Sinds de opkomst van internet en social media, zoals Twitter en Facebook, hebben uitingen en publicaties een groter bereik gekregen dan voorheen. Een online krantenartikel of Facebook-post kan tegenwoordig gemakkelijk worden ‘gedeeld’ en zodoende worden opgepikt door het publiek.
Vaak wordt gedacht dat men alles kan schrijven en openbaar maken. Er bestaat immers zoiets als de vrijheid van meningsuiting. De inhoud van sommige van deze uitingen en publicaties kunnen echter een dermate negatieve invloed hebben op het privéleven van anderen dat deze schade veroorzaken. Denk bijvoorbeeld aan een feitelijk onjuist krantenbericht over een persoon. Wanneer valt een dergelijke publicatie onder de vrijheid van meningsuiting en wanneer is een uitlating of publicatie onrechtmatig?
De vrijheid van meningsuiting
De vrijheid van meningsuiting is - kortgezegd - het recht om, zonder inmenging van openbaar gezag, een mening te hebben en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken. Dit recht is vastgelegd in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna te noemen: EVRM) en in artikel 7 van de Grondwet. De vrijheid van meningsuiting is niet onbeperkt. Op grond van het tweede lid van artikel 10 EVRM kan de vrijheid van meningsuiting worden ingeperkt door een beperking die bij wet is voorzien en die noodzakelijk is in een democratische samenleving in het belang van (onder meer) de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen. Hierbij kan worden gedacht aan het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven zoals neergelegd in artikel 8 EVRM, oftewel het recht op privacy. Het schenden van het recht op privacy van iemand brengt – via artikel 6:162 BW – mee dat een uiting of publicatie onrechtmatig is. Of hiervan sprake is, moet volgen uit een belangenafweging. Het grondrecht op de vrijheid van meningsuiting staat hierbij tegenover het recht op privacy. De belangen van degene die de uiting doet, moeten worden afgewogen tegen de belangen van degene over wie is gepubliceerd.
Belangenafweging
De vraag welk van de hiervoor genoemde grondrechten zwaarder weegt, moet worden beantwoord aan de hand van alle relevante omstandigheden van het geval. Als uitgangspunt geldt niet dat het ene grondrecht voorrang heeft op het andere. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 24 juni 1983 geoordeeld dat in het bijzonder de volgende omstandigheden relevant zijn bij de belangenafweging:
- de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die verdenkingen betrekking hebben;
- de ernst – bezien vanuit het algemeen belang – van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen;
- de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal;
- de inkleding van de verdenkingen, gezien in verhouding tot de onder a – c genoemde factoren;
- de mate van waarschijnlijkheid dat, ook zonder de verweten publicatie via de pers, in het algemeen belang het nagestreefde doel langs andere, voor de wederpartij minder schadelijke wegen met een redelijke kans op succes bereikt had kunnen worden;
- een mogelijke beperking van het door de perspublicatie te veroorzaken nadeel voor degene die erdoor wordt getroffen, in verband met de kans dat het betreffende stuk, ook zonder de verweten terbeschikkingstelling aan de pers, in de publiciteit zou zijn gekomen.
Deze omstandigheden zijn echter niet limitatief. In de loop der jaren zijn in de rechtspraak ook andere omstandigheden naar voren gekomen die relevant kunnen zijn. Publieke figuren, zoals politici dienen bijvoorbeeld een ‘dikkere huid’ te hebben en moeten daarom een grotere inbreuk op hun privacy dulden. Ook kan de aard van het medium waar de uiting is gedaan relevant zijn. Een televisie-uitzending zal veelal een grotere impact hebben dan een krant of een boek. Andere relevante omstandigheden zijn onder meer de omvang van het publiek, de hoedanigheid of het gezag van degene die de uitlatingen doet, of het gaat om feitelijke berichtgeving of een waardeoordeel. Ook de nieuwswaardigheid van een onderwerp kan relevant zijn.
Strafbare smaad, laster en belediging
In sommige gevallen kan een uiting of publicatie ook strafrechtelijke smaad, laster of belediging opleveren. Lees voor meer informatie over strafbare smaad, laster en belediging het blogartikel: “Strafbare smaad, laster en belediging”.
Conclusie
De vrijheid van meningsuiting is dus niet onbegrensd. In sommige gevallen kan dit recht worden beperkt door iemands privacyrecht. Inbreuk op iemands recht op privacy kan namelijk onrechtmatigheid opleveren. Of hiervan sprake is, moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Per uitlating of publicatie zal dus moeten worden bekeken of deze onrechtmatig is.
Yasar Bayram
Advocaat onrechtmatige uitlatingen en publicaties
Neem voor vragen over (onrechtmatige) uitlatingen en publicaties contact op met een van onze specialisten.