Contact opnemen
13 september 2018

Verplicht horen bij de invordering van een dwangsom

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van 12 september 2018 bepaald dat het voortaan verplicht is een belanghebbende te horen voordat het over gaat tot het invorderen van een dwangsom of de kosten van bestuursdwang. De Afdeling wijzigt daarmee haar eerdere lijn. Zij doet dat onder verwijzing naar de conclusie van A-G Wattel van 4 april 2018. 

De casus

In deze zaak stond het gebruik van recreatiewoningen in de gemeente Opmeer centraal. Deze woningen werden niet-recreatief gebruikt. De gemeente schreef de eigenaar aan dat de woningen alleen voor recreatieve doeleinden gebruikt morgen worden. In deze aanschrijving was ook bepaald dat die gold voor de rechtsopvolgers van de eigenaar. Een bezwaarschrift tegen de aanschrijving werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat was ingediend. Het college ging daarop over tot de invordering van een bedrag aan dwangsommen van totaal € 50.000,--.

Het verweer

Bij de Afdeling voert appellant allereerst vergeefs verweer tegen de aanschrijving zelf. Hij is dan geen eigenaar meer. Dat is inmiddels een andere partij geworden. Deze andere partij voert tegen de invorderingsbeschikking aan dat het college niet tot invordering mocht over gaan zonder eerst met hem in gesprek te gaan.

Het oordeel

“…De Afdeling stelt voorop dat het hebben van een gesprek voorafgaand aan het besluit tot invordering niet van belang is voor de vraag of het college bevoegd is om tot invordering over te gaan. De Afdeling overweegt verder naar aanleiding van de conclusie van de staatsraad advocaat-generaal mr. P.J. Wattel van 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152, en anders dan voorheen dat het college alvorens tot invordering over te gaan belanghebbende op grond van artikel 4:8, eerste lid, van de Awb voorafgaand aan de dwangsominvordering in de gelegenheid dient te stellen te worden gehoord. Daarbij acht de Afdeling van belang dat het aan de overtreder is om bijzondere omstandigheden waarvan het bestuursorgaan niet al op de hoogte is of had moeten zijn, naar voren te brengen. Hij moet daartoe door het bestuursorgaan wel in staat worden gesteld. Het horen van de overtreder is daar bij uitstek de manier voor. Nu het college in dit geval de nieuwe eigenaar niet heeft gehoord, leidt het tot vernietiging van het besluit van 18 april 2017…”

Conclusie

Met ingang van 12 september 2018 moet een bestuursorgaan, alvorens het overgaat tot invordering van dwangsommen of de kosten van bestuursdwang, de belanghebbende op grond van artikel 4:8 Awb eerst horen.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.