Contact opnemen
11 februari 2021

Octrooien & Patenten

Heeft u een nieuw product ontwikkeld of een compleet vernieuwende werkwijze? Of bent u van plan een innovatief idee binnen afzienbare tijd te realiseren? In dat geval is het verstandig om uw uitvinding te beschermen zodat anderen daar niet mee aan de haal gaan. In dit artikel wordt uitgelegd wat een octrooi(recht) is, wat de vereisten zijn voor bescherming en wat u ermee kunt.

Wat is een patent/octrooirecht?

In de Nederlandse taal worden de woorden patenten en octrooien door elkaar gebruikt. De betekenis van beide woorden zijn hetzelfde. De Nederlandse wet- en regelgeving hanteert de term ‘octrooi’. Het octrooirecht is een vorm van het intellectueel eigendomsrecht. Het is een exclusief recht en beschermt een uitvinding op een technisch product of proces. De technische uitvinding kan betrekking hebben op een product of een werkwijze in alle gebieden van de techniek. De beschermingsduur is 20 jaar, gedurende deze periode mag een ander de beschermde uitvinding niet commercieel toepassen.

Hoe ontstaat een octrooirecht?

Octrooien ontstaan niet van rechtswege, maar worden op aanvraag verleend. Een octrooiaanvrage bestaat tenminste uit een beschrijving van de uitvinding en een of meerdere zogeheten conclusies. Conclusies (of ‘claims’) beschrijven de uitvinding in algemene termen. De omvang van de bescherming wordt bepaald door die conclusies.

Met de volgende octrooien kunnen de uitvindingen worden beschermd:

Nederlands octrooi

In Nederland ontstaat een octrooirecht door het indienen van een octrooiaanvrage bij het Octrooicentrum Nederland, onderdeel van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De datum van indiening van de octrooiaanvraag is van belang ter beoordeling van de inventiviteit alsook voor de rangorde van het octrooi. Degene die het eerst de aanvraag heeft ingediend (en dus niet als eerste een octrooi heeft verworven), verkrijgt in principe als eerste daarop het (enige) octrooirecht.

Europees octrooi

Mocht u duidelijk voor ogen hebben om de Europese markt op te gaan met uw uitvinding, kunt u ook een Europees octrooi aanvragen. Het Europees octrooi kunt u aanvragen bij het Europees Octrooibureau (EOB). In de aanvraag moet staan voor welke aaneengesloten landen een octrooi wordt verzocht. Het EOB verricht een inventiviteitsonderzoek en maakt een rapport. Is de uitvinding octrooieerbaar dan verleent het EOB een Europees octrooi. Een Europees octrooi is in feite een bundel van afzonderlijke nationale octrooien, waarvan de verkrijging door middel van één centrale aanvraag kan worden gerealiseerd.

Het zogenaamde “prioriteitsrecht” is hier van belang.  Degene die een octrooiaanvraag indient in een land dat lid is van het Unieverdrag of de Wereldhandelsorganisatie, kan binnen één jaar in andere lidstaten voor dezelfde uitvinding een octrooiaanvraag indienen, waarbij de datum van de eerste aanvraag in het ene land tevens geldt als datum van eerste aanvraag voor de andere lidstaten.

Unitair octrooi

Naast het huidige Nederlandse en Europese octrooi is er in de toekomst een derde mogelijkheid om een uitvinding met een octrooi te beschermen, namelijk met het Unitair octrooi. Dit nieuwe octrooisysteem is een alternatief voor het bestaande validatieproces van een Europees octrooi in individuele landen. Zodra dit systeem actief is kan bij het valideren van een Europees octrooi, in plaats van individuele landen, ook gekozen worden voor registratie als een Unitair octrooi. Hiermee is dit octrooi direct geldig in alle deelnemende landen.

Patent Cooperation Treaty (PCT)

Het is mogelijk om door middel van één aanvraag tegelijkertijd in verschillende landen voor dezelfde uitvinding octrooi te verkrijgen. De aanvraag moet centraal worden ingediend bij het Internationale Bureau van de World Intellectual Property Organization (WIPO). Daarbij wordt aangegeven voor welke landen octrooi wordt gevraagd. Het Internationale Bureau controleert of de aanvraag aan de formele vereisten voldoet en stuurt het ter verdere beoordeling (inventiviteit) door naar een van de grote octrooiraden. Het leidt dus niet tot een 'wereldoctrooi', want dat bestaat niet. Er is alleen een 'wereldwijde octrooiaanvraag'.

Hoe lang is het octrooi geldig?

Zoals hierboven beschreven is een octrooi altijd tijdelijk. Een octrooi duurt 20 jaar, te rekenen vanaf de aanvraagdatum. Voor geneesmiddelen kan een langere termijn gelden. Daarvoor moet de octrooihouder een aanvullend beschermingscertificaat aanvragen. Om de geldigheid van het octrooi te verlengen moet de uitvinder jaarlijks een taks betalen.

Wat is vatbaar voor een octrooirecht?

Op technische uitvindingen en werkwijze kunt u een octrooi aanvragen, maar niet alles is vatbaar voor een octrooirecht zo komen onder meer ontdekkingen en computerprogramma’s niet voor een octrooi in aanmerking. Uiteraard bestaat er een uitzondering want als het gaat om een computerprogramma (software) die een technische oplossing biedt voor een technisch probleem, dan is het wel mogelijk om een octrooi aan te vragen. Planten- of dierenrassen en uitvindingen die in strijd zijn met de openbare orde en goede zeden vallen ook onder niet octrooieerbare uitvindingen. Bij dit laatste moet u denken aan werkwijzen voor het klonen van mensen en het gebruik van menselijke embryo’s.

Wat zijn de vereisten voor octrooibescherming?

Om een geldig octrooi te verkrijgen, moet de uitvinding voldoen aan drie zogenaamde materiële voorwaarden:

  • Nieuwheid
  • Inventiviteit
  • Industriële toepasbaarheid.

Voldoet het octrooi niet aan deze voorwaarden dan kan iemand die er inbreuk op maakt terecht aanvoeren dat het octrooi niet geldig is.

Nieuwheid

Een van de belangrijkste en strengste vereiste voor octrooieerbaarheid is nieuwheid. Een uitvinding wordt beschouwd als nieuw als het geen deel uitmaakt van de stand van de techniek. De stand van de techniek wordt gevormd door al hetgeen voor de dag van indiening van de octrooiaanvrage openbaar toegankelijk is gemaakt (waar ook ter wereld). Dit betekent ook dat de eventuele uitvinder zelf de uitvinding niet eerder bekend/openbaar heeft mogen maken.

Wilt u iets octrooieren houdt het dan in ieder geval geheim totdat u een octrooi advocaat om advies hebt gevraagd over de octrooieerbaarheid, anders is octrooieren niet meer mogelijk. 

Inventiviteit

Een andere belangrijke vereiste voor octrooieerbaarheid is inventiviteit. Een gemiddelde vakman zou volgens de stand van de techniek niet tot dezelfde uitvinding komen. Het mag dus niet voor de hand liggen, want er moet een zekere creatieve inspanning mee gepaard gaan. Het blijft lastig om inventiviteit te bepalen want achteraf als de uitvinding er is lijkt de oplossing voor de hand liggend. De meeste discussies in het octrooirecht gaan over de vraag of de uitvinding voor de gemiddelde vakman voor de hand lag.

Industriële toepasbaarheid

De laatste vereiste voor octrooieerbaarheid is de industriële toepasbaarheid. Het moet iets nieuws behelzen en het moet bovendien een bestaand technisch probleem oplossen. Ook moet u kunnen bewijzen dat uw uitvinding ook echt werkt.

Wat is de beschermingsomvang van een octrooi?

Zoals eerder aan de orde kwam, zijn de octrooiconclusies heel belangrijk. De reikwijdte van de door een octrooi verleende bescherming wordt namelijk bepaald door de inhoud van de conclusies. Het doel van de conclusies is dus om datgene waarvoor de octrooihouder bescherming wenst te hebben duidelijk af te bakenen. Het opstellen van de conclusies moet dus zorgvuldig gebeuren want de conclusie is maatgevend voor de beschermingsomvang en dit kan niet “los van het papier” worden bepaald. Datgene wat de aanvrager mogelijk heeft willen beschermen is dus irrelevant bij het bepalen van de beschermingsomvang.

Wie is de vakman?

Bij het uitleggen van een conclusie rijst uiteraard de vraag vanuit welk perspectief die uitleg dient plaats te vinden. Dat is vanuit het perspectief van de fictieve persoon die met de betreffende technologie bekend is en deze kan toepassen. Dat is dus geen leek en ook geen (top)specialist, maar een vakman. Die vakman wordt enerzijds geacht (i) slechts te beschikken over gemiddelde kennis en vaardigheden, maar anderzijds (ii) wel bekend te zijn met de algemene vakkennis op zijn vakgebied, inclusief alle ontwikkelingen en (iii) bekend te zijn met de volledige, relevante stand van de techniek.

Wanneer is er sprake van inbreuk?

Er is sprake van een inbreuk indien een ander het geoctrooieerde voortbrengsel in of voor zijn eigen bedrijf maakt, gebruikt, in het verkeer te brengt of verder verkoopt, verhuurt, aflevert, verhandelt en commercieel aanbiedt. Ook het enkel in voorraad hebben is inbreukmakend. Ook het gebruik van enkel een wezenlijk bestanddeel van de uitvinding kan leiden tot een -indirecte- inbreuk. Dit is overigens alleen van toepassing in de landen waar het patent geldig is. Een octrooihouder moet zelf in de gaten houden of er inbreuk wordt gemaakt op zijn octrooien, er bestaat namelijk geen “octrooi politie”.

Uitzondering

Niet alle handelingen leveren een inbreuk op andermans octrooirecht op. Een consument maakt geen inbreuk zolang het octrooi niet commercieel/bedrijfsmatig gebruikt wordt. Ook onderzoeksinstellingen zoals universiteiten kunnen onderzoekshandelingen verrichten die betrekking hebben op een geoctrooieerde voortbrengsel/ werkwijze, zonder dat er sprake is van een inbreuk. Het moet dan wel een wetenschappelijk onderzoek of activiteiten zijn die gericht is om de stand van de techniek te verbeteren, dit wordt de “onderzoeksexceptie” genoemd. Laatste uitzondering is de zogenoemde “uitputtingsregel”. Indien bijvoorbeeld een uitvinding rechtmatig -dus zonder dat er sprake is van octrooirecht inbreuk- in het verkeer is gebracht (bijvoorbeeld door de octrooihouder zelf), kan verdere verhandeling en gebruik door een ander dan de octrooihouder niet meer worden belet.

Wat kunt u met een octrooirecht?

Als octrooihouder is het mogelijk om anderen bepaalde handelingen betreffende het octrooi te verbieden. Het tijdelijke monopolie dat een octrooihouder verkrijgt zorgt ervoor dat de octrooihouder het exclusieve recht heeft om zijn uitvinding te exploiteren. Indien anderen dit ook willen moeten zij eerst toestemming vragen aan de octrooihouder en hieraan kan de octrooihouder een financiële voorwaarden verbinden.

De octrooihouder kan tegen iedereen die inbreuk maakt op zijn octrooirecht een rechtsvordering instellen en daarin onder meer eisen:

  • dat de inbreukmaker het gebruik onmiddellijk staakt;
  • dat de inbreukmaker, voor zover deze bewust in strijd met het octrooirecht heeft gehandeld, schadevergoeding betaalt;
  • dat de inbreukmaker die winst heeft gerealiseerd door onbevoegd van de uitvinding gebruik te maken, deze winst afdraagt;
  • dat roerende zaken, die direct een inbreuk op het octrooirecht maken, aan het verkeer worden onttrokken of worden vernietigd alsook dat machines, apparaten e.d. waarmee zulke roerende zaken worden vervaardigd aan het verkeer worden onttrokken;
  • dat de inbreukmaker een redelijke vergoeding betaalt voor handelingen, verricht in de periode tussen het aanvragen van het octrooi en de verlening daarvan, waarmee een inbreuk werd gemaakt op het later verleende octrooi.

Welke rol heeft een advocaat van Damsté bij het aanvragen en handhaven van een octrooi?

De advocaten van de afdeling ondernemingsrecht van Damsté advocaten-notarissen hebben veel ervaring met het octrooirecht

Wij kunnen u in de aanvraagprocedure informeren over de verschillende soorten octrooien en adviseren wat het beste bij uw situatie past. Ook kunnen wij u helpen als iemand inbreuk maakt op uw octrooi of als u door een octrooihouder wordt aangesproken.

Als u vragen heeft over of hulp nodig heeft, neem dan vooral contact op met ons.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.