Op 3 februari 2017 heeft de commissie van Aanbestedingsexperts weer een voor de praktijk interessante uitspraak gedaan. Daar kwamen twee belangrijke onderwerpen in het aanbestedingsrecht aan de orde namelijk de motiveringsplicht en het vertrouwensbeginsel.
Het gaat in deze zaak om een niet-openbare Europese aanbesteding voor een overheidsopdracht van de levering van een ICT oplossing op het gebied van een volledige midoffice suite. De aanbestedende dienst heeft aan alle afgewezen inschrijvers een volledig overzicht van alle prijzen en alle scores op de kwaliteitscriteria gestuurd. De kernvraag die hier aan de orde was is de vraag of commerciële belangen van de klagende inschrijver zijn geschaad door deze wijze van bekendmaking. De Commissie is van oordeel dat de aanbestedende dienst bij de naleving van haar motiveringsplicht ingevolge de Aanbestedingswet 2012 met deze wijze van bekendmaking te ver is gegaan, waardoor zij heeft gehandeld in strijd met de plicht om de inschrijvingen vertrouwelijk te behandelen, zoals bepaald in artikel 2.138 aanhef en onder c Aw 2012.
Verder is nog interessant in deze zaak beantwoording van de vraag of eisen die zien op de beoordeling van de inschrijving later nog mogen worden gewijzigd. De methode voor de beoordeling van de prijzen was in deze zaak niet vooraf bekend gemaakt. Er was sprake van bekend gemaakte gewichten te weten 40% prijs en 60% kwaliteit. Achteraf is echter pas de systematiek vastgesteld waarmee de prijzen werden beoordeeld. De Commissie overweegt dat het Hof van Jusitie EU in zijn arrest TNS Dimarso (C-6/15) heeft geoordeeld dat het niet verplicht is om het beoordelingsmodel van de gunningscriteria in de aankondiging of het bestek bekend te maken, maar dat een latere vaststelling van dat model niet tot gevolg mag hebben dat de gunningscriteria of het relatieve gewicht ervan worden gewijzigd. Naar het oordeel van de Commissie betekent het achteraf vaststellen van de systematiek waarmee de prijzen worden beoordeeld dat op dat moment pas het relatieve gewicht van prijs wordt vastgesteld. De Commissie overweegt dat dit in strijd is met de voorwaarde dat het gewicht niet mag worden gewijzigd. Dit is in lijn met eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie EU waaruit blijkt dat een gunningscriterium de aanbestedende dienst geen onvoorwaardelijke keuzevrijheid mag laten (o.a. C-368/10, Commissie/Nederland).