Op 22 december 2015 is het wetsvoorstel computercriminaliteit III bij de Tweede Kamer ingediend. Dankzij dit wetsvoorstel wordt het in de toekomst gemakkelijker om computercriminaliteit op te sporen en te vervolgen. Er wordt al sinds 2013 aan dit wetsvoorstel gewerkt.
Wat betekent het wetsvoorstel computercriminaliteit III?
In de praktijk schieten de bestaande bevoegdheden om computercriminaliteit op te sporen en te vervolgen, tekort. Dit heeft met name te maken met de technologische ontwikkelingen. Verdachten versleutelen (‘encryptie’) veel vaker de belastende gegevens, of zij slaan deze gegevens veilig op in de cloud. Dankzij dit wetsvoorstel wordt het voor politie en justitie onder meer gemakkelijker gemaakt om toegang te krijgen tot deze gegevens door de computer van de verdachte hacken. Dit wetsvoorstel staat in de volksmond daarom ook wel bekend als de “terughackwet.” Binnen de nieuwe opsporingsbevoegdheden kunnen politie en justitie op afstand en in het geheim de computer van de vergedachte binnendringen. Hierdoor kunnen er gegevens worden gekopieerd of ontoegankelijk worden gemaakt.
Ook worden burgers beter beschermd tegen ‘grooming’ (dit is het ongewenst benaderen van minderjarige via het internet om hen seksuele handelingen te laten verrichten). Tot slot wordt ook het helen van computergegevens strafbaar gesteld, waarmee bijvoorbeeld de verspreiding van wraakporno kan worden aangepakt.
Mijn inziens is het een goede ontwikkeling dat het wetsvoorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. De technologische ontwikkelingen maken sprongen vooruit, terwijl wetgeving vaak achterblijft. De Raad van State is echter ook kritisch over dit wetsvoorstel, met name in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (privacy) van de verdachte.