Contact opnemen
24 februari 2017

Ongeluk op de skipiste; letselschade tijdens de wintersport

Het wintersportseizoen is alweer in volle gang. Tijdens de voorjaarsvakantie zullen veel Nederlanders de sneeuw opzoeken. 

Lekker actief bezig zijn in de buitenlucht is heerlijk, maar ook de gezelligheid van de aprés-ski mag niet ontbreken. Toch is er ook een keerzijde. Volgens onderzoek raken ongeveer 65.000 personen van alle wintersporters geblesseerd. In 90% van de gevallen gaat het om een eenzijdig ongeval. In de overige gevallen gaat het om een botsing met een andere wintersporter. Hoe zit het eigenlijk met de aansprakelijkheid bij zo’n botsing. Zijn er mogelijkheden om je (letsel)schade te verhalen?

Gedragsregels op de piste

Om ongelukken zoveel mogelijk te voorkomen zijn er gedragsregels op gesteld door de Fédération Internationale de Ski (FIS). Iedere wintersporter dient zich aan deze regels te houden.

1. Rekening houden met anderen
Iedere skiër moet zich zo gedragen, dat hij een ander niet in gevaar brengt of schade berokkent.

2. Beheersen van snelheid en skistijl
Iedere skiër moet te allen tijde op tijd kunnen stoppen of uitwijken. Hij moet zijn snelheid en wijze van skiën aanpassen aan zijn skivaardigheid, de conditie van de piste, de sneeuw- en weersomstandigheden, alsook aan de drukte op de piste.

3. Keuze van het spoor 
De van achteren komende skiër moet zijn skispoor zo kiezen, dat hij skiërs voor zich niet in gevaar brengt.

4. Inhalen 
Inhalen mag van boven of van beneden en van rechts of van links, mits op zodanige afstand dat de ingehaalde op geen enkele wijze in zijn bewegingen wordt belemmerd.

5. Invoegen en weer verder skiën 
Iedere skiër die zich (weer) op een piste wil begeven of na een stop verder wil skiën, moet zich ervan vergewissen dat hij dit zonder gevaar voor hemzelf of voor anderen boven of onder hem kan doen.

6. Smalle plaatsen 
Iedere skiër moet vermijden om zich zonder noodzaak op smalle of onoverzichtelijke plaatsen op de piste op te houden. Een ten val gekomen skiër dient een dergelijke plek zo snel mogelijk weer vrij te maken.

7. Klimmen en lopen 
Een skiër die klimt of te voet afdaalt, mag dit alleen aan de zijkant van de piste doen.

8. Letten op tekens 
Iedere skiër dient de markeringen en de borden in acht te nemen.

9. Verlenen van hulp 
Bij een ongeval is iedereen verplicht hulp te verlenen.

10. Legitimatieplicht 
Iedereen, getuige of betrokkene, verantwoordelijk of niet, moet bij een ongeval zijn identiteit bekendmaken.

Ook kunnen landen of kantons per skipiste eigen regels opstellen, die dan op de piste staan aangegeven. Zo hebben Grindelwald en Gstaad in Zwitserland op sommige pistes een maximumsnelheid ingesteld van 30 kilometer per uur. Deze regels zijn er natuurlijk in eerste instantie om de veiligheid op de piste te verhogen. Maar deze regels kunnen ook een rol spelen bij de beoordeling van aansprakelijkheid.

Welk recht is van toepassing?

Wanneer de aansprakelijkheid beoordeeld moet worden, is in eerste instantie van belang om te weten welk recht van toepassing is. Als Nederlandse wintersporter bevind je je doorgaans in het buitenland, waar een ander rechtssysteem van toepassing is. Op basis van internationale verdragen is vastgelegd dat het recht van het land waar het ongeval heeft plaats gevonden van toepassing is. Dus kom je in Oostenrijk in botsing met een Duitse skiër, dan is Oostenrijks recht van toepassing. Wanneer je echter in botsing komt met een andere Nederlander, is er in principe voldoende aanknoping om het Nederlands recht van toepassing te laten zijn.

Wanneer je dus in het buitenland een botsing op de skipiste krijgt met een andere Nederlander, kan de aansprakelijkheid beoordeeld worden naar Nederlands recht. Dit geldt natuurlijk ook wanneer het ongeval in Nederland plaats vindt op een indoor- of borstelbaan.

Volgens het Nederlands recht moet de aansprakelijkheid bij een sportongeluk worden beoordeeld op basis van een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Of sprake is van een onrechtmatige daad is afhankelijk van vijf factoren. Er moet sprake zijn van een onrechtmatige gedraging, toerekening, schade, causaal verband en relativiteit. Van een onrechtmatige gedraging bij een skiongeval is sprake indien de veroorzaker heeft gehandeld in strijd met hetgeen in het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. De hiervoor benoemde FIS-regels moeten worden beschouwd als een uitwerking van deze zorgvuldigheidsnorm.

Sport- en spelsituatie

Een bijkomstigheid bij de beoordeling van de mogelijke overtreding van de zorgvuldigheidsnorm, is dat bij een skiongeval sprake is van een zogenaamde ’sport- en spelsituatie'. Bij een sport- en spelsituatie is een veroorzaker van een ongeval minder snel aansprakelijk. De reden daarvan is dat de deelnemers aan een sport of spel in redelijkheid tot op zekere hoogte gevaarlijke, slecht gecoördineerde, verkeerd getimede of onvoldoende doordachte handelingen of gedragingen waartoe die sport of dat spel uitlokt, van elkaar moeten verwachten. Zo’n gedraging wordt niet onrechtmatig op de enkele grond dat zij door een ongelukkige samenloop van omstandigheden tot gevolg heeft dat een van deelnemers ernstig letsel oploopt.

Een eventuele schending van de FIS-regels is dus niet van beslissend belang bij de beoordeling van aansprakelijkheid. Het is echter wel één van de omstandigheden die in aanmerking dient te worden genomen bij het oordeel over de vraag of de handelswijze van de veroorzaker van het skiongeval onrechtmatig is. Daarnaast moet beoordeeld worden of het gedrag van de dader door het slachtoffer verwacht mocht worden, evenals de risico's die aan de skisport met zich meebrengt, de skivaardigheid van beide partijen, de conditie van de piste, de weersomstandigheden en de drukte op de piste.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.