Contact opnemen
15 februari 2016

VAR-verklaring vervalt per 1 mei 2016

De Eerste Kamer heeft op 2 februari 2016 vóór het afschaffen van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) voor ZZP’ers gestemd. De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) van staatssecretaris Wiebes van Financiën kreeg bij de stemming groen licht. Het is de bedoeling dat deze wet op 1 mei 2016 in werking treedt. Dit heeft tot gevolg dat de VAR-verklaring - en daarmee de fiscale vrijwaring voor opdrachtgevers - vanaf 1 mei 2016 komt te vervallen.

Door de nieuwe wet worden de verantwoordelijkheden van de opdrachtgever en de ZZP’er bij het beoordelen van hun arbeidsrelatie beter in balans gebracht, waardoor de mogelijkheden om te handhaven worden verbeterd en schijnzelfstandigheid wordt teruggedrongen.

Onderscheid zelfstandige en werknemer

In het arbeidsrecht en fiscale recht wordt onderscheid gemaakt tussen zelfstandige ondernemers en werknemers. Of iemand een zelfstandige is of een werknemer, wordt beoordeeld op basis van de feitelijke situatie op de werkvloer. Zo moet een ZZP'er bijvoorbeeld meerdere opdrachtgevers hebben, in grote mate zelf bepalen hoe hij zijn werk uitvoert en geen auto van de zaak van de opdrachtgever hebben. Het onderscheid tussen zelfstandige en werknemer is van belang voor de vraag of sprake is van een inhoudingsplicht voor de loonheffingen en een verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen.

Verkapt dienstverband

Veel ZZP’ers hebben op dit moment een verkapt dienstverband. Op papier zijn zij ZZP’er, maar in de praktijk hebben zij bijvoorbeeld slechts één opdrachtgever. Dit brengt fiscale risico’s met zich mee, omdat de Belastingdienst bij constatering hiervan een naheffing en een boete aan kan opleggen. Door de nieuwe wet wordt de opdrachtgever verantwoordelijk voor de financiële gevolgen van een eventuele schijnconstructie.

Overeenkomst in plaats van VAR-verklaring

Opdrachtgevers en ZZP’ers moeten voortaan gaan werken met overeenkomsten waaruit de zelfstandige status van de ZZP’er blijkt. Hiermee kan worden aangetoond dat geen sprake is van een verkapt dienstverband. De overeenkomst treedt dus eigenlijk in de plaats van de VAR-verklaring. De inhoud van de overeenkomst tussen de opdrachtgever en ZZP’er moet uiteraard overeenkomen met de daadwerkelijke situatie op de werkvloer.

Het is mogelijk om de overeenkomst voorafgaand aan de opdracht ter toetsing aan de Belastingdienst voor te leggen. De Belastingdienst beoordeelt dan op basis van de gemaakte afspraken of al dan niet sprake is van een verkapt dienstverband. Op deze wijze kunnen opdrachtgever en ZZP’er vooraf zekerheid krijgen over de kwalificatie van hun arbeidsrelatie. Het is vervolgens wel van belang om volgens de bepalingen in de overeenkomst te blijven werken. Als hiervan wordt afgeweken, kan de Belastingdienst alsnog beslissen dat toch sprake is van een verkapt dienstverband, waardoor een naheffing en boete aan de opdrachtgever kan worden opgelegd. Op dit moment is een aantal voorbeeldovereenkomsten gepubliceerd op de website van de Belastingdienst.

Overgangsperiode

Per 1 mei 2016 verdwijnt dus de VAR en daarmee ook de fiscale vrijwaring voor opdrachtgevers. Er geldt een overgangsperiode tot 1 mei 2017. In deze overgangsperiode wordt coulance in acht genomen en in beginsel nog niet handhavend opgetreden door de Belastingdienst. Om een beroep te kunnen doen op deze coulance, moet de opdrachtgever wel actief toetsen of de ZZP’er mogelijk een verkapt dienstverband heeft.

Heeft u een VAR-verklaring van vorig jaar, dan kunt u deze dit jaar nog blijven gebruiken. Het is echter wel raadzaam om nu alvast uw overeenkomsten met ZZP’ers kritisch onder de loep te nemen en eventueel te laten beoordelen of een aanpassing vereist is.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.