken op terugbetaling op grond van de Geldleningsovereenkomst. Van rechtsverwerking is dus geen sprake. Het is bovendien niet onaanvaardbaar dat Nextlevel [appellant] op grond van de borgtocht aanspreekt, omdat de situatie zich juist leent voor een beroep op de borg. Daarnaast is oordeelt het hof dat [appellant] bewust het risico heeft aanvaard borg te staan voor het niet voldoen aan de betalingsverplichtingen van [bedrijf]. Daarnaast oordeelt het hof dat er géén reden is voor het aannemen van dwaling. De grief over de buitengerechtelijke incassokosten slaagt evenmin.

Het hof staat uitgebreider stil bij de grieven over de verjaring van de vordering (iii) en de stuitingsbrief (iv). Het hof oordeelt dat partijen bij de Geldleningsovereenkomst redelijkerwijs hebben mogen begrijpen dat het niet of niet tijdig betalen van een termijn, niet de opeisbaarheid van de volledige restschuld met de verschuldigde rente betekend. Het hof stelt voor één aflossingstermijn [appellant] in het gelijk. [bedrijf] had een deel van deze aflossingstermijn namelijk betaald, maar een kleine vijftig euro niet. Nextlevel heeft volgens het hof onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld die rechtvaardigen dat Nextlevel de betaling door [bedrijf] redelijkerwijs een erkenning door [appellant] van het recht van Nextlevel betekent. Dit is de enige aflossingstermijn die opeisbaar is geworden voorafgaand aan de stuitingsbrief. Daarbij merkt het hof op dat het niet expliciet benoemen dat een verjaring wordt gestuit niet afdoet aan de stuitende werking van de mededelingen in de brief. Deze aflossingstermijn is nu naar het oordeel van het hof verjaard. De overige termijnen zijn volgens het hof niet verjaard en aldus opeisbare vorderingen. Daarbij merkt het hof op dat het niet expliciet benoemen dat een verjaring wordt gestuit niet afdoet aan de stuitende werking van de mededelingen in de brief.

Conclusie hof

Het hof vernietigt het bestreden vonnis en verlaagt de hoofdsom met een kleine vijftig euro. Het bestreden vonnis wordt voor het overige door het hof bekrachtigd.

M. Roetman, november 2024

 

ECLI-nummer: ECLI:NL:GHAMS:2024:2412

Keywords:

  • Hoger beroep
  • Joint venture
  • Borgtocht
  • Geldleningsovereenkomst
  • Stuiting
  • Dwaling
  • Verjaring

 

Originele artikel OR Updates

Delen via

Kennis

Alle kennis
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.