Contact opnemen
18 november 2015

Onderlinge verhouding tussen de bestuursrechter en de civiele kortgedingrechter

In de Gemeentestem is onlangs een annotatie van Dirk Sanderink verschenen bij HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1128 (Staat/X) (zie Gst. 2015/115). Dit arrest van de Hoge Raad gaat over de onderlinge verhouding tussen de bestuursrechter en de civiele kortgedingrechter.

De meeste besluiten van de overheid kunnen alleen bij de bestuursrechter worden aangevochten, terwijl andere handelingen van de overheid juist weer alleen aangevochten kunnen worden bij de civiele rechter. Het kan voorkomen dat een burger (in verband met zo’n andere handeling) de civiele kortgedingrechter verzoekt om een voorlopige voorziening te treffen, terwijl voor de beoordeling van dat verzoek de rechtmatigheid van een besluit van belang is. Het arrest van de Hoge Raad maakt duidelijk wat de civiele kortgedingrechter in zo’n geval moet doen, als tegen dat besluit beroep bij de bestuursrechter is ingesteld.

Het arrest van de Hoge Raad is ten tweede ook van groot belang voor de zogenaamde leer van de formele rechtskracht.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.