Bij de voorbereiding van besluiten wordt steeds vaker gebruikt gemaakt van software en rekenmodellen. Het softwareprogramma AERIUS, dat de stikstofdepositie van activiteiten berekent, is daarvan een voorbeeld. Dat zijn ook modellen die geluidoverlast of geurhinder berekenen. Het probleem bij het gebruik van deze modellen is dat vaak niet bekend is met welke input en andere gegevens wordt gerekend. Hierdoor bestaat de kans dat de uitkomst van die berekeningen en daarmee ook de besluitvorming niet inzichtelijk en controleerbaar is. Dit kan leiden tot een ongelijkwaardige procespositie voor degene die een besluit wil aanvechten. In dit blog gaan wij in op de vraag in hoeverre bestuursorganen gehouden zijn invoergegevens die gebruikt worden bij rekenmodellen, bij de voorbereiding van besluiten beschikbaar te stellen.
Uitgangspunt
Er bestaat geen wettelijke regeling die bestuursorganen verplicht tot het verstrekken van de bij de voorbereiding van besluiten gebruikte software en rekenmodellen. Ter voorkoming van een ongelijkwaardige procespositie van partijen heeft de Afdeling op 17 mei 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1259) geoordeeld dat op bestuursorganen de verplichting rust de gemaakte keuzes en gebruikte gegevens en aannames volledig, tijdig en uit eigen beweging openbaar te maken. Dit is noodzakelijk zodat belanghebbenden de juistheid van de gebruikte gegevens, de gemaakte berekeningen en de daarop gebaseerde aannames, keuzes en beslissing inhoudelijk kunnen betwisten.
Uitspraak van 18 juli 2018
In haar uitspraak van 18 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2454) verduidelijkt de Afdeling de hiervoor aangehaalde uitgangspunten. Aan de orde is het gewijzigd tracébesluit voor de aanleg van de Blankenburgverbinding. Dat is een nieuwe autosnelweg ten westen van de Rotterdam die de A15 verbindt met de A20. Om de aanleg mogelijk te maken wijzigde de minister het tracébesluit.
Appellanten betogen onder meer dat de invoergegevens die gebruikt zijn voor het softwareprogramma AERIUS niet kenbaar zijn. De Afdeling overweegt dat de minister in de motivering van het gewijzigd tracébesluit en in de daarbij behorende bijlagen voldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke keuzen, gegevens en aannames zijn besluit is gebaseerd. Ook kon de minister niet verweten worden dat hij door appellanten verzochte gegevens pas 5 dagen voor de zitting heeft verstrekt.
Handvatten voor de praktijk
De uitspraak van 18 juli 2018 geeft enkele handvatten waarmee rekening moet worden gehouden als bij besluitvorming gebruik wordt gemaakt van software en rekenmodellen:
- er geldt geen plicht om standaardinvoergegevens uit eigen beweging over te leggen, tenzij de belanghebbenden aangeven daar behoefte aan te hebben;
- voor maatwerk invoergegevens, dat wil zeggen gegevens die door de gebruiker zelf moet worden ingevoerd, geldt wel de plicht om deze uit eigen beweging over te leggen;
- niet alle maatwerk invoergegevens moeten worden overgelegd. Voldoende is dat duidelijk is welke keuzen bij de invoer zijn gemaakt;
- de gegevens die moeten worden overgelegd zijn niet beperkt tot de op papier vastgelegde gegevens. Die verplichting ziet ook op gegevens die op elektronische of andere wijze zijn vastgelegd;
- van belanghebbenden kan worden gevergd hun verzoek om informatie en inzage in de maatwerk- en standaardinvoergegevens tijdig te doen;
- uit de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2938) volgt dat invoergegevens als bijlage bij het rapport kunnen worden gevoegd. Is de omvang te groot, dan mag het ook op andere geschikte wijze en moet in het rapport naar die andere wijze van beschikbaar stellen worden verwezen;
- voor de volledigheid merken wij op dat in een uitspraak van 4 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:237) de Afdeling heeft geoordeeld dat het in strijd met de rechtszekerheid is om in de planregels van een bestemmingsplan naar software te verwijzen.
Conclusie
Opmerking verdient dat de uitspraak van 18 juli 2018 alleen ziet op het softwareprogramma AERIUS in het kader van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De hierboven geschetste handvatten zijn echter ook relevant voor bijvoorbeeld bestemmingsplanprocedures. Denk aan het verstrekken van invoergegevens die zijn gebruikt om de geluid- en parkeerbelasting te berekenen.