Contact opnemen
28 oktober 2019

Mensenrechten en overheids- aansprakelijkheid voor aardbevingsschade in Groningen

De Hoge Raad heeft in de zomer prejudiciële vragen beantwoord over de aansprakelijkheid van (onder meer) de Staat voor de aardbevingsschade als gevolg van de gaswinning in Groningen. Recent is in Jurisprudentie Bestuursrecht (JB) een commentaar van Dirk Sanderink bij dit arrest verschenen.

Het EVRM en de aansprakelijkheid van de Staat

De Hoge Raad oordeelt in zijn arrest onder meer dat de Staat onrechtmatig handelt als bedoeld in art. 6:162 Burgerlijk Wetboek, indien hij ermee bekend is of ermee bekend moet zijn (i) dat aan de gaswinning in Groningen gevaren verbonden zijn die met bodembeweging verband houden, (ii) dat de kans op verwezenlijking van deze gevaren reëel is en (iii) dat de verwezenlijking van deze gevaren tot ernstige of wijdverbreide schade kan leiden, maar desalniettemin nalaat tijdig de gezien de omstandigheden van het geval passende en redelijkerwijs te vergen maatregelen te treffen om het ontstaan van schade als gevolg van de gaswinning te voorkomen. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat de vraag of een handelen of nalaten van de Staat onrechtmatig is in voorkomend geval moet worden beantwoord met inachtneming van de minimumeisen die de relevante bepalingen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de daarop betrekking hebbende jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) stellen aan het handelen of nalaten van de Staat.

Formele rechtskracht

De Hoge Raad wijdt in het arrest ook belangrijke overwegingen aan het leerstuk van de formele rechtskracht. Hij oordeelt dat de formele rechtskracht van de besluiten waarbij de minister op grond van de Mijnbouwwet heeft ingestemd met de gaswinning niet aan aansprakelijkheid van de Staat in de weg staat. De overwegingen van de Hoge Raad stellen belangrijke en nieuwe beperkingen aan de toepassing van dat leerstuk.

 In zijn commentaar bij het arrest in JB gaat Dirk Sanderink in op de rol van het recht op leven (art. 2 EVRM), het recht op respect voor het privéleven en de woning (art. 8 EVRM) en het recht op eigendom (art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM) bij het vaststellen van de aansprakelijkheid van de Staat. In een nog te verschijnen artikel in het Nederlands Juristenblad bespreekt hij samen met prof. mr. Raymond Schlössels de overwegingen van de Hoge Raad over de formele rechtskracht.

Het commentaar is gepubliceerd in JB 2019/158 en kunt u hier raadplegen. 

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.