Contact opnemen
20 mei 2020

Is het coronavirus een strafverzwarende omstandigheid?

Sinds de uitbraak van het coronavirus zijn er door het Kabinet maatregelen getroffen ter voorkoming van de verspreiding ervan. Het RIVM adviseert iedereen om anderhalve meter afstand te houden, in de elleboog te niezen en om zoveel mogelijk thuis te blijven. Kan het strafrechtelijke gevolgen hebben als iemand opzettelijk deze richtlijnen overtreedt en het coronavirus aanwendt om een strafbaar feit te plegen?

Verschillende rechtbanken in Nederland hebben al zogenaamde ‘coronazaken’ moeten beoordelen. Bij het opleggen van een straf voor misdrijven waarbij gebruik is gemaakt van het virus, wordt door de rechters veelal benadrukt dat er op dit moment veel onzekerheid en angst heerst in de samenleving. Het wordt verdachten daarom erg kwalijk genomen als zij gebruik maken van het coronavirus om strafbare feiten te plegen. Dat kan leiden tot een hogere straf. Bovendien kan gedrag dat eerder slechts onfatsoenlijk was, nu opeens strafbaar zijn. De rechtbank Rotterdam heeft in haar vonnis van 30 maart 2020 uitgelegd op welke manieren het coronavirus een rol kan spelen bij het plegen van misdrijven.

Corona als strafbaar feit

Het virus kan op verschillende manieren een strafbaar feit opleveren. Ten eerste kan het coronavirus als een direct middel of als een wapen worden gebruikt bij het plegen van een strafbaar feit. Dit is bijvoorbeeld het geval als een verdachte opzettelijk in het gezicht van een ander hoest of niest. Als diegene vervolgens daadwerkelijk door het virus ziek wordt, dan zorgt dat voor pijn en leed. De coronaklachten kunnen zo ernstig zijn dat opname op de intensive care nodig is en kunnen bovendien permanente gevolgen hebben. Met name voor kwetsbare groepen bestaat er een kans dat iemand het virus niet overleefd. Gelet hierop kan de rechter in sommige gevallen komen tot een poging doodslag, (zware) mishandeling of een poging zware mishandeling als iemand in het gezicht hoest van een ander, waardoor diegene besmet wordt.

Ten tweede kan het coronavirus worden ingezet als dreigingsmiddel. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een verdachte probeert te voorkomen dat hij wordt aangehouden door politieagenten. Hij roept dat hij corona heeft en spuugt of hoest bij zijn aanhouding naar de agent. De verbalisant kan zich hierdoor ernstig in zijn persoon aangetast voelen. Daarnaast kan hij zich ook heel bedreigd (en angstig) voelen door dat gedrag. Door deze aanval kan hij namelijk daadwerkelijk corona krijgen. Sterker nog, een besmetting is niet alleen voor hemzelf gevaarlijk, maar ook voor zijn familie, geliefden en collega’s. De onzekerheid en zorgen die door de bedreiging ontstaan, kunnen bovendien langer aanhouden, omdat er niet meteen ziekteverschijnselen zijn.

Corona als strafverzwarende omstandigheid

Het coronavirus kan ook een indirecte rol spelen bij het misdrijf. Door de crisis is er een bepaalde vraag naar hulp of artikelen waar de verdachte gebruik (of misbruik) van kan maken. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het verkopen van mondkapjes die niet aan de veiligheidsvoorwaarden voldoen, terwijl die indruk wel opzettelijk onterecht wordt gewekt. Of denk aan het geval dat het virus indirect wordt gebruikt om iemand ergens toe aan te zetten – zoals het afgeven van de pinpas zodat de verdachte boodschappen voor diegene kan doen. Vervolgens worden allerlei geldbedragen opgenomen door de verdachte en eigent hij zich het opgenomen geld toe. Het virus wordt op die manieren ingezet als hulpmiddel om een bepaald strafbaar feit te kunnen plegen. In dat geval kan het door een rechter als een strafverzwarende omstandigheid worden aangemerkt.

De persoon tegen wie het misdrijf is gericht

Het wordt een verdachte kwalijk genomen als hij corona inzet bij het plegen van een strafbaar feit, zowel op directe als indirecte wijze. Dit kan als een strafverzwarende omstandigheid worden aangemerkt, omdat er misbruik wordt gemaakt van een moeilijke situatie die een grote impact heeft op de samenleving. Hoeveel hoger de straf wordt, is afhankelijk van twee factoren: de aard en ernst van het misdrijf en tegen wie het misdrijf is begaan. Het wordt de verdachte meer kwalijk genomen als het feit was gericht tegen een kwetsbare groep of personen die werkzaam zijn in cruciale beroepen of vitale processen. Hierbij kan worden gedacht aan ouderen, politieagenten en personen werkzaam in de gezondheidszorg. Juist deze personen behoeven extra bescherming tegen het coronavirus. Bovendien komt de maatschappelijke veiligheid in gevaar als een (groot) deel van deze personen uitvalt.

Hetgeen in het achterhoofd dient te worden gehouden is echter dat een verdachte mogelijk zelf ook kwetsbaar is. Juist veelplegers die regelmatig met politie en justitie in aanraking komen, zijn vaak dakloos of verslaafd. Zij lopen zelf een groot risico op besmetting en zijn angstig om ziek te worden. De hulp waar zij normaliter een beroep op kunnen doen, is nu niet beschikbaar. Met deze omstandigheid dient ook rekening te worden gehouden bij de strafoplegging, waarbij niet te snel alleen naar de strafverzwarende omstandigheden van het coronavirus moet worden gekeken.

Conclusie

Het zijn spannende en onzekere tijden. Sommige verdachten maken daar gebruik van. Zij kunnen het virus inzetten als een wapen tegen anderen of het als hulpmiddel gebruiken om een bepaald strafbaar feit te kunnen plegen. Bij het opleggen van een straf dient de rechter rekening te houden met welk misdrijf is gepleegd, de wijze waarop het virus is gebruikt en tegen wie het is gericht. Dit kunnen namelijk strafverzwarende omstandigheden zijn.

Delen via
Schrijf u in en blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Uitschrijven kan altijd probleemloos.