Het intellectueel eigendomsrecht is een verzamelnaam voor een breed scala aan rechten die intellectueel eigendom beschermen. Andere termen die ook wel worden gebruikt voor het intellectueel eigendomsrecht zijn IE-recht, IP en intellectual property rights.
Onder het intellectueel eigendomsrecht vallen onder meer het merkenrecht, auteursrecht, modellenrecht, octrooirecht en handelsnaamrecht. Intellectuele eigendomsrechten beschermen creatieve of technisch vernieuwende creaties tegen iedereen die zonder toestemming gebruik maakt van de betreffende creatie of deze nabootst. De rechthebbende van een intellectueel eigendomsrecht heeft namelijk het exclusieve recht om de creatie onder meer te exploiteren, openbaar te maken, te kopiëren of op andere wijze te gebruiken. De rechthebbende mag dus bepalen wie gebruik mag maken van het intellectueel eigendom en kan zich daarmee onderscheiden van anderen.
Welke intellectuele eigendomsrechten zijn er?
De wetgeving regelt verschillende intellectuele eigendomsrechten die kunnen rusten op verschillende creaties. Intellectuele eigendomsrechten kunnen bijvoorbeeld rusten op software, productvormgeving, boeken, een naam, onderscheidingstekens, kleding, uitvindingen, films en muziek. Welk intellectueel eigendomsrecht geschikt is voor de bescherming van een creatie, is afhankelijk van de creatie en van de gewenste bescherming.
Software en boeken worden bijvoorbeeld beschermd door het auteursrecht dat nabootsing van werken van letterkunde, wetenschap of kunst verbiedt. Het merkenrecht beschermt onderscheidingstekens tegen nabootsing. Productvormgeving kan weer worden beschermd door zowel het modellenrecht als het auteursrecht die beiden een andere mate van bescherming bieden. Een technische innovatie kan worden beschermd door een octrooirecht. Het is derhalve van groot belang om te weten wat de verschillen zijn tussen de verschillende intellectuele eigendomsrechten.
Auteursrecht
Het auteursrecht is in Nederland geregeld in de Auteurswet. Het auteursrecht, ook wel copyright genoemd, is het exclusieve recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen. Voorbeelden van werken waar auteursrecht op kan rusten zijn boeken, schilderijen, (vormgeving van) producten, muziek, software en films.
Het auteursrecht komt automatisch toe aan de maker van een creatief werk. De maker is in beginsel degene die op of in het werk als zodanig wordt aangeduid of bij gebreke daarvan degene die bij de openbaarmaking als maker wordt aangeduid. De maker hoeft het auteursrecht niet vast te leggen of aan te vragen.
Niet alle creaties zijn auteursrechtelijk beschermd. Om auteursrechtelijke bescherming te genieten moet het werk “een eigen, oorspronkelijk karakter” bezitten en “het persoonlijke stempel van de maker” dragen. Dit betekent dat een werk niet mag zijn ontleend aan andere werken. Verder moet het werk het resultaat zijn van creatieve keuzes van de maker. Stijl, mode en trends zijn in principe niet auteursrechtelijk beschermd. Ook techniek wordt niet beschermd door het auteursrecht.
Merkenrecht
Ook het merkenrecht is een intellectueel eigendomsrecht. Het merkenrecht wordt onder meer geregeld in het Benelux-verdrag inzake de Intellectuele Eigendom, oftewel het BVIE, en de Uniemerkenverordening. Met behulp van het merkenrecht kan een (rechts)persoon een onderscheidingsteken registreren ter onderscheiding van waren of diensten in het commerciële verkeer. De onderscheidingstekens die als merk worden gebruikt, zijn veelal woorden en logo’s.
Het woordmerk “Damsté” is bijvoorbeeld een geregistreerd merk dat enkel door Damsté advocaten – notarissen mag worden gebruikt voor juridische diensten. Met behulp van het woordmerk kan Damsté haar diensten onderscheiden van die van andere juridische dienstverleners. Ook logo’s kunnen van grote waarde zijn bij de onderscheiding van producten en/of diensten van bedrijven. Nike onderscheidt haar producten bijvoorbeeld met de Nike Shwoosh als logo (beeldmerk) dat zeer bekend is bij consumenten.
Het merkrecht geeft de houder van een geregistreerd merk het exclusieve recht om gebruik te maken van dat merk en op te treden tegen iedereen die identieke of soortgelijke tekens gebruikt. Bovendien kan een merkhouder ook optreden tegen partijen die afbreuk doen aan de reputatie van het merk of ongerechtvaardigd voordeel proberen te trekken uit het merk.
Onderscheidingstekens worden niet automatisch beschermd door het merkenrecht. Om merkenrechtelijke bescherming te genieten moet het onderscheidingsteken worden vastgelegd. Dit wordt ook wel een merkdepot genoemd. Het vastleggen van een merk kan bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BOIP) voor een Benelux-merk dat bescherming biedt aan de merkhouder binnen de Benelux. Een Uniemerk dat bescherming biedt binnen de Europese Unie kan worden aangevraagd bij het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie (EUIPO).
Handelsnaamrecht
Een handelsnaam is een vorm van intellectueel eigendom die de naam beschermt waaronder een onderneming wordt gedreven. De bescherming van de handelsnaam is geregeld in de Handelsnaamwet. Een handelsnaam beschermt een bedrijf tegen iedereen die een identieke of een soortgelijke naam gebruikt. Er moet dan wel sprake zijn van gevaar voor verwarring bij het publiek.
Het bedrijf met de oudere handelsnaam kan in dat geval eisen dat de nabootser het gebruik van zijn handelsnaam staakt. Of sprake is van gevaar voor verwarring is afhankelijk van onder meer de vestigingsplaats, het handelsbereik en de soort onderneming. Een snackbar genaamd ‘De Frituur’ met een plaatselijk handelsbereik in het zuiden van het land zal niet snel worden verward met een snackbar genaamd ‘De Frituur’ met een plaatselijk bereik in het noorden.
In tegenstelling tot een merk hoeft een handelsnaam niet te worden ingeschreven. Om de bescherming van het handelsnaamrecht in te kunnen roepen, is vereist dat een bedrijf die naam naar de buitenwereld toe daadwerkelijk gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld door de handelsnaam te gebruiken op de gevel van het pand, het briefpapier of de website. Bedrijven schrijven hun handelsnaam vaak in bij de Kamer van Koophandel. Dit kan bijvoorbeeld helpen ter onderbouwing van hoe lang de naam al wordt gebruikt, maar is geen verplichting en op zichzelf ook niet voldoende om bescherming te genieten. Het gaat om het daadwerkelijke gebruik voor de onderneming.
Modellenrecht
Het modelrecht is een intellectueel eigendomsrecht dat ziet op de bescherming van de uiterlijke vormgeving van tekeningen en modellen (gemakshalve zal in het vervolg slechts het model worden benoemd). Het modellenrecht is geregeld in het Benelux Verdrag voor de Intellectuele Eigendom (BVIE) en de Gemeenschapsmodellenverordening.
Als model wordt beschouwd het uiterlijk van een product of een deel van het uiterlijk. Men kan er dus voor kiezen om enkel de schoenzool als model te deponeren in plaats van de gehele schoen. Zodra een model is gedeponeerd, heeft de houder van het model het exclusieve recht om op te treden tegen iedereen die zonder toestemming zijn model nabootst.
Een model wordt beschermd door het modellenrecht voor zover dit voldoet aan twee cumulatieve vereisten. Het model moet “nieuw” zijn en een “eigen karakter” hebben. Met het vereiste dat het model “nieuw” moet zijn, wordt bedoeld dat de vormgeving niet al bekend mag zijn.
Met “eigen karakter” wordt bedoeld dat het model een andere algemene indruk moet wekken dan de modellen die al beschikbaar zijn. De modellen die al beschikbaar waren ten tijde van de inschrijving worden ook wel vormgevingserfgoed of Umfeld genoemd. Wanneer een bedrijf de vormgeving van een sneaker wil deponeren als model, is dit mogelijk voor zover deze vormgeving afwijkt van de vormgeving van de sneakers die al op de markt zijn.
Om modellenrechtelijke bescherming te genieten, is inschrijving van het model vereist. Door een model vast te leggen bij het BOIP of het EUIPO verkrijgt een modelhouder bescherming voor de duur van 5 jaar. De beschermingsduur van het model kan steeds worden verlengd met een periode van 5 jaar tot een maximum van 25 jaar.
Het modellenrecht kent ook de bescherming van het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel. Het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel hoeft niet te worden ingeschreven of aangevraagd, maar komt tot stand. De beschermingsduur van een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel is drie jaar en is daarmee een stuk korter dan die van een geregistreerd model. Ook is de beschermingsomvang van een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel beperkter dan die van een geregistreerd model.
Octrooirecht
Een octrooi, ook wel patent genoemd, is ook een vorm van intellectueel eigendom. Het octrooirecht is geregeld in de Rijksoctrooiwet en het Europees Octrooiverdrag. Een octrooi geeft de houder daarvan het exclusieve recht om een uitvinding commercieel toe te passen. Hiertegenover staat dat een octrooi openbaar wordt gemaakt en een concurrent dus kennis kan nemen van de inhoud van een octrooi. De openbaargemaakte octrooien kunnen worden geraadpleegd in de octrooidatabanken en octrooiregisters.
Om voor octrooirechtelijke bescherming in aanmerking te komen moet een uitvinding een technisch karakter hebben. Daarnaast moet de uitvinding “nieuw” en “inventief” zijn. Met nieuwheid wordt net als bij het modellenrecht bedoeld dat de uitvinding ten tijde van de inschrijving nergens ter wereld bekend mag zijn. Het is daarom van groot belang om een uitvinding geheim te houden tot de dag waarop het octrooi wordt aangevraagd. Met inventiviteit wordt bedoeld dat de uitvinding niet op een voor de hand liggende wijze mag voortvloeien uit de stand van de techniek. Tot slot moet de uitvinding industrieel toepasbaar zijn. De uitvinding moet dus echt gemaakt kunnen worden.
Een octrooi ontstaat niet automatisch, maar moet worden aangevraagd. Zodra octrooi is verleend, is de uitvinding waarvoor het patent is aangevraagd beschermd voor de duur van 20 jaar, te rekenen vanaf de datum van aanvraag.
Bedrijfsgeheimen
Een bedrijf dat over informatie of knowhow beschikt die concurrenten niet hebben, zoals geheime recepturen, fabricagemethodes, algoritmen of marketingconcepten, kan belang hebben bij de bescherming daarvan. Dit kan door deze informatie of knowhow als bedrijfsgeheim te beschermen. Bescherming als bedrijfsgeheim is met name nuttig voor informatie of knowhow die niet in aanmerking komt voor bescherming op grond van andere intellectuele eigendomsrechten, zoals het octrooirecht. De bescherming van het bedrijfsgeheim wordt geregeld in de Wet bescherming bedrijfsgeheimen (Wbb).
Om informatie of knowhow als bedrijfsgeheim in de zin van de Wbb te kunnen beschermen, is geen registratie van deze informatie of knowhow vereist. De informatie moet wel voldoen aan de volgende vereisten. De informatie of knowhow moet geheim zijn, moet handelswaarde bezitten (omdat deze geheim is) en moet worden beschermd doordat (redelijke) maatregen zijn getroffen om deze te beschermen. Zodra de informatie of knowhow aan deze drie vereisten voldoet, geniet deze de bescherming als bedrijfsgeheim.
Bedrijfsgeheimen kunnen relevante instrumenten zijn waarmee een bedrijf zich kan onderscheiden van concurrenten. Er zijn verschillende bedrijven bekend die met behulp van hun bedrijfsgeheimen succesvol zijn geworden. Voorbeelden van dergelijke bedrijven zijn Google en Coca-Cola.
Welke rol kan Damsté voor u spelen rond vragen over intellectueel eigendom?
Bij Damsté advocaten – notarissen werken meerdere advocaten die gespecialiseerd zijn in het intellectueel eigendomsrecht. De IE advocaten van Damsté kunnen u adviseren over de mogelijkheden om uw creaties, knowhow of onderscheidingstekens te beschermen en u bijstaan in geschillen over intellectueel eigendomsrechten.
Als u geconfronteerd wordt met een partij die zonder uw toestemming gebruik maakt van uw intellectuele eigendomsrechten, dan kunnen de advocaten intellectueel eigendomsrecht van Damsté u helpen bij het inschatten van uw rechten en uw juridische positie. Uiteraard kunnen de specialisten van Damsté u ook bijstaan bij de handhaving van uw intellectueel eigendom.
Door handhaving van uw intellectueel eigendomsrechten kan de inbreuk op uw intellectueel eigendom worden gestopt. Ook kunt u de schade die is veroorzaakt door de inbreuk op uw rechten van intellectueel eigendom verhalen op de inbreukmakende partij. Op grond van artikel 1019h Rv wordt de verliezende partij bovendien veroordeeld in de redelijke en evenredige proceskosten die de winnende partij heeft moeten maken.
De intellectueel eigendomsrecht advocaten van Damsté kunnen u ook bijstaan wanneer u ten onrechte wordt beschuldigd van inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht door een ander.