Tot eind 2016 heerste er in aanbestedingsland veel onduidelijkheid over de vraag wat de mogelijkheden waren voor een verliezende inschrijver om in hoger beroep een definitief gegunde overeenkomst aan te tasten. Kon iedere overeenkomst in strijd met het aanbestedingsrecht zomaar vernietigd worden? In Nederland was sprake van twee verschillende benaderingen: het Hof Den Haag en het Hof Amsterdam volgden de zogenaamde terughoudende benadering, het Hof Arnhem-Leeuwarden en het Hof Den Bosch volgden de ruime benadering.
Kort gezegd kon een overeenkomst bij de ruime benadering op aanzienlijk meer gronden worden vernietigd dan bij de terughoudende benadering. De ruime benadering bracht voor zowel aanbestedende diensten als gegunde inschrijvers dan ook de nodige risico’s met zich mee, omdat een reeds gesloten overeenkomst in hoger beroep alsnog op diverse gronden aangetast zou kunnen worden. Afhankelijk van de vestigingsplaats van de aanbestedende dienst kon de ene aanbestedende dienst zonder al te veel risico’s overgaan tot definitieve gunning na een vonnis in eerste aanleg (bijvoorbeeld een aanbestedende dienst in Amsterdam), en een andere aanbestedende dienst (bijvoorbeeld in Arnhem) niet. De Hoge Raad heeft op 18 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2638) aan deze onduidelijkheid een einde gemaakt.
In voornoemd arrest heeft de Hoge Raad de precieze kaders geschetst waarbinnen een gesloten overeenkomst in hoger beroep aangetast kan worden. De Hoge Raad volgt kort gezegd de terughoudende benadering.
Naar het oordeel van de Hoge Raad is een overeenkomst na definitieve gunning slechts aantastbaar in de volgende gevallen:
• schending van artikel 4.15 Aw2012 (een onwettig onderhandse gunning, het niet in acht nemen van een opschortende termijn voordat de overeenkomst wordt gesloten en het niet in acht nemen van een opschortende termijn bij een dynamisch aankoopsysteem of een raamovereenkomst);
• in het geval van wilsgebreken (dwaling, bedrog, bedreiging en misbruik van omstandigheden);
• strijdigheid met artikel 3:40 BW (strijd met de wet, de goede zeden of de openbare orde).
De als resultaat van de gunningsbeslissing tot stand gekomen overeenkomst is dus in hoger beroep alléén aan te tasten in de hiervoor genoemde gevallen. Dat brengt mee dat ook vorderingen waarmee wordt beoogd die overeenkomst te beëindigen of de uitvoering daarvan te verhinderen, alleen toegewezen kunnen worden in die gevallen. Hiermee wordt gewaarborgd dat geen te grote of te langdurige onzekerheid ontstaat over de vraag of een overeenkomst gesloten en uitgevoerd kan worden na een vonnis in eerste aanleg. Hiermee zijn zowel aanbestedende diensten als inschrijvers aan wie de opdracht wordt gegund gebaat.
Indien u vragen heeft over de mogelijke aantastbaarheid van een overeenkomst voortvloeiend uit een aanbesteding of meer informatie over dit onderwerp wenst, neemt u dan vrijblijvend contact met ons op.