Bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘Afdeling’) staat regelmatig ter discussie of degene die opkomt tegen een verleende omgevingsvergunning belanghebbende is bij dat besluit. Alleen degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken kan tegen een besluit bezwaar en beroep aantekenen. Uitgangspunt is dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt in beginsel belanghebbende is bij een besluit. Volgens de Afdeling moeten de feitelijke gevolgen ‘van enige betekenis’ zijn.In een uitspraak van 23 augustus 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2271) heeft de Afdeling antwoord gegeven op de vraag hoe het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ moet worden ingevuld. Gevolgen van enige betekenis ontbreken als de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene zo gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. De rechtspraak die na de uitspraak van 23 augustus 2017 is gewezen, is casuïstisch. Een voorbeeld hoe de Afdeling de ‘gevolgen van enige betekenis’ toetst, biedt de uitspraak van de Afdeling van 11 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2346).
Uitspraak van 11 juli 2018: Interbest B.V. versus Trust
Trust wil een reclamemast bouwen en heeft daarvoor van het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht een omgevingsvergunning gekregen. Interbest B.V. heeft twee reclamemasten die op een afstand van 150 meter en 228 meter van de reclamemast van Trust staan. Interbest B.V. is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning en gaat in beroep.
In beroep komt de rechtbank tot de conclusie dat Interbest B.V. geen belanghebbende is. De rechtbank vindt dat er geen sprake is van een concurrentiebelang.
Interbest B.V. gaat met succes tegen de uitspraak van rechtbank in hoger beroep. De Afdeling beoordeeld de belanghebbendheid van Interbest B.V. niet vanuit het concurrentiebelang maar toetst of Interbest B.V. gevolgen van enige betekenis ondervindt. Daarbij slaat de Afdeling acht op de afstand tussen de reclamemasten van Interbest B.V en Trust. Volgens de Afdeling is de afstand tussen de reclamemasten van Interbest B.V. en de te realiseren mast zo klein dat aannemelijk is dat Interbest B.V. van de te bouwen mast gevolgen kan ondervinden. Ook speelt een rol dat alle reclamemasten voor automobilisten vrijwel gelijktijdig zichtbaar zijn vanaf de A16. Daarom krijgen de reclamemasten van Interbest B.V. minder aandacht. Ze zijn dan minder aantrekkelijk voor potentiële huurders.
Lessen voor de praktijk
De bovenstaande uitspraak illustreert dat het lastig kan zijn om de gevolgen van enige betekenis vast te stellen. Heeft u vragen over belanghebbendheid? Neem dan contact op met het team bestuursrecht van Damsté advocaten – notarissen.