Contact opnemen
30 november 2016

Uitstel handhaving Wet DBA

Het komt niet dagelijks voor dat een bewindspersoon zich door maatschappelijke weerstand gedwongen ziet om een wet in de ijskast te zetten. Het overkwam staatssecretaris Wiebes van Financiën vorige week met de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (Wet DBA). Wiebes heeft op 18 november 2016 bekendgemaakt dat de handhaving van de Wet DBA wordt opgeschort tot de knelpunten in deze nieuwe wetgeving zijn opgelost. Daarmee lijkt Wiebes een voor zijn partij heikel dossier in de komende verkiezingsstrijd onschadelijk te hebben gemaakt.

Knelpunten Wet DBA

Per 1 mei 2016 is de VAR-verklaring afgeschaft en vervangen door de Wet DBA. Deze wet maakte een eind aan de vrijwaring van opdrachtgevers voor schijnconstructies met zelfstandige professionals. Er zitten echter te veel haken en ogen aan deze opvolger van de VAR-verklaring, waardoor onrust en onzekerheid is ontstaan bij zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers (ZZP’ers). ZZP’ers zijn bang hun opdrachten kwijt te raken. Dit leidt tot zorgen over werk, inkomen en bestaanszekerheid. Opdrachtgevers zijn huiverig ZZP’ers in te huren, omdat ze bang zijn fouten te maken en naheffingen of boetes van de Belastingdienst te krijgen. In de praktijk is niet duidelijk wanneer precies sprake is van de gevreesde schijnzelfstandigheid. Er bestaat vooral onduidelijkheid over het begrip 'gezagsverhouding' dat bepalend is voor een dienstbetrekking en het vereiste dat een ZZP’er zich kan laten vervangen door een ander. Grote bedrijven in het bankwezen en de bouw verbreken hierdoor in hoog tempo hun relaties met ZZP'ers. Dat geldt ook voor het snelgroeiende mkb. De gewijzigde arbeidswetgeving sluit niet aan bij de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt.

Uitstel handhaving

De oorspronkelijke ingangsdatum van de handhaving van de Wet DBA was 1 mei 2017. Dit wordt verlengd tot in ieder geval 1 januari 2018. Het aanpassen van de wet komt daarmee op het bord van het nieuwe kabinet te liggen. Tot 1 januari 2018 zullen geen boetes of naheffingen worden opgelegd als nog niet geheel volgens de nieuwe regels gewerkt wordt. Opdrachtgevers en ZZP’ers krijgen hierdoor de gelegenheid hun werkwijze aan te passen of hun overeenkomst van opdracht zodanig te wijzigen dat deze overeenkomt met de manier van werken.

Echt zzp’er-schap

Op de website van de Belastingdienst staan goedgekeurde modelovereenkomsten die de werkrelatie tussen opdrachtgevers en ZZP’ers regelen. Opdrachtgevers en ZZP'ers kunnen gebruikmaken van deze modelovereenkomsten, maar dit is geen verplichting. Als geen twijfels bestaan over de werkrelatie tussen de opdrachtgever en ZZP'er, is het gebruik van een modelovereenkomst niet nodig. Van belang is dat praktijk en overeenkomst daadwerkelijk met elkaar in overeenstemming zijn. Er moet sprake zijn van echt ZZP’er-schap en niet van een verkapt dienstverband. De behandeling van de ZZP’er moet anders zijn dan de wijze waarop met een werknemer wordt omgegaan. Zo dient een ZZP’er echt ondernemersrisico te lopen. Dat houdt onder meer in dat hij in tegenstelling tot een werknemer niet wordt doorbetaald tijdens ziekte en vakantie, geen vakantietoeslag ontvangt, geen auto van de zaak heeft en geen jaarlijkse functionerings- of beoordelingsgesprekken heeft. De opdrachtgever mag de kaders van de opdracht schetsen, maar de ZZP’er moet vervolgens zelf kunnen bepalen hoe en op welke dagen hij zijn werkzaamheden invult. Een echte gezagsverhouding, waarbij de opdrachtgever instructies geeft aan de ZZP’er, ontbreekt.

Kwaadwilligen

Voor de zogenaamde ‘kwaadwilligen’ is een uitzondering gemaakt. Dat zijn opdrachtgevers en ZZP'ers die duidelijk een werkgevers-werknemersrelatie hebben en waarbij dus geen sprake is van zelfstandig ondernemen, waardoor een oneigenlijk financieel voordeel wordt behaald. Te denken valt aan een werkgever die zijn werknemers ontslaat en vervolgens het merendeel van deze ex-werknemers via de achterdeur weer inschakelt als zelfstandigen, waardoor de situatie feitelijk niet verandert. Het belastingvoordeel maakt het aantrekkelijk om reguliere arbeid door ZZP’ers te laten verrichten. Deze praktijk kwam veelvuldig voor in de post. Aan deze evidente schijnzelfstandigen kan nog steeds een boete of naheffing worden opgelegd. Voor deze groep geldt geen uitstel van de handhaving.

Hoe nu verder?

Medio 2017 wil Wiebes bekijken wat de stand van zaken is. Hij zal dan besluiten of een verdere verlenging van de implementatietermijn na 1 januari 2018 gewenst is voor het ontwikkelen van nieuwe wettelijke criteria voor het zelfstandig ondernemerschap. De vraag is of opdrachtgevers in de tussentijd daadwerkelijk hun beleid gaan aanpassen. De wetgeving is immers niet veranderd, alleen de handhaving is uitgesteld.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.